Europees Verdrag betreffende uitlevering

Huidige tekst

Artikel 6 Europees Verdrag betreffende uitlevering

Geldt sinds 12 april 1982

Uitlevering van onderdanen 1 (a) Iedere Verdragsluitende Partij is bevoegd de uitlevering van haar onderdanen te weigeren. (b) Iedere Verdragsluitende Partij kan in een verklaring afgelegd bij ondertekening of bij nederlegging van haar akte van bekrachtiging of toetreding, een definitie geven van de betekenis die de uitdrukking „onderdanen” in het onderhavige Verdrag voor haar heeft. (c) De hoedanigheid van onderdaan wordt beoordeeld naar de toestand op het ogenblik van de beslissing over de uitlevering. Niettemin kan de aangezochte Partij zich eveneens op het bepaalde onder ( a) beroepen, indien de hoedanigheid van onderdaan eerst is toegekend tussen het tijdstip der beslissing en de voor de overlevering voorziene datum. 2 Indien de aangezochte Partij haar onderdaan niet uitlevert, moet zij op verzoek van de andere Partij de zaak aan haar bevoegde autoriteiten voorleggen, opdat, indien daartoe aanleiding bestaat, een strafvervolging kan worden ingesteld. Te dien einde zullen de op het strafbare feit betrekking hebbende dossiers, inlichtingen en voorwerpen kosteloos worden toegezonden op de in het eerste lid van artikel 12 bepaalde wijze. De verzoekende Partij wordt van het gevolg dat aan haar verzoek is gegeven op de hoogte gesteld.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2022:843Hoge Raad, 14 juni 2022 (strafrecht)

    Executie-uitlevering o.b.v. EUV van opgeëiste persoon (Bulgaarse nationaliteit) naar Turkije t.z.v. onherroepelijke veroordeling voor handel in verdovende middelen tot gevangenisstraf van 12 jaren en…

  • ECLI:NL:HR:2001:ZD2426Hoge Raad, 13 maart 2001 (strafrecht)

    -

  • ECLI:NL:PHR:2001:ZD2426Parket bij de Hoge Raad, 13 maart 2001 (strafrecht)

    -

  • ECLI:NL:HR:2001:ZD2232Hoge Raad, 9 januari 2001 (strafrecht)

    Executie-uitlevering o.b.v. EUV van opgeëiste persoon (Griekse nationaliteit) naar Bondsrepubliek Duitsland t.z.v. onherroepelijke veroordeling voor in- en uitvoer van hasj tot gevangenisstraf van 6…

  • ECLI:NL:RBDHA:2022:15707Rechtbank Den Haag, 23 december 2022 (verbintenissenrecht)

    Kort geding, overheidsaansprakelijkheid, uitlevering. Vordering tot verbod uitlevering aan Turkije wordt afgewezen. Uitlevering niet in strijd met art 6 EUV of 3 EVRM, geen geslaagd beroep op de…

  • ECLI:NL:RBLIM:2022:1508Rechtbank Limburg, 1 maart 2022 (strafrecht)

    Vordering tot uitlevering aan de Republiek van Armenië toelaatbaar verklaard. Aan de formele vereisten voor het toelaatbaar verklaren van het verzoek is namelijk voldaan. Strikte scheiding tussen de…

  • ECLI:NL:RBSGR:2010:BM1143Rechtbank 's-Gravenhage, 7 april 2010 (civiel recht)

    Kort geding; gevorderd verbod tot uitlevering aan Marokko afgewezen. Uitlevering zonder terugkeergarantie niet onrechtmatig, aangezien eiser uitsluitend de Marokkaanse heeft en niet aannemelijk is…

  • ECLI:NL:RBSGR:2010:BM1152Rechtbank 's-Gravenhage, 7 april 2010 (civiel recht)

    Kort geding; tussenvonnis. Uitlevering naar Marokko mogelijk onrechtmatig, aangezien niet is uit te sluiten dat Nederland (straf)rechtsmacht heeft over de feiten waarvoor de uitlevering is gevraagd.…

9 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.