Europees Verdrag betreffende uitlevering

Huidige tekst

Artikel 14 Europees Verdrag betreffende uitlevering

Geldt sinds 12 april 1982

Specialiteitsbeginsel 1 De uitgeleverde persoon wordt niet vervolgd, berecht of in hechtenis gesteld met het oog op de tenuitvoerlegging van een straf of maatregel, noch aan enige andere beperking van zijn persoonlijke vrijheid onderworpen, wegens enig ander voor de overlevering begaan feit dan dat hetwelk de reden tot uitlevering is geweest, behalve in de volgende gevallen: (a) wanneer de Partij die hem uitgeleverd heeft, erin toestemt. Daartoe moet een verzoek worden ingediend vergezeld van de in artikel 12 genoemde stukken en van een door een rechterlijk ambtenaar opgemaakt proces-verbaal, waarin de verklaringen van de uitgeleverde persoon zijn opgenomen. De toestemming wordt gegeven, indien het strafbare feit waarvoor zij verzocht wordt, op zichzelf de verplichting tot uitlevering krachtens dit Verdrag meebrengt; (b) wanneer de uitgeleverde persoon, hoewel hij daartoe de mogelijkheid had, niet binnen de 45 dagen die op zijn definitieve invrijheidstelling volgden, het grondgebied van de Partij aan welke hij was uitgeleverd, heeft verlaten of indien hij na dit gebied verlaten te hebben daarin is teruggekeerd. 2 De verzoekende Partij kan echter de maatregelen nemen die nodig zijn voor een eventuele uitzetting uit haar grondgebied of voor een stuiting van de verjaring overeenkomstig haar wet, daaronder begrepen het instellen van een verstekprocedure. 3 Wanneer de omschrijving van het te laste gelegde feit in de loop van de procedure wordt gewijzigd, wordt de uitgeleverde persoon slechts vervolgd of berecht voor zover de elementen van het opnieuw omschreven feit uitlevering zouden gedogen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2020:532Parket bij de Hoge Raad, 14 april 2020 (strafrecht)

    Executie-uitlevering van opgeëiste persoon (Turkse nationaliteit) naar Turkije t.z.v. veroordeling voor doodslag, poging tot doodslag (meermalen gepleegd) en zonder vergunning dragen van wapen . 1.…

  • ECLI:NL:HR:2006:AU9724Hoge Raad, 14 april 2006 (civiel recht)

    Uitleveringsrecht. Geschil tussen de Staat en betrokkene - wiens uitlevering tot strafvervolging voor meer strafbare feiten bij onherroepelijke uitspraak voor één van de feiten als gevolg van een…

  • ECLI:NL:PHR:2006:AU9724Parket bij de Hoge Raad, 14 april 2006 (civiel recht)

    Uitleveringsrecht. Geschil tussen de Staat en betrokkene - wiens uitlevering tot strafvervolging voor meer strafbare feiten bij onherroepelijke uitspraak voor één van de feiten als gevolg van een…

  • ECLI:NL:HR:1979:AC2094Hoge Raad, 11 september 1979 (strafrecht)

    Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Duitse nationaliteit) naar Duistland t.z.v. zedendelicten. 1. Verweer dat gevolgen van uitlevering van bijzondere hardheid zouden zijn gelet op slechte…

  • ECLI:NL:RBDHA:2015:13347Rechtbank Den Haag, 18 november 2015 (civiel recht)

    Kort geding. Uitlevering naar Georgië toegestaan. Taakverdeling tussen enerzijds de uitleveringsrechter en anderzijds de Minister en de civiele rechter. Geen nieuwe feiten en/of omstandigheden.…

  • ECLI:NL:RBSGR:2002:AD9525Rechtbank 's-Gravenhage, 19 februari 2002 (civiel recht)

    -

  • ECLI:NL:PHR:1979:AC2094Parket bij de Hoge Raad, 11 september 1979 (strafrecht)

    Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Duitse nationaliteit) naar Duistland t.z.v. zedendelicten. 1. Verweer dat gevolgen van uitlevering van bijzondere hardheid zouden zijn gelet op slechte…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.