Europees Verdrag betreffende uitlevering

Huidige tekst

Artikel 12 Europees Verdrag betreffende uitlevering

Geldt sinds 12 april 1982

Verzoek en stukken ter ondersteuning daarvan 1 Het verzoek wordt schriftelijk gedaan en wordt door het Ministerie van Justitie van de verzoekende Partij gericht tot het Ministerie van Justitie van de aangezochte Partij; niettemin kan het verzoek ook langs diplomatieke weg worden gedaan. Twee of meer Partijen kunnen onderling rechtstreeks andere wegen voor het uitwisselen van stukken overeenkomen. 2 Tot staving van het verzoek dienen te worden overgelegd: (a) het origineel of een authentiek afschrift, hetzij van een voor tenuitvoerlegging vatbare veroordeling, hetzij van een bevel tot aanhouding of van een andere akte die dezelfde kracht heeft, opgemaakt in de vorm voorgeschreven door de wet van de verzoekende Partij; (b) een overzicht van de feiten waarvoor uitlevering wordt verzocht. De tijd en plaats, waarop de feiten begaan zijn, hun wettelijke omschrijving en de verwijzing naar de toepasselijke wetsbepalingen dienen zo nauwkeurig mogelijk te worden vermeld; en (c) een afschrift van de toepasselijke wetsbepalingen of, indien zulks niet mogelijk is, een verklaring aangaande het toepasselijke recht, alsmede een zo nauwkeurig mogelijk signalement van de opgeëiste persoon, en alle andere inlichtingen die van belang zijn om zijn identiteit en nationaliteit vast te stellen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:190Parket bij de Hoge Raad, 3 maart 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Vervolgingsuitlevering aan Turkije. Eerste middel klaagt over verwerping verweer dat sprake is van dreigende flagrante schending van art. 6 EVRM, omdat de opgeëiste persoon familie is…

  • ECLI:NL:PHR:2026:156Parket bij de Hoge Raad, 10 februari 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Vervolgingsuitlevering naar Albanië. Eerste middel bevat klacht dat uit uitspraak niet (genoegzaam) kan worden afgeleid voor welke feiten rechtbank uitlevering heeft toegestaan. Dit…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1342Parket bij de Hoge Raad, 9 december 2025 (strafrecht)

    Conclusie AG. Vervolgingsuitlevering aan Turkije. Eerste middel bevat klacht dat origineel of authentiek afschrift van aanhoudingsbevel ontbreekt. Middel faalt nu AG dit stuk heeft opgevraagd en…

  • ECLI:NL:HR:2024:1824Hoge Raad, 10 december 2024 (strafrecht)

    Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Nederlandse nationaliteit) naar Zwitserland t.z.v. grootschalige en langdurige invoer van harddrugs van Nederland naar Zwitserland. Genoegzaamheid van…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:9327Rechtbank Amsterdam, 17 september 2026 (europees strafrecht)

    Uitleveringszaak Servië. Veroordeling bij verstek: artikel 3 van het Tweede Aanvullend Protocol bij het EUV en artikel 5, derde lid, UW staan niet aan uitlevering in de weg. Uitlevering toelaatbaar.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:9099Rechtbank Amsterdam, 10 september 2026 (internationaal strafrecht)

    Uitleveringsverzoek uit Turkije. Uitlevering deels toelaatbaar verklaard en deels ontoelaatbaar verklaard wegens verjaring.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:6350Rechtbank Amsterdam, 18 juni 2026 (europees strafrecht)

    Executie uitlevering Montenegro; uitlevering toelaatbaar.

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:10443Rechtbank Amsterdam, 23 december 2025 (internationaal strafrecht)

    Verzoek om uitlevering uit Turkije. Tussenuitspraak. Onderzoek heropend om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen aanvullende vragen te stellen aan de Turkse autoriteiten.

77 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.