Europees Verdrag betreffende uitlevering

Huidige tekst

Artikel 15 Europees Verdrag betreffende uitlevering

Geldt sinds 12 april 1982

Verderlevering aan een derde staat Behoudens in het geval bedoeld in het eerste lid onder ( b) van artikel 14, heeft de verzoekende Partij de toestemming van de aangezochte Partij nodig om de persoon die aan haar overgeleverd is en die gezocht wordt door een andere Partij of door een derde staat die geen Partij bij dit Verdrag is, aan die andere Partij of aan die staat uit te leveren ter zake van strafbare feiten, gepleegd voor de overlevering. De aangezochte Partij kan overlegging van de in artikel 12, tweede lid, bedoelde stukken eisen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2000:AA9070Hoge Raad, 19 december 2000 (strafrecht)

    -

  • ECLI:NL:PHR:2000:AA9070Parket bij de Hoge Raad, 19 december 2000 (strafrecht)

    -

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:11267Rechtbank Amsterdam, 5 november 2025 (europees strafrecht)

    Overlevering. Artikel 22 lid 2 OLW. In afwachting van de instemming met verdere overlevering is overleveringsdetentie mogelijk.

  • ECLI:NL:RBAMS:2007:AZ7032Rechtbank Amsterdam, 23 januari 2007 (strafrecht)

    "Executieoverlevering verzocht door Duitsland. Tussenuitspraak. Artikel 6 lid 5 OLW is ook van toepassing op executieoverlevering. De opgeëiste persoon is burger van de EU, maar is niet in het bezit…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.