Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds

CETA

Huidige tekst

Artikel 8.21 CETA

Geldt sinds 30 oktober 2016

Bepaling van verweerder bij geschillen met Europese Unie of haar lidstaten 1 Indien het geschil niet binnen negentig dagen na de indiening van het verzoek om overleg kan worden beslecht, het verzoek betrekking heeft op een vermeende schending van deze overeenkomst door de Europese Unie of door een lidstaat van de Europese Unie en de investeerder voornemens is een verzoek overeenkomstig artikel 8.23 in te dienen, zendt de investeerder aan de Europese Unie een mededeling houdende verzoek om bepaling van de verweerder. 2 In de in lid 1 bedoelde mededeling wordt aangegeven ten aanzien van welke maatregelen de investeerder voornemens is een verzoek in te dienen. 3 De Europese Unie stelt, na de verweerder te hebben bepaald, de investeerder ervan in kennis of de Europese Unie dan wel een lidstaat van de Europese Unie de verweerder is. 4 Indien de investeerder niet van de bepaling van de verweerder in kennis is gesteld binnen vijftig dagen na toezending van zijn mededeling houdende verzoek om bepaling van de verweerder, en: a.het bij de in de mededeling aangegeven maatregelen uitsluitend om maatregelen van een lidstaat van de Europese Unie gaat, dan is deze lidstaat de verweerder; b.de in de mededeling aangegeven maatregelen maatregelen van de Europese Unie omvatten, dan is de Europese Unie de verweerder. 5 De investeerder kan op basis van de bepaling van de verweerder overeenkomstig lid 3 of, indien de bepaling van de verweerder niet aan de investeerder is meegedeeld, met toepassing van lid 4 een verzoek overeenkomstig artikel 8.23 indienen. 6 Indien ingevolge lid 3 of lid 4 de Europese Unie of een lidstaat van de Europese Unie de verweerder is, kan noch de Europese Unie noch de lidstaat van de Europese Unie stellen dat het verzoek niet-ontvankelijk is of dat het Gerecht onbevoegd is, of anderszins bezwaar maken tegen het verzoek of de uitspraak op grond dat verweerder niet op de juiste wijze is bepaald overeenkomstig lid 3 of is vastgesteld overeenkomstig lid 4. 7 Het Gerecht is gebonden aan de bepaling van de verweerder overeenkomstig lid 3 of, indien de bepaling van de verweerder niet aan de investeerder is meegedeeld, de toepassing van lid 4.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.