Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds

CETA

Huidige tekst

Artikel 1.9 CETA

Geldt sinds 30 oktober 2016

Rechten en plichten met betrekking tot water 1 De partijen erkennen dat water in zijn natuurlijke staat, zoals het water in meren, rivieren, reservoirs, waterhoudende grondlagen en waterbekkens, geen goed of product is. Derhalve zijn uitsluitend de hoofdstukken tweeëntwintig (Handel en duurzame ontwikkeling) en vierentwintig (Handel en milieu) op dit water van toepassing. 2 Elke partij heeft het recht haar natuurlijke watervoorraden te beschermen en in stand te houden. Niets in de onderhavige overeenkomst verplicht een partij om het commerciële gebruik van water voor om het even welke doeleinden, met inbegrip van het winnen, het onttrekken of het omleiden ervan voor uitvoer in bulk toe te staan. 3 Indien een partij het commerciële gebruik van een specifieke waterbron toestaat, doet zij dit op een wijze die in overeenstemming is met de onderhavige overeenkomst.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.