Huidige tekst
Artikel 2.7 CETA
Status quo 1 Bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst mag een partij niet bestaande douanerechten op een goed van oorsprong uit de partijen verhogen, en evenmin nieuwe douanerechten op dergelijke goederen instellen. 2 Niettegenstaande lid 1 kan een partij: a.een douanetarief buiten het kader van deze overeenkomst wijzigen op een goed waarvoor geen tariefpreferentie geldt uit hoofde van deze overeenkomst; b.een douanerecht verhogen tot het in haar lijst in bijlage 2-A vastgelegde niveau na een eenzijdige verlaging; of c.een douanerecht handhaven of verhogen zoals toegestaan door deze of een in het kader van de WTO-Overeenkomst gesloten overeenkomst. 3 Niettegenstaande de leden 1 en 2 kan alleen Canada een bijzondere vrijwaringsmaatregel toepassen krachtens artikel 5 van de WTO-Overeenkomst inzake de landbouw. Een bijzondere vrijwaringsmaatregel kan alleen worden toegepast ten aanzien van goederen ingedeeld onder posten met de vermelding „SSG” in de lijst van Canada in bijlage 2-A. Gebruikmaking van een bijzondere vrijwaringsmaatregel is beperkt tot invoer waarvoor geen tariefpreferentie geldt, en wat invoer betreft waarvoor een tariefcontingent geldt, tot invoer die het contingent te boven gaat.