Uitspraak · Strafrecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 24 september 2026
ECLI:NL:GHSHE:2026:2693Zaaknummer 20-002905-25
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 24 september 2026
- Publicatiedatum
- 21 oktober 2026
- Zaaknummer
- 20-002905-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep, Op tegenspraak
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het dealen van harddrugs gedurende de periode van 1 jaar, het voorhanden hebben van cocaïne, MDMA, heroïne en 2C-B en het voorhanden hebben van een stiletto. Vanwege het lucratieve karakter van het bewezenverklaarde dealen en het feit dat de verdachte zich, ondanks herhaaldelijk door de politie met verdovende middelen te zijn aangetroffen, kennelijk steeds opnieuw daarmee heeft ingelaten, acht het hof naast deze gevangenisstraf een geldboete geboden. Van deze geldboete moet een preventieve werking uitgaan. Nu de redelijke termijn in eerste aanleg is geschonden, zal het hof volstaan met de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met aftrek van voorarrest en een geldboete ter hoogte van € 10.000,-, subsidiair 75 dagen hechtenis.
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 01-036754-25 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 01-246423-23 en in de zaak met parketnummer 01-073073-24 en in de zaak met parketnummer 01-114324-24 onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 10.000,00 (tienduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 75 (vijfenzeventig) dagen hechtenis;
verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- een roze Apple iPhone 7, omschrijving: PL2100-2023263138-G2179206;
- een zwarte Apple iPhone 7, omschrijving: PL2100-2023263138-G2179207;
- een sealbag met 44 kleine gripzakjes, afbeelding Pablo Escobar, omschrijving: PL2100-2023089790-G2059208;
- een personenauto Citroen C4, omschrijving: PL2100-2023 181994-2039689;
beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- twee gripzakjes met witte brokjes afbeelding Pablo Escobar, omschrijving: PL2100-2023089790-G2059457;
- vijf gripzakjes met bruin poeder, omschrijving: PL2100-2023089790-G2059451;
- vier rode gripzakjes met wit poeder, omschrijving: PL2100-2023089790-G2059477;
- twee gripzakjes met witte korrels, omschrijving: PL2100-2023089790-G2059469;
gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- een geldbedrag van € 183,10, omschrijving: PL2100-2023181994-2104993;
- een geldbedrag van € 295,--, omschrijving: PL2100-2023263138-2179189;
- een geldbedrag van € 5,--, omschrijving: PL2100-2024008937-2157446;
gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- een geldbedrag van € 635,--, omschrijving: PL2100-2023181994-2104770;
- een geldbedrag van € 1.381,90, omschrijving: PL2100-2024008937-2157443.
Aldus gewezen door:
mr. A.C. Bosch, voorzitter,
mr. R.G.A. Beaujean en mr. H.A.T.G. Koning, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. R.M. Gloudemans, griffier,
en op 24 september 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Parketnummer: 20-002905-25
Uitspraak: 24 september 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
’s-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 19 november 2025 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 01-036754-25 en 01-073073-24, 01-114324-24, 01-246423-23, tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997,
wonende te [adres].
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van parketnummer 01-114324-24 feit 2 en de eendaadse samenloop van parketnummer 01-036754-25 feit 1 met de feiten onder de parketnummers 01-036754-25 feit 2, 01-246423-23, 01-073073-24 en 01-114324-24 feit 1, te weten;
- ‘opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 aanhef en onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd’ (parketnummer 01-036754-25 feit 1);
- ‘opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 aanhef en onder C van de Opiumwet gegeven verbod’ (parketnummer 01-036754-25 feit 2, parketnummer 01-246423-23, parketnummer 01-073073-24, parketnummer 01-114324-24 feit 1),
- ‘handelen in strijd met artikel 13 eerste lid van de Wet wapens en munitie’ (parketnummer 01-114324-24 feit 2),
veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van voorarrest. Voorts zijn diverse in beslaggenomen voorwerpen verbeurd verklaard en onttrokken aan het verkeer.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank ten aanzien van de opgelegde straf zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden met aftrek van voorarrest.
Namens de verdachte is vrijspraak bepleit voor de feiten onder parketnummer 01-036754-25 feit 1, parketnummer 01-073073-24 en parketnummer 01-114324-24 feit 1. Ten aanzien van de overige feiten heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Daarnaast is een strafmaatverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof kan zich op onderdelen niet met het beroepen vonnis verenigen. Om redenen van efficiëntie zal het hof evenwel het gehele vonnis vernietigen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
Zaak met parketnummer 01-036754-25:
1. hij in of omstreeks de periode van 6 maart 2023 tot en met 6 maart 2024 te ’s-Hertogenbosch, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of MDMA en/of amfetamine en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of MDMA en/of amfetamine en/of heroïne, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2. hij op of omstreeks 6 maart 2024 te ’s-Hertogenbosch, althans in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 3 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
Zaak met parketnummer 01-246423-23 (gevoegd):
hij op of omstreeks 27 april 2023 te Vught, althans in Nederland opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 6,46 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
Zaak met parketnummer 01-073073-24 (gevoegd):
hij op of omstreeks 19 augustus 2023 te ’s-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad
- 117,6 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne,
- 5,6 gram MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, en/of
- 2 gram 2C-B, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 2C-B,
zijnde cocaïne, MDMA en/of 2C-B, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
Zaak met parketnummer 01-114324-24 (gevoegd):
1. hij op of omstreeks 12 januari 2024 te ’s-Hertogenbosch, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad:
- ongeveer 176,77 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne,
- ongeveer 6,51 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en/of
- ongeveer 29,77 gram en/of 206 tabletten, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA,
zijnde cocaïne en/of heroïne en/of MDMA, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2. hij op of omstreeks 12 januari 2024 te 's-Hertogenbosch, althans in Nederland, een wapen van categorie I, onder 1° van de Wet wapens en munitie, te weten een stiletto voorhanden heeft gehad.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 01-036754-25 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 01-246423-23 en in de zaak met parketnummer 01-073073-24 en in de zaak met parketnummer
01-114324-24 onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat hij:
Zaak met parketnummer 01-036754-25:
1. in de periode van 6 maart 2023 tot en met 6 maart 2024 in Nederland, meermalen telkens opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of MDMA en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of MDMA en/of heroïne, telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
2. op 6 maart 2024 te ’s-Hertogenbosch opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 3 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
Zaak met parketnummer 01-246423-23 (gevoegd):
op 27 april 2023 te Vught opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 6,46 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
Zaak met parketnummer 01-073073-24 (gevoegd):
op 19 augustus 2023 te ’s-Hertogenbosch opzettelijk aanwezig heeft gehad
- 117,6 gram cocaïne en,
- 5,6 gram MDMA en,
- 2 gram 2C-B,
zijnde cocaïne, MDMA en 2C-B, telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
Zaak met parketnummer 01-114324-24 (gevoegd):
1. op 12 januari 2024 te ’s-Hertogenbosch opzettelijk aanwezig heeft gehad:
- ongeveer 176,77 gram van een materiaal bevattende cocaïne,
- ongeveer 6,51 gram van een materiaal bevattende heroïne en
- ongeveer 29,77 gram en 206 tabletten van een materiaal bevattende MDMA,
zijnde cocaïne en heroïne en MDMA telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
2. op 12 januari 2024 te ’s-Hertogenbosch een wapen van categorie I, onder 1° van de Wet wapens en munitie, te weten een stiletto voorhanden heeft gehad.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Omwille van de leesbaarheid van dit arrest worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aan dit arrest gehechte bewijsmiddelenbijlage. De daarin vervatte bewijsmiddelen maken integraal deel uit van dit arrest.
Bewijsoverwegingen
I.
De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.
Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
II.
De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep ten aanzien van de feiten onder parketnummer 01-036754-25 feit 1, parketnummer 01-073073-24 en parketnummer 01-1144324-24 feit 1 vrijspraak bepleit. Daartoe is – op gronden zoals nader in de pleitnota verwoord – in de kern het volgende aangevoerd.
Ten aanzien van parketnummer 01-073073-24 heeft de verdediging bepleit dat de auto waarin de drugs zijn aangetroffen maar liefst 8 verschillende eigenaren heeft gehad en dat de auto ten tijde van de aanhouding van de verdachte nog niet heel lang op naam van de verdachte stond. Daarnaast heeft de verdachte gelijk medewerking verleend en de politie de auto laten doorzoeken. Volgens de verdediging is er onvoldoende om wetenschap aan de zijde van de verdachte vast te stellen, temeer nu de betreffende drugs zijn aangetroffen in een verborgen ruimte onder de bijrijdersstoel.
Voor feit 1 onder parketnummer 01-036754-25 heeft de verdediging bepleit dat de politieverklaringen van [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3] onvoldoende betrouwbaar zijn en niet bruikbaar zijn als bewijs nu de verklaringen die bij de politie zijn afgelegd tegenstrijdig zijn met de verklaringen zoals deze door deze drie personen bij de rechter-commissaris zijn afgelegd. Daarnaast bevat het dossier naar de mening van de verdediging geen aanwijzingen dat er met/vanuit deze auto, de Mercedes met kenteken [kenteken 1], zou zijn gedeald. De verdachte heeft deze auto slechts incidenteel gebruikt en was niet de enige gebruiker van deze auto.
Met betrekking tot feit 1 onder parketnummer 01-114324-24 heeft de verdediging bepleit dat de verdachte geen wetenschap had van de aanwezigheid van deze drugs in een auto, Volkswagen Polo, die hij had geleend van de heer [getuige 4].
Het hof overweegt daartoe als volgt.
De rechtbank heeft in het vonnis onder ‘Nadere overwegingen van de rechtbank’ de volgende redengevende bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen opgenomen (pagina’s 3 – 4). Het hof neemt deze over en maakt deze tot de zijne. Daar waar nodig heeft het hof de bewijsoverweging van de rechtbank hierna aangevuld.
De verdachte wordt onder parketnummer 01-036754-25 feit 1 kort gezegd verweten dat hij zich in de periode van 6 maart 2023 tot en met 6 maart 2024, schuldig heeft gemaakt aan de handel in harddrugs. Onder parketnummer 01-036754-25 feit 2, alsmede onder de andere parketnummers, wordt verdachte telkens het opzettelijk aanwezig hebben van harddrugs verweten op data die in voornoemde periode vallen. Ten slotte wordt verdachte onder parketnummer 01-114324-24 feit 2 verweten dat hij een stiletto voorhanden heeft gehad.
Uit de inhoud van de bewijsmiddelen blijkt dat in de periode van 6 maart 2023 tot en met 6 maart 2024 bij de verdachte dan wel in zijn directe nabijheid op vijf verschillende tijdstippen handelshoeveelheden van diverse soorten harddrugs, te weten cocaïne, MDMA en heroïne, zijn aangetroffen die staan vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst 1, te weten op 6 maart 2023, 27 april 2023, 19 augustus 2023, 12 januari 2024 en 6 maart 2024. De op die data aangetroffen middelen zijn (indicatief) getest en daaruit is gebleken dat het diverse soorten harddrugs betrof. Het hof merkt daarbij op dat de op 6 maart 2023 aangetroffen middelen alleen indicatief zijn getest. De op 6 maart 2023 aangetroffen middelen waren echter qua vorm en verpakking gelijk aan op de latere data bij de verdachte aangetroffen middelen. Het hof is dan ook van oordeel dat de op 6 maart 2023 bij de verdachte aangetroffen middelen onder meer MDMA bevatten.
Het gegeven dat de verdachte direct zijn medewerking zou hebben verleend aan het doorzoeken van de auto maakt naar het oordeel van het hof niet dat de verdachte geen weet heeft gehad van de aanwezigheid van drugs in de auto. Daarbij merkt het hof op dat de handen van de verdachte ten tijde van de staande houding op 27 april 2023 trilden waarna er op het politiebureau, nadat de verdachte ontkende drugs bij zich te hebben, diverse hoeveelheden drugs in de onderbroek van de verdachte werden aangetroffen. Ook op 19 augustus 2023 vertoonde de verdachte verdacht gedrag ten tijde van de staande houding ondanks het gegeven dat hij toestemming gaf voor het doorzoeken van het voertuig. Zo begon de verdachte tijdens het gesprek met de verbalisanten hevig te transpireren, bewoog hij zich onrustig heen en weer en stond hij de verbalisanten met een trillende stem te woord. Vorenstaande zijn indicaties dat de verdachte heeft geweten dat hij iets bij zich had wat hij niet bij zich mocht hebben.
Dat de verborgen harddrugs van een ander dan de verdachte zijn, acht het hof niet aannemelijk geworden. Zo worden in twee verschillende auto’s, op eenzelfde wijze verborgen in de rugleuning van de bijrijdersstoel en/of bestuurdersstoel, grote hoeveelheden drugs aangetroffen. Een van de auto’s, de Citroën C4 Cactus, was ten tijde van de staande houding eigendom van de verdachte en hij was de gebruiker van deze auto. Dat deze auto ook door anderen werd gebruikt en dat zij drugs in de auto hebben verstopt, waarna deze de auto weer geretourneerd hebben aan de verdachte, acht het hof gelet op de straatwaarde van de aangetroffen drugs in de auto (zeer) onaannemelijk. In de tweede auto, een blauwe Volkswagen Polo, die reeds eerder in eigendom is geweest bij de verdachte en die hij ten tijde van de staande houding al meerdere dagen onder zich had, is op exact dezelfde wijze een grote hoeveelheid drugs, geld, een telefoon en een stiletto verborgen. Dat de verdachte deze auto slechts heeft geleend en geen weet heeft gehad van onder andere de drugs in de auto, acht het hof eveneens (zeer) onaannemelijk nu de eigenaar van de drugs deze grote hoeveelheden niet in de auto zou laten liggen, terwijl deze er zelf niet bij kan.
Ten aanzien van deze tweede auto, in eigendom van [getuige 4], heeft de verdediging het voorwaardelijk verzoek gedaan om [getuige 4] als getuige te mogen horen. Het hof overweegt hiertoe als volgt. Het hof heeft de verklaring van [getuige 4] niet gebezigd tot het bewijs voor de bewezenverklaring van feit 1 onder parketnummer 01-114324-24. Bovendien acht het hof, anders dan de raadsman, de door [getuige 4] afgelegde verklaring niet beslissend voor een bewezenverklaring van hetgeen ten laste is gelegd, nu de getuige heeft verklaard dat hij op 8 december 2023 de auto met kentekennummer [kenteken 2] van de verdachte heeft gekocht en dat hij deze auto slechts enkele dagen in gebruik heeft gehad waarna hij de auto bij verdachte heeft ingeleverd teneinde deze te laten repareren. De getuige heeft tevens verklaard: “Ik wist niet dat er met mijn auto gereden werd. Ik weet dus ook niet wie er allemaal in mijn auto reed.”
Naar het oordeel van het hof kan de getuige redelijkerwijs niet uit eigen waarneming verklaren wie op 12 januari 2024 in de auto reed en aan wie de in de auto aangetroffen drugs toebehoorden. Nu redelijkerwijs moet worden uitgesloten dat deze getuige uit eigen waarneming iets over bedoelde punten zou kunnen verklaren, is de verdediging door het niet horen van de getuige niet in haar belangen geschaad.
De verdediging wenst de getuige ook te confronteren met de stelling van de verdachte en de verklaring van getuige [getuige 5] dat verdachte de auto zou hebben geleend. Nog onverlet dat de getuige [getuige 5] in dat verband niet de naam van [getuige 4] heeft genoemd, acht het hof zoals hiervoor overwogen niet aannemelijk dat [getuige 4] of een ander de auto zou hebben uitgeleend met daarin achterlatend de aangetroffen harddrugs. Het horen van [getuige 4] is dan ook niet relevant, laat staan noodzakelijk te achten en het verzoek daartoe wordt derhalve afgewezen.
Gelet op de hoeveelheid die de verdachte op de momenten van aantreffen in zijn bezit had, inclusief dat wat verstopt was in de auto’s, is het hof van oordeel dat het hier niet kan gaan om harddrugs voor enkel eigen gebruik. Daar komt bij dat bij de verborgen harddrugs ook telefoons en geld zijn aangetroffen die duiden op de handel in harddrugs. Dat de verdachte handelde in harddrugs wordt naar het oordeel van het hof ondersteund door andere bewijsmiddelen.
Zo volgt uit een analyse van een tweetal bij de verdachte aangetroffen telefoons dat de verdachte met deze telefoons onder de naam ‘ [naam] ’ in de tenlastegelegde periode berichten heeft verstuurd die betrekking hadden op de verkoop van harddrugs aan minimaal 34 unieke contacten. Drie van voornoemde contacten, te weten [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3], zijn als getuigen gehoord, eerst door de politie in maart/mei 2024, en op 2 juli 2025 door de rechter-commissaris. Deze getuigen hebben bij de politie verklaard in de periode van 6 maart 2023 tot en met 6 maart 2024 verdovende middelen (cocaïne) van [naam] te hebben gekocht.
De verdediging heeft de betrouwbaarheid van de verklaringen van deze getuigen betwist, waarbij de verdediging heeft gewezen op de verklaringen die de getuigen op 2 juli 2025 bij de rechtercommissaris hebben afgelegd. Op onderdelen wijken de door de getuigen bij de rechtercommissaris afgelegde verklaringen af van de verklaringen die zij een jaar eerder bij de politie hebben afgelegd.
Het hof verwerpt dit verweer. Het gegeven dat de getuigen bij de rechter-commissaris op onderdelen anders hebben verklaard, doet naar het oordeel van het hof niet af aan de betrouwbaarheid en bruikbaarheid van de verklaringen die zij eerder bij de politie hebben afgelegd.
Gelet op het tijdsverloop tussen het tenlastegelegde en het afleggen van de verschillende
verklaringen, alsmede op de persoonlijke omstandigheden van de getuigen (drugsverslaafd/ ziek), acht het hof het voorstelbaar dat herinneringen en details met betrekking tot het kopen van drugs na ruim een jaar zijn vervaagd. Bovendien verklaren de getuigen wel consistent wat betreft de koop van drugs bij ‘ [naam] ’. Getuige [getuige 1] is bij de rechter-commissaris bij zijn verklaring dat hij gedurende twee jaar cocaïne heeft gekocht van ‘ [naam] ’ gebleven. Desgevraagd heeft [getuige 2] bij de rechter-commissaris bevestigd dat hij bij [naam] drugs heeft gekocht, maar zijn herinneringen daaraan zijn vaag als gevolg van drugsmisbruik. Gevraagd naar het kopen van drugs bij ‘ [naam] ’, heeft [getuige 3] bij de rechter-commissaris verklaard dat het eigenlijk een vriendin was die bij ‘hem’ (het hof begrijpt: [naam]) kocht.
Het hof gaat bij de beoordeling van het tenlastegelegde dan ook uit van de verklaringen die door de getuigen bij de politie zijn afgelegd. Het hof acht deze verklaringen het meest betrouwbaar omdat die kort na het tenlastegelegde zijn afgelegd en dat de kans dat de inhoud van die verklaringen op enigerlei wijze is beïnvloed door van binnen of buiten komende feiten of omstandigheden om die reden beperkt is.
Ten slotte stelt het hof vast dat de verdachte geen aannemelijke verklaring heeft gegeven voor – onder andere – de aanwezigheid van handelshoeveelheden drugs in zijn nabijheid, de aanwezigheid en inhoud van een veelheid aan mobiele telefoons, en het verbergen van deze goederen in zijn kleding, of in de kleding van een metgezel die zich in zijn gezelschap bevond dan wel in een verborgen ruimte in de auto die de verdachte op momenten dat hij werd aangehouden in gebruik had.
Evenmin heeft de verdachte een aannemelijke verklaring gegeven voor de aanwezigheid van een grote hoeveelheid gripzakjes en andere drugsgerelateerde zaken in de (berging van de) woning waar hij verbleef.
Op grond van de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden – in samenhang en in onderling verband beschouwd met de overige inhoud van de bewijsmiddelen – is het hof van oordeel dat het handelen van de verdachte naar de uiterlijke verschijningsvorm gericht was op de aanwezigheid en de verkoop van verdovende middelen.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het in de zaak met parketnummer 01-036754-25 onder 1 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.
Het in de zaak met parketnummer 01-036754-25 onder 2 en in de zaak met parketnummer 01-246423-23 en in de zaak met parketnummer 01-073073-24 en in de zaak met parketnummer 01-114324-24 onder 1 bewezenverklaarde wordt telkens als volgt gekwalificeerd:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.
Het in de zaak met parketnummer 01-114324-24 onder 2 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen sancties
Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het dealen van harddrugs gedurende de periode van 1 jaar, het voorhanden hebben van cocaïne, MDMA, heroïne en 2C-B en het voorhanden hebben van een stiletto. Harddrugs worden verhandeld slechts omwille van het financiële gewin en dat in beginsel telkens ten koste van de gezondheid van de gebruikers daarvan. Bovendien gaat de handel in verdovende middelen gepaard met verschillende vormen van ondermijnende criminaliteit en niet te onderschatten overlast, waardoor de samenleving ernstige schade wordt berokkend. De verdachte heeft zich van dat alles kennelijk geen rekenschap gegeven en slechts gehandeld uit het oogpunt van eigen financieel gewin. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard.
Het hof heeft acht geslagen op het uittreksel uit de Justitiële Documentatie, d.d. 22 juni 2026, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte, waaruit blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor een soortgelijk delict. Het hof weegt die omstandigheid ten nadele van de verdachte bij de strafoplegging mee.
Voorts heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken. De verdachte heeft verklaard dat hij geen schulden heeft en dat het nu goed met hem gaat. Hij is inmiddels een jaar niet meer in aanraking gekomen met politie en justitie en heeft goede toekomstplannen waar hij mee bezig is.
Het hof neemt als uitgangspunt de binnen de zittende magistratuur ontwikkelde LOVS-oriëntatiepunten ten aanzien van het dealen van harddrugs vanuit een pand en/of op straat gedurende een periode van 6 tot 12 maanden. De oriëntatiepunten indiceren een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden. Het hof is van oordeel dat, gelet op de ernst van het bewezenverklaarde, de straffen die in soortgelijke gevallen door dit hof worden opgelegd en in verband met een juiste normhandhaving, niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Vanwege het lucratieve karakter van het bewezenverklaarde dealen en het feit dat de verdachte zich, ondanks herhaaldelijk door de politie met verdovende middelen te zijn aangetroffen, kennelijk steeds opnieuw daarmee heeft ingelaten, acht het hof naast deze gevangenisstraf een geldboete geboden. Van deze geldboete moet een preventieve werking uitgaan.
In beginsel acht het hof, gelet op de ernst van het feit en de periode waarin dit feit is gepleegd, een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden met aftrek van voorarrest en daarnaast een geldboete ter hoogte van € 10.000,-, subsidiair 75 dagen hechtenis, passend en geboden.
Het hof stelt voorop dat elke verdachte recht heeft op een openbare behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn. Deze waarborg strekt er onder meer toe te voorkomen dat een verdachte langer dan redelijk is onder de dreiging van een strafvervolging zou moeten leven.
In beginsel heeft als redelijke termijn te gelden dat de rechtbank binnen 2 jaren nadat de termijn een aanvang heeft genomen – in casu de datum van de eerste inverzekeringstelling van de verdachte in de zaak met parketnummer 01-246423-23 op 27 april 2023 – vonnis wijst. Nu de rechtbank op 19 november 2025 vonnis heeft gewezen, is de redelijke termijn bij de behandeling in eerste aanleg met meer dan 6 maanden overschreden. Er is geen rechtvaardiging voor deze overschrijding.
In hoger beroep is de redelijke termijn niet overschreden.
Zoals hiervoor overwogen zou zonder schending van de redelijke termijn een gevangenisstraf voor de 10 maanden met aftrek van voorarrest en daarbij een geldboete ter hoogte van € 10.000,-, subsidiair 75 dagen hechtenis passend zijn geweest. Nu de redelijke termijn in eerste aanleg is geschonden, zal het hof volstaan met de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met aftrek van voorarrest en een geldboete ter hoogte van € 10.000,-, subsidiair 75 dagen hechtenis.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
Beslag
Het hof is van oordeel dat de in beslag genomen voorwerpen te weten twee telefoons, een sealbag met 44 lege gripzakjes en de Citroën C4, vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, omdat zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting dit voorwerpen zijn met behulp waarvan een of meer van de bewezenverklaarde feiten is begaan en deze voorwerpen ten tijde van het begaan van deze feiten aan de verdachte toebehoorden.
Het hof zal overgaan tot verbeurdverklaring en heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken.
De hierna in het dictum te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten diverse gripzakjes met harddrugs/poeders, zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, nu het bewezenverklaarde met betrekking tot deze voorwerpen is begaan dan wel die voorwerpen bij gelegenheid van het onderzoek naar het door de verdachte begane feit zijn aangetroffen en kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten, en zij telkens van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en/of het algemeen belang.
Van de hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, de aangetroffen geldbedragen in de verborgen ruimtes van de auto’s, volgens opgave van verdachte niet aan hem toebehorend, zal het hof de bewaring ten behoeve van de rechthebbende(n) gelasten.
Het overige onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven geld, zal aan de verdachte worden teruggegeven.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 23, 24, 24c, 33, 33a, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.
BESLISSING
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 01-036754-25 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 01-246423-23 en in de zaak met parketnummer 01-073073-24 en in de zaak met parketnummer 01-114324-24 onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 10.000,00 (tienduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 75 (vijfenzeventig) dagen hechtenis;
verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- een roze Apple iPhone 7, omschrijving: PL2100-2023263138-G2179206;
- een zwarte Apple iPhone 7, omschrijving: PL2100-2023263138-G2179207;
- een sealbag met 44 kleine gripzakjes, afbeelding Pablo Escobar, omschrijving: PL2100-2023089790-G2059208;
- een personenauto Citroen C4, omschrijving: PL2100-2023 181994-2039689;
beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- twee gripzakjes met witte brokjes afbeelding Pablo Escobar, omschrijving: PL2100-2023089790-G2059457;
- vijf gripzakjes met bruin poeder, omschrijving: PL2100-2023089790-G2059451;
- vier rode gripzakjes met wit poeder, omschrijving: PL2100-2023089790-G2059477;
- twee gripzakjes met witte korrels, omschrijving: PL2100-2023089790-G2059469;
gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- een geldbedrag van € 183,10, omschrijving: PL2100-2023181994-2104993;
- een geldbedrag van € 295,--, omschrijving: PL2100-2023263138-2179189;
- een geldbedrag van € 5,--, omschrijving: PL2100-2024008937-2157446;
gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- een geldbedrag van € 635,--, omschrijving: PL2100-2023181994-2104770;
- een geldbedrag van € 1.381,90, omschrijving: PL2100-2024008937-2157443.
Aldus gewezen door:
mr. A.C. Bosch, voorzitter,
mr. R.G.A. Beaujean en mr. H.A.T.G. Koning, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. R.M. Gloudemans, griffier,
en op 24 september 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 13 WWM meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 4 PBW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 23 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 24 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 24c Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 33 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 33a Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 57 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 63 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 2 Opw meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 10 Opw meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 55 WWM meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 27 Sr meer uitspraken over dit artikel
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.