Aanhef
Besluit van burgemeester en wethouders van de gemeente Drechterland tot vaststelling van de Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Drechterland 2026.
gelezen het advies van de Burgemeester en wethouders van de gemeente Drechterland van d.d. 9 december 2025;
gelet op artikel 35 en 36 Participatiewet;
bijzondere bijstand verstrekt aan inwoners met een inkomen en vermogen rond bijstandsniveau;
inwoners ondersteunt om in de bijzondere noodzakelijke kosten van het bestaan te kunnen voorzien;
het nodig is om vast te stellen in welke gevallen bijzondere bijstand kan worden verleend;
besluiten vast te stellen de:
Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Drechterland 2026
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen
1In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
a.Belanghebbende: de inwoner die bijzondere bijstand aanvraagt;
b.Bijstand om niet: bijstand die in principe niet terugbetaald hoeft te worden;
c.Bijstandsnorm/ bijstandsgrens: de bijstandsnorm zoals genoemd in paragraaf 3.2 van de Participatiewet. Er wordt altijd gekeken naar de toepasselijke bijstandsnorm;
d.Bijzondere kosten: de uit de bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan, als bedoeld in artikel 35 van de Participatiewet;
e.College: college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Drechterland;
f.Draagkracht: draagkracht is dat deel van het inkomen en vermogen boven de gestelde grenzen. Met de draagkracht dient de inwoner (deels) zelf in de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd te voorzien;
g.Draagkrachtperiode: de periode waarover de draagkracht is vastgesteld. Dit betreft in principe een periode van 12 maanden vanaf de eerste van de maand waarin de aanvraag om bijzondere bijstand is ingediend;
h.Duurzame gebruiksgoederen: Goederen die niet snel slijten en een levensduur hebben van meerdere jaren, bijvoorbeeld een koelkast of een wasmachine;
i.Eerstegraads familielid: Een eerstegraads familielid is een directe bloedverwant of partner. Dit omvat ouders, kinderen, en partners (echtgenoot/echtgenote, geregistreerd partner of samenwonende partner). Ook schoonouders, schoonzonen en schoondochters vallen onder de eerstegraads familieleden, evenals adoptie- en stiefouders en –kinderen;
j.Gezin: het gezin zoals bedoeld in artikel 4 lid c Participatiewet;
k.Inburgeraar: De inwoner afkomstig uit het buitenland die moet inburgeren op grond van de Wet Inburgering 2021.
l.Incidentele bijzondere bijstand: Bijzondere bijstand voor kosten die eenmalig voorkomen en niet structureel zijn.
m.Inkomensgrens: 120% van de bijstandsnorm.
n.Inwoner: de persoon die ingeschreven staat zijnde woonadres in de gemeente dan wel het hoofdverblijf heeft in de gemeente;
o.Jaardraagkracht: de draagkracht per maand omgerekend naar jaar (12 maanden).
p.Leenbijstand: Bijstand wordt verstrekt in de vorm van een renteloze lening waar een terugbetalingsverplichting aan vast zit;
q.Nabestaanden: eerstegraads familieleden.
r.Nibud prijzengids: de door het Nibud uitgegeven prijzengids met richtbedragen voor bijzondere bijstand;
s.Peildatum: de aanvraagdatum of de dag waarop het recht ingaat;
t.Periodieke bijzondere bijstand: bijzondere bijstand voor kosten die maandelijks terugkomen. Bijvoorbeeld de kosten van bewindvoering;
u.Student: de persoon die onderwijs volgt waarvoor hij op enig moment tijdens dat onderwijs in aanmerking kan komen voor studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of de persoon die een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs in de beroepsbegeleidende leerweg volgt;
v.Vergunninghouder: de asielzoekers die een verblijfsvergunning heeft gekregen en daardoor officieel erkend is als iemand die in Nederland mag blijven. Vergunninghouders worden ook wel statushouders genoemd;
w.Vermogensgrens: de vermogensgrens zoals bedoeld in artikel 34 lid 3 Participatiewet.
x.VTLB: vrij te laten bedrag volgens de ReCoFa rekenmethode;
y.WerkSaam: de Gemeenschappelijke Regeling WerkSaam Westfriesland;
z.Woonlasten: de kosten van huur of hypotheek, energie, gas, water en gemeentebelastingen.
2De begrippen die in deze beleidsregel worden gebruikt en niet nader zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet.
Artikel 2 Aanvragen
1Bijzondere bijstand kan op aanvraag of ambtshalve worden verstrekt.
2Het college neemt alleen aanvragen in behandeling wanneer deze zijn ingediend door middel van een door het college beschikbaar gesteld digitaal of schriftelijk aanvraagformulier.
3Bijzondere bijstand wordt in beginsel aangevraagd voordat de kosten zich voordoen.
Artikel 3 Voorliggende voorziening
Er bestaat geen recht op bijstand als een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening, zoals omschreven in artikel 15 van de Participatiewet. Het gaat dan om een voorziening die, gezien haar aard en doel wordt geacht toereikend en passend te zijn. Het recht op bijstand strekt zich evenmin uit tot kosten die in de voorliggende voorziening als niet noodzakelijk worden aangemerkt.
Artikel 4 Voorwaarden
1Belanghebbende dient te voldoen aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 11 en artikel 35 van de Participatiewet alsmede de voorwaarden omschreven in deze beleidsregel.
2Belanghebbende voldoet niet aan de voorwaarden in artikel 13 Participatiewet.
3Inwoner zijn van de gemeente Drechterland.
4Voldoen aan het beoordelingskader en de inkomens- en vermogensvoorwaarden zoals gesteld in hoofdstuk 2 en 3 van deze beleidsregel.
Artikel 5 Hoogte bijzondere bijstand
1De hoogte van de bijzondere bijstand wordt bepaald door de hoogte van de draagkracht als genoemd in hoofdstuk 2 van deze beleidsregel en de hoogte van de kosten waarvoor belanghebbende bijzondere bijstand aanvraagt.
2De hoogte van de bijzondere bijstand is nooit hoger dan de goedkoopst adequate voorziening. Voor reis- of vervoerskosten betekent dit dat vergoeding op basis van het goedkoopste (openbaar) vervoer toereikend is.
3Voor alle andere kosten wordt gekeken naar de NIBUD prijzengids.
Artikel 6 Duur bijstandsverlening
Periodieke bijzondere bijstand wordt in principe toegekend voor de periode van maximaal 12 maanden.
Artikel 7 Vorm van bijstand
1Het college verstrekt de bijzondere bijstand in beginsel om niet, artikel 48 lid 1 Participatiewet, tenzij in deze beleidsregel anders bepaald.
2In de gevallen genoemd in artikel 48 lid 2 Participatiewet wordt de bijzondere bijstand in de vorm van een renteloze geldlening verstrekt.
3Bijzondere bijstand voor een babyuitzet en inrichtingskosten wordt verstrekt in de vorm van leenbijstand.
4Bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen kan zowel in de vorm van leenbijstand als om niet worden verstrekt, artikel 51 lid 1 Participatiewet.
5Indien leenbijstand wordt verstrekt dient de bijstand te worden terugbetaald. De terugbetaling van de leenbijstand loopt via WerkSaam. Hierbij wordt de Beleidsregel verhaal, terug- en invordering en kwijtschelding WerkSaam Westfriesland gevolgd.
6Wanneer iemand in een schuldentraject zit en het aangaan van een nieuwe schuld het traject frustreert, kan in plaats van leenbijstand, bijstand om niet worden verstrekt.
Artikel 8 Bijstand met terugwerkende kracht
1In beginsel verbiedt artikel 44, lid 1 Participatiewet bijstandsverlening vanaf een eerdere datum dan de datum waarop belanghebbende zich heeft gemeld voor bijstandsverlening.
2Op grond van artikel 44 lid 5 Participatiewet kan bijzondere bijstand, indien individuele gevallen daartoe noodzaken, met drie maanden terugwerkende kracht worden toegekend.
3Bij verlening van bijzondere bijstand met terugwerkende kracht moet de noodzaak nog kunnen worden vastgesteld.
4Voor de kosten van bewindvoering, mentorschap, curatele, griffiekosten, advocaatkosten en reiskosten naar taalles voor het inburgeringsdiploma zoals in deze beleidsregel staat beschreven is bijzondere bijstand met terugwerkende kracht tot maximaal drie maanden standaard mogelijk. Het is daarbij niet van belang of deze kosten al zijn voldaan.
Artikel 9 Drempelbedrag
Het college maakt geen gebruik van een drempelbedrag zoals genoemd in artikel 35 lid 2 Participatiewet.
Artikel 10 Bestedingsverplichting
1Bijzondere bijstand dient te worden besteed aan het doel waarvoor het is verstrekt. Het college kan dit controleren aan de hand van betaalbewijzen. Belanghebbende dient de bewijsstukken te bewaren tot drie maanden na afloop van het kalenderjaar waarin de bijdrage is verstrekt. Indien blijkt dat de bijdrage niet doelmatig of overeenkomstig de voorwaarden is besteed, kan het college overgaan tot gehele of gedeeltelijke terugvordering.
2Voor het inrichtingskrediet geldt dat over 50% van het bedrag betaalbewijzen moeten worden overgelegd.
3De babyuitzet, bewindvoering en een fiets hoeven niet gedeclareerd te worden.
4Betaalbewijzen dienen binnen drie maanden na datum toekenning te worden overgelegd. Een uitzondering hierop zijn de kosten voor het inburgeringsexamen, deze moeten binnen drie maanden na datum examen worden ingediend.
5Indien de betaalbewijzen later dan drie maanden na datum toekenningsbeschikking worden ingediend wordt er niet overgegaan tot uitbetaling.
6Declaratie geschiedt op het daarvoor door het college beschikbaar gestelde declaratieformulier.
Artikel 11 Medisch advies
Voor een aantal kostensoorten is het noodzakelijk om een medisch advies op te vragen bij de door de gemeente gecontracteerde partij om de noodzaak of de frequentie dan wel hoogte van de kosten vast te kunnen stellen. Een medisch advies wordt enkel opgevraagd wanneer de noodzaak, hoogte of frequentie van de kosten niet op een andere manier vast te stellen is.
Artikel 12 Terugvordering
Indien de bijstand onterecht of onrechtmatig is verstrekt wordt in beginsel teruggevorderd, overeenkomstig paragraaf 6.4 van de Participatiewet.
Artikel 13 Zeer dringende redenen
Het college kan, op grond van artikel 16 Participatiewet, aan een persoon die geen recht op bijstand heeft, gelet op alle omstandigheden, bijstand kan verlenen indien zeer dringende redenen daartoe noodzaken.
Artikel 14 Maatwerk
In voorkomende gevallen kan er maatwerk worden verleend en van bovenstaande worden afgeweken.