Artikel 1. Begrippen
1Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet (GW).
2In deze verordening wordt verstaan onder:
a.college: het college van burgemeester en wethouders van De Fryske Maren;
b.IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
c.IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
d.Bbz 2004: Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004;
e.Wet SUWI: Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
f.uitkering: algemene bijstand op grond van de Participatiewet
of een uitkering op grond van de IOAW en de IOAZ;
g.uitkeringsnorm: de toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5
onderdeel c van de Participatiewet, of, voor zover sprake is van een IOAW of IOAZ uitkering, de grondslag van de uitkering als bedoeld in artikel 5 IOAW respectievelijk artikel 5 IOAZ;
Artikel 2. Recht op bijzondere bijstand
1Algemene bepalingen
a.Geen ondersteuning mogelijk vanuit het eigen sociaal netwerk
Bijzondere bijstand is in principe mogelijk als belanghebbende redelijkerwijs geen beroep kan doen op ondersteuning vanuit het eigen sociale netwerk. Bij het beoordelen van het recht wordt onderzocht of het sociale netwerk van belanghebbende, in relatie tot de kosten, een rol kan spelen in het beperken of voorkomen van bijzondere bijstand.
b.De kosten moeten bijzonder zijn
De bijzondere individuele situatie van de belanghebbende en/of zijn gezin bepaalt of kosten als bijzonder kunnen worden aangemerkt. Ook door medische of sociale omstandigheden kunnen kosten als bijzonder worden aangemerkt.
c.De kosten moeten noodzakelijk zijn
Het is alleen mogelijk bijzondere bijstand te verlenen voor noodzakelijke kosten. Dit ter onderscheiding van wenselijke kosten. Om de noodzaak te bepalen, kan het collegeadvies bij een externe deskundige inwinnen. In artikel 14 Participatiewet worden een aantal kosten genoemd die in ieder geval niet noodzakelijk zijn.
d.Oorzaak komt voort uit individuele omstandigheid
De in deze beleidsregels genoemde kosten kunnen, voor zover zij voldoen aan de nadere bepalingen die in deze regels zijn opgenomen, worden gezien als uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van bestaan die naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit het inkomen en vermogen, zoals genoemd in aanmerking voor bijstandsverlening, conform de bepalingen die ter zake in de beleidsregels zijn opgenomen.
e.De kosten kunnen niet door de belanghebbende zelf worden betaald
Het college heeft in het kader van de bijzondere bijstand volledige vrijheid in de vaststelling van de draagkracht. Dit betekent dat het college zelf kan bepalen welk deel van de middelen bij de vaststelling van de draagkracht in aanmerking wordt genomen. In deze beleidsregels worden richtlijnen vastgesteld hoe om te gaan met het bepalen van het inkomen en het vermogen.
f.Vergoeding van de kosten
Door het aanvullende karakter en de vangnetfunctie van de wet, ligt ook het niveau van de voorzieningen op het niveau van het minimum. Dat wil zeggen dat de meest goedkope en eenvoudige voorziening die een adequate oplossing biedt voor noodzakelijke kosten, als passend wordt geacht.
g.Besparingskosten
Besparingskosten zijn kosten die als algemeen gebruikelijk beschouwd kunnen worden. Dit zijn kosten die een inwoner ook maakt als er geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn of waren. Bij een aanvraag om bijzondere bijstand, wordt nagegaan of er sprake is van besparingskosten. Van besparingskosten is bijvoorbeeld sprake bij orthopedisch schoeisel. Want iedereen besteedt van tijd tot tijd geld aan schoenen. De besparingskosten worden in mindering gebracht op de hoogte van de bijzondere bijstand. De hoogte van deze besparingskosten wordt vastgesteld op basis van het bedrag dat hiervoor in de Nibud prijzengids is vermeld.
h.Voorliggende voorziening
Er bestaat geen recht op bijzondere bijstand als er sprake is van een voorliggende voorziening, die voor een belanghebbende en/of zijn gezin gezien haar aard en doel passend en toereikend kan worden geacht.
i.Vorm bijzondere bijstand
De bijzondere bijstand wordt verstrekt als een uitkering om niet, tenzij anders bepaald in deze beleidsregels en/of naar het oordeel van het bestuur ten aanzien van belanghebbende zich omstandigheden voordoen als bedoeld in artikel 48, lid 2 Participatiewet.
j.Eigen risico zorgverzekering
Voor het eigen risico in de zorgverzekering wordt geen bijzondere bijstand verstrekt. Het verplichte eigen risico is een algemene maatregel die geldt voor alle verzekerden. Als men er daarnaast voor heeft gekozen een vrijwillig een hoger eigen risico af te sluiten, komt ook deze niet in aanmerking voor bijzondere bijstand.
k.Wettelijke eigen bijdrage
Voor veel voorzieningen geldt een (inkomensafhankelijke) wettelijke eigen bijdrage. Denk aan de eigen bijdrage die vanuit de Wmo 2015 worden opgelegd voor maatwerkvoorzieningen, zoals bij hulp bij het huishouden.
l.Inkomensafhankelijke bijdrage
Vergoeding van de inkomensafhankelijke eigen bijdragen is niet mogelijk. Bovendien wordt vanuit de Collectieve ziektekostenverzekering Minima in deze kosten voorzien. Deelname aan deze collectieve aanvullende verzekering staat open voor personen met een inkomen tot 130% van de toepasselijke bijstandsnorm en weinig vermogen. Voor wettelijke eigen bijdragen wordt (zowel niet- als wel inkomensafhankelijke) geen bijzondere bijstand verleend.
2Moment van aanvragen bijzondere bijstand (terugwerkende kracht)
Het wettelijke uitgangspunt is dat een aanvraag voor bijzondere bijstand ingediend moet zijn voordat de kosten zijn gemaakt. Als de aanvraag ingediend wordt nadat de kosten zijn gemaakt, geldt het afwegingskader beschreven in artikel 3 van de Beleidsregels terugwerkende kracht bij bijstandsverlening gemeente De Fryske Marren
Uit praktische overwegingen kan een aanvraag nog worden ingediend voor kosten die tot maximaal drie maanden voor de aanvraagdatum zijn opgekomen. Deze zogenaamde terugwerkende kracht beperkt zich tot kosten waarvan de noodzaak nog kan worden aangetoond.
Voorwaarde is dat de inwoner ten tijde van het ontstaan van de kosten niet over voldoende middelen beschikte. De terugwerkende kracht geldt in ieder geval niet voor de kosten van woninginrichting, omdat dit kosten zijn waarvan de noodzaak moeilijk aangetoond kan worden als de kosten eenmaal gemaakt zijn. Wanneer een inwoner een aanvraag indient voor kosten die langer dan drie maanden geleden zijn opgekomen, dan wel gemaakt, moet altijd onderzocht worden of er bijzondere omstandigheden dan wel dringende redenen zijn die bijstandsverlening rechtvaardigen.
Artikel 3. Hoogte van de bijstand
De hoogte van de bijzondere bijstand wordt bepaald door de hoogte van de kosten en de aanwezige draagkracht.
1In aanmerking te nemen middelen voor draagkracht
a.Inkomen
Het inkomen wordt op dezelfde wijze vastgesteld als bij de algemene bijstand, conform de artikelen 31, 32 en 33 van de Participatiewet. Van het in aanmerking te nemen inkomen worden de middelen genoemd in artikel 31 lid 2 van de Participatiewet niet tot het draagkrachtinkomen van de belanghebbende gerekend, met uitzondering van de huurtoeslag indien de aanvraag bijzondere bijstand betrekking heeft op de woonkosten.
Peildatum draagkrachtinkomen
Uitgangspunt is het periodieke inkomen over de maand direct voorafgaand aan de maand waarin de aanvraag wordt gedaan. Wanneer de inkomsten maandelijkse wisselen wordt uitgegaan van het gemiddelde inkomen over de afgelopen zes maanden direct voorafgaand aan de maand waarin de aanvraag wordt gedaan. Het (periodieke) inkomen wordt omgerekend naar een netto jaarinkomen.
b.Vermogen
De vermogensgrens wordt voor de bijzondere bijstand afwijkend vastgesteld. De vermogensgrens bedraagt 50% van de toepasselijke vermogensgrens uit artikel 34 Participatiewet plus eenmaal de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Gespaard vermogen tijdens de bijstand wordt niet vrijgelaten. Middelen die door de aanvrager zijn ontvangen via compensatieregelingen (bijvoorbeeld in verband met de Toeslagenaffaire) worden wel vrijgelaten. In de woning gebonden vermogen voor zover dit minder bedraagt dan vastgestelde norm wordt vrijgelaten.
2Draagkrachtpercentages
De draagkrachtberekening bestaat uit twee onderdelen. Draagkracht in vermogen en draagkracht in inkomen.
a.Draagkrachtpercentage naar vermogen
Al het vermogen boven 50% van de geldende vermogensgrens plus eenmaal de van toepassing zijnde bijstandsnorm wordt voor 100% in aanmerking genomen. Vermogen dat is gespaard tijdens de bijstand wordt niet vrijgelaten. Dit geldt voor alle kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd, alsmede voor de minimaregelingen, behalve voor de individuele inkomenstoeslag. De vermogensgrens voor de individuele inkomenstoeslag is geregeld in artikel 36 Participatiewet. Van het saldo op de lopende rekening wordt niet maximaal eenmaal de toepasselijke bijstandsnorm in mindering gebracht.
b.Draagkrachtpercentage naar inkomen
Als het netto inkomen inclusief vakantietoeslag:
•lager is dan 130% van de toepasselijke bijstandsnorm (incl. de kostendelersnorm) incl. vakantietoeslag, dan is er geen draagkracht;
•hoger is dan 130% van de toepasselijke bijstandsnorm (incl. de kostendelersnorm) incl. vakantietoeslag dan is de draagkracht 50% van het inkomen dat boven de grens van 130% uitkomt.
•lager is dan 130% van de
c.Kostensoorten afwijkend draagkrachtregime
Wanneer het een aanvraag betreft voor kosten die naar hun aard behoren tot de algemene noodzakelijke kosten van het bestaan of als er sprake is van een aanvraag voor de kosten van bewindvoering, mentorschap en curatele, dan geldt het afwijkend draagkrachtregime als bedoeld onder d. Het gaat hierbij in ieder geval om de volgende kostensoorten:
d.aanschaf van noodzakelijke duurzame gebruiksgoederen en woninginrichting;
e.woonkostentoeslag, woonkosten die niet uit de norm kunnen worden betaald.
f.aanvullende bijstand voor jongeren van 18 tot 21 jaar die noodzakelijkerwijs zelfstandig wonen.
g.Afwijkend draagkrachtregime
Als het inkomen incl. vakantietoeslag hoger is dan 100% van de toepasselijke bijstandsnorm incl. vakantietoeslag (incl. de kostendelersnorm) dan wordt al het meerdere inkomen dat boven deze grens uitkomt voor 100% in aanmerking genomen als draagkracht.
h.Traject schuldsanering in kader WSNP
Wanneer iemand in een traject voor schuldsanering zit in het kader van de Wet Schuldsanering natuurlijke personen wordt alleen het inkomen waarover men daadwerkelijk kan beschikken tot het inkomen gerekend. Hetzelfde geldt voor personen die in een minnelijk traject bij een schulddienstverlener via de gemeente zitten of loonbeslag hebben. Hierbij is het noodzakelijk dat men een vrij te laten bedrag berekening, opgesteld door de schulddienstverlener, overlegt als bewijsstuk.
i.Toepassing kostendelernorm
De kostendelersnorm, zoals bedoeld artikel 22a van de wet, is altijd van toepassing bij de vaststelling van de draagkracht.
3Draagkrachtperiode
a.Draagkrachtperiode
De draagkrachtperiode is de periode waarover de draagkracht word berekend. De draagkrachtperiode is een periode van twaalf maanden die start op de eerste dag van de maand waarin een nieuwe aanvraag is ontvangen en is dus niet per definitie een kalenderjaar.
b.Aanvraag met terugwerkende kracht
Wanneer er sprake is van terugwerkende kracht bij een aanvraag bijzondere bijstand gaat de draagkrachtperiode in op de eerste van de maand waarin de kosten zijn opgekomen. Dit betekent dat in een situatie waarin de kosten binnen drie maanden voor de aanvraag (of langer) zijn opgekomen, de draagkrachtperiode ook vanaf dat moment dient in te gaan.
4Toekenningsperiode
a.De draagkracht wordt in principe voor een heel jaar vastgesteld.
b.Indien gewenst kan voor bepaalde groepen (bijvoorbeeld personen met een bijstandsuitkering) de bijzondere bijstand voor een langere periode worden toegekend en wordt dus ook het draagkrachtjaar voor een langere periode vastgesteld.
5Wijziging draagkracht tijdens draagkrachtperiode
In het belang van de rechtszekerheid en de uitvoeringspraktijk geldt als uitgangspunt dat de draagkracht binnen de vastgestelde draagkrachtperiode in principe voor die periode definitief is. Met andere woorden: een eenmaal vastgestelde draagkracht wordt niet meer aangepast. Tenzij door de wijziging in de draagkracht er niet langer recht bestaat op bijzondere bijstand. Als het inkomen lager wordt, kan dit wel reden zijn om de draagkracht aan te passen. Dit op verzoek van de aanvrager.
Artikel 4. Algemene medische kosten
1Collectieve zorgverzekering minima
a.De Fryske Marren heeft voor haar inwoners met een inkomen tot 130% van de toepasselijke
bijstandsnorm en geen in aanmerking te nemen vermogen een collectieve verzekering afgesloten bij de Friesland Zorgverzekering. Dit betekent dat iedereen die voldoet aan de voorwaarden deze verzekering kan afsluiten en daarmee in aanmerking komt voor een korting op de totale premie en aanvullende vergoedingen. Daarnaast verstrekt de gemeente maandelijks een premiebijdrage aan de zorgverzekeraar ten behoeve van de deelnemers.
b.Deelname aan de collectieve verzekering is niet verplicht.
c.Rechthebbenden:
•inwoners die een uitkering ontvangen op grond van de Participatiewet;
•inwoners die in aanmerking komen voor een bijdrage op grond van het gemeentelijk minimabeleid;
•inwoners met een (ander) inkomen van ten hoogste 130% van de op de inwoner van toepassing zijnde bijstandsnorm.
•Een vermogen van maximaal 50% van de van toepassing zijnde vermogensgrens van de Participatiewet plus eenmaal de van toepassing zijnde bijstandsnorm.
Artikel 5. Specifieke medische kosten
1Zorgverzekeringswet
De Zorgverzekeringswet (met het Besluit Zorgverzekering en de Regeling Zorgverzekering) is een passende en toereikende voorliggende voorziening voor medische behandelingen, medicijnen en hulpmiddelen. Naast de basisverzekering kunnen aanvullende verzekeringen worden afgesloten. Een aanvullende verzekering is geen wettelijke voorliggende voorziening, maar een particuliere verzekering voor kosten waarin mensen zelf horen te voorzien. Het hebben van een aanvullende verzekering voor medische kosten behoort tot de eigen verantwoordelijkheid.
2Medisch advies
a.Vaststellen medische noodzaak.
b.De medische noodzaak van kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd, wordt vastgesteld aan de hand van het verstrekkingenpakket van de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg. In dit verband is het in beginsel dus niet nodig een advies aan te vragen. Indien er bijzondere bijstand wordt gevraagd voor voorzieningen waarvoor geen voorliggende voorziening voorhanden is, dient een advies te worden opgevraagd bij een onafhankelijk medisch adviseur.
c.Advies aanvragen
•Een kopie van het medisch advies opgesteld door een gecontracteerde partij wordt als bijlage meegezonden met de beschikking.
•Als de medische noodzaak voor de kosten al is vastgesteld binnen de Jeugdwet of WMO dan hoeft niet opnieuw een medisch advies te worden ingewonnen.
•Indien de aandoening aantoonbaar aanwezig is door bijvoorbeeld een verklaring van een specialist, dan kan een medisch advies achterwege blijven. Dit doet zich bijvoorbeeld voor bij dieetkosten.
3Beoordeling en bewijsstukken medische kosten
Het college kan van bepaalde medische kosten - onder omstandigheden - de noodzaak of de bijzondere omstandigheid om andere dan medische reden aanwezig achten. Hierbij moet dan vooral aandacht worden besteed aan de voorwaarden waaronder de noodzaak van genoemde kosten aanwezig is.
Voor de beoordeling van het recht op bijstand zijn de volgende bewijsstukken noodzakelijk:
•(Proforma) nota van de gemaakte kosten;
•Vergoedingenoverzicht van de zorgverzekeraar;
•Kopie van de polis van de zorgverzekeraar.
4Verblijf in een hospice
Bijzondere bijstand in de kosten van het verblijf in een hospice is mogelijk voor zover die kosten niet op grond van een voorliggende voorziening (aanvullende zorgverzekering) vergoed worden en de belanghebbende daarop aanspraak kan maken. De bijzondere bijstand wordt verleend tot het maximale bedrag voor de eigen bijdrage per dag gelijk aan de vergoeding uit de Collectieve ziektekostenverzekering.
5Dieetproducten
a.Algemeen
In beginsel bestaat er geen recht op bijzondere bijstand voor de kosten van een dieet omdat deze meestal niet medisch noodzakelijk zijn, dan wel niet leiden tot kosten die meer bedragen dan de kosten voor normale voeding. De kosten voor normale voeding kan belanghebbende voldoen uit een inkomen ter hoogte van de toepasselijke norm algemene bijstand. Alleen indien er sprake is van bijzondere omstandigheden in het individuele geval kan er aanleiding zijn bijzondere bijstand te verlenen voor deze kosten. Hiervan is in ieder geval sprake indien er een medische indicatie is voor het volgen van een dieet. De medische indicatie moet worden vastgesteld door een behandelen specialist (geen huisarts).
b.Twee soorten dieetkosten, kosten voor dieetpreparaten en kosten voor dieetproducten:
I. Dieetpreparaten/voedingssupplementen
Dieetpreparaten zijn preparaten die ten opzichte van normale voeding zowel een gewijzigde chemische samenstelling als een gewijzigde fysische vorm hebben. Er bestaat alleen aanspraak in geval van een ernstige slikstoornis, passagestoornis, voedselallergie of stofwisselingsstoornis. Deze preparaten worden door de Wet langdurige zorg vergoed. Als er een advies van een diëtist/specialist aanwezig is waaruit blijkt dat het een dieetpreparaat betreft, kan direct verwezen worden naar de Wet langdurige zorg. De kosten komen niet voor bijzondere bijstand in aanmerking.
II. Dieetproducten
Dieetproducten zijn alleen wat betreft chemische samenstelling gewijzigd (bijvoorbeeld een zout- arm dieet). De meerkosten van dieetproducten ten opzichte van een normaal eetpatroon worden vergoed via de bijzondere bijstand.
c.Alternatieve diëten en voedingssupplementen
Alternatieve diëten en voedingssupplementen komen niet voor vergoeding in de vorm van bijzondere bijstand dan wel vanuit de Zorgverzekeringswet /wet in aanmerking, omdat er geen medische noodzaak aanwezig is.
d.Hoogte van de bijzondere bijstand
In Schulinck / NIBUD-prijzengids is een tabel opgenomen met de meerkosten.
e.Bijstand om niet
De bijzondere bijstand wordt om niet verleend. Een vergoeding voor dieetkosten wordt in beginsel voor de duur van één jaar toegekend en maandelijks uitbetaald. Dit houdt in dat na verloop van dat jaar een herbeoordeling dient plaats te vinden.
f.Aan de bijzondere bijstand te verbinden verplichtingen
Aan de verlening van de bijzondere bijstand wordt een bestedingsverplichting verbonden; de bijstand moet worden aangewend voor het doel waarvoor zij wordt verstrekt.
g.Dieetproducten
Dieetproducten zijn voedingsmiddelen die moeten worden aangeschaft voor een dieet. Als er sprake is van een noodzakelijk dieet en hiervoor dieetproducten moeten worden aangeschaft, kan voor de meerkosten bijzondere bijstand worden verstrekt. Hierbij moet eerst worden nagegaan of de zorgverzekeraar (een deel van) de kosten vergoedt. De meerkosten van dieetproducten zijn opgenomen in hoofdstuk 5 van de prijzengids van het Nibud. De meerkosten worden maandelijks uitbetaald. In beginsel moet voor deze kosten jaarlijks opnieuw bijzondere bijstand worden aangevraagd.
h.Permanente aandoening
Bij een permanente aandoening kan de bijstand voor onbepaalde tijd worden toegekend waarbij (indien nodig) jaarlijks de draagkracht opnieuw wordt vastgesteld.
6Vergoeding voor pruiken
Bijzondere bijstand in de kosten voor pruiken is mogelijk voor zover die kosten niet op grond van een voorliggende voorziening (zorgverzekering) vergoed worden en de belanghebbende daarop aanspraak kan maken. De vergoeding is maximaal een bedrag van €750,-, inclusief de vergoeding(en) vanuit de eigen ziektekostenverzekering.
7Bewassing en kledingslijtage
Alleen indien er sprake is van bijzondere omstandigheden in het individuele geval kan er aanleiding zijn bijzondere bijstand te verlenen voor deze kosten. Hiervan is in ieder geval sprake indien:
•als gevolg van lichamelijke gebreken sprake is van meer dan normale slijtage;
•als gevolg van extra wassen in verband met van het noodzakelijke gebruik van bijvoorbeeld zalf sprake is van meer dan normale slijtage. Hoewel het gebruik van zalf het gevolg kan zijn van een lichamelijk gebrek, hoeft dit niet altijd te leiden tot extra bewassing en extra slijtage. Zo leidt het gebruik van crèmes die worden voorgeschreven bij klachten van het bewegingsapparaat niet tot extra waskosten.
Hoogte van de bijzondere bijstand voor bewassing en kledingslijtage
De hoogte van de voor bijzondere bijstand in aanmerking komende
•waskosten worden bepaald aan de hand van de NIBUD prijzengids
•meerkosten van kleding (waaronder schoeisel) wordt bepaald aan de werkelijke kosten onder aftrek de richtprijs voor een kledingpakket op grond van de NIBUD-prijzengids bij een inkomen op bijstandsniveau.
•meerkosten voor beddengoed als gevolg van bepaalde stoornissen wordt bepaald op grond van de NIBUD-prijzengids.
Voor kinderen onder 4 jaar is geen sprake van meerkosten daar tot deze leeftijd slijtage altijd veelvuldig is.
8Voormalig alleenstaande ouder
Voor de voormalig alleenstaande ouder waarvan het laatste ten laste komende kind een opleiding volgt waarvoor recht bestaat op Wet studiefinanciering (WSF) of Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (Wtos), wordt de bijstandsnorm voor een alleenstaande aangevuld vanaf de datum dat het kindgebonden budget eindigt tot de eerste dag van het kwartaal volgend op het kwartaal waarin het kind 18 jaar is geworden. De aanvulling op de bijstandsnorm voor een alleenstaande ouder, bedraagt 20% van de bijstandsnorm voor gehuwden van 21 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd.
9Tandartskosten
a.Bijzondere bijstand voor de kosten van tandheelkundige behandeling is in beginsel niet mogelijk.
b.In bijzondere omstandigheden kan worden afgeweken van het gestelde in lid a. Een bijzondere situatie is in ieder geval een acute noodsituaties waarbij behandeling niet uitgesteld kan worden en de belanghebbende geen middelen heeft om de behandeling te betalen.
c.Ook wordt bijzondere bijstand toegekend aan een belanghebbende van wie het gebit niet is onderhouden door bijzondere omstandigheden, voor het eerste consult en de noodzakelijke en niet uitstelbare behandeling(en), voor zover het de goedkoopste adequate behandeling betreft.
d.De kosten verbonden aan een gebitsprothese inclusief het trekken van tanden en kiezen komen voor bijzondere bijstand in aanmerking
10Brillen en contactlenzen
Bijzondere bijstand in de kosten voor brillen en contactlenzen bedraagt maximaal € 225,- na aftrek van de eigen bijdrage van € 75,- en wordt eens per 3 jaar op aanvraag toegekend.
11Fysiotherapie/oefentherapie
Bijzondere bijstand in de kosten voor fysiotherapie/oefentherapie is mogelijk voor zover de behandelingen noodzakelijk zijn en tot een maximum aantal behandelingen van De AV Friso Compleet minus AV Extra per kalenderjaar.
12Stookkosten
a.Bijzondere bijstand voor stookkosten is in beginsel niet mogelijk. Deze kosten behoren tot de algemene kosten van bestaan
b.Bijzondere bijstand voor stookkosten is wel mogelijk indien belanghebbende om medische redenen meerkosten maakt.
c.De hoogte van de bijzondere bijstand wordt vastgesteld op basis van de NIBUD-prijzengids. Voor iedere graad extra verwarming is de vergoeding 7% van het gemiddelde gasverbruik per type woning.
13Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg
a.Er bestaat recht op bijzondere bijstand in de kosten van de eigen bijdrage voor de geneeskundige gezondheidszorg. De kosten worden niet vergoed indien de belanghebbende voor de tweedelijns zorg kiest terwijl de eerstelijns zorg eigenlijk volstaat. Er dient hiervoor een medische indicatie zijn afgegeven.
b.Er bestaat geen recht op bijzondere bijstand als een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening (artikel 15 lid Pw). Voor de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg geldt de Zorgverzekeringswet als een passende en toereikende voorliggende voorziening. Voor deze kosten bestaat derhalve geen recht op bijzondere bijstand
c.Hoogte van de bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage is gelijk aan die eigen bijdrage.
14Steunzolen/aangepaste schoeisel
Bijzondere bijstand voor de kosten van steunzolen en aangepast schoeisel bedraagt maximaal
€ 100,- per jaar.
15Hoortoestellen
De kosten verbonden aan een hoortoestel komen voor bijzondere bijstand in aanmerking.
Artikel 6. Begrafenis- en crematiekosten
1Aanvragen
Aanvragen bijzondere bijstand voor begrafenis- of crematiekosten kunnen worden gedaan voordat de begrafenis plaatsvindt. De kosten van een begrafenis behoren niet tot de kosten van de overledene, maar komen ten laste van de nalatenschap. Is het erfdeel niet toereikend, dan kunnen de erfgenamen individueel bijzondere bijstand aanvragen. Er kan niet meer bijstand worden verstrekt dan het verplichte aandeel van belanghebbende in de totale kosten.
2Voorliggende voorzieningen
Bijzondere bijstand voor uitvaartkosten kan verleend worden aan erfgenamen en bloed- en aanverwanten die krachtens de artikelen 392-396 van Boek I van het Burgerlijk Wetboek tot onderhoud van de overledene verplicht zouden zijn geweest, voor zover:
a.er geen (dekkende) begrafenisverzekering, levens- of ongevallenverzekering is;
b.de uitvaartkosten niet uit de nalatenschap voldaan kunnen worden, en;
c.de erfgenaam of bloed-/aanverwante inwoner niet over toereikende middelen beschikt om (zijn aandeel in) de uitvaartkosten te voldoen.
Een eenmalige overlijdensuitkeringen van de Sociale Verzekeringsbank, gemeente of het uitkeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) wordt niet gezien als voorliggende voorziening.
3Bijstand aan de nabestaanden
Indien er sprake is van een langstlevende partner dan komen de begrafeniskosten volledig voor rekening van deze partner. Op basis van het erfrecht vallen zowel de positieve als de negatieve vermogensbestanddelen de langstlevende ten deel. Alleen de partner kan dan ook nog een beroep doen op de bijzondere bijstand voor deze begrafeniskosten. Is er geen langstlevende partner dan komen andere erfgenamen in aanmerking voor de nalatenschap, inclusief de kosten van begrafenis of crematie. De overledene kan in een testament erfgenamen hebben aangewezen, anders moeten de erven worden gezocht in de familielijn.
4Maximale vergoeding
Voor de totale kosten van een begrafenis of crematie wordt in principe maximaal € 4.750,00 bijzondere bijstand verstrekt. De bijzondere bijstand wordt verstrekt naar rato van het aantal erfgenamen. Van de bijzondere bijstand wordt eerst de opbrengst uit eventuele polissen, nalatenschap en andere middelen bestemd voor de uitvaart afgetrokken.
5Bewijsstukken:
•akte van overlijden;
•gegevens van de executeur;
•polis van de begrafenisverzekering;
•testament;
•rekening van de begrafenisondernemer;
•bankrekeningen e.d. die de nalatenschap vormen.
6Wet op de Lijkbezorging
Wanneer niet tijdig nabestaanden kunnen worden gevonden die voor de begrafenis of crematie zorg dragen, dan is op grond van de Wet op de Lijkbezorging de gemeente verplicht te zorgen voor de “lijkbezorging”. Wordt door de gemeente later een nabestaande getraceerd en worden de kosten op deze persoon verhaald, dan kan betrokkene voor deze kosten bijzondere bijstand aanvragen. Voor de Wet op de lijkbezorging is een aparte werkinstructie beschikbaar.
Artikel 7. Juridische kosten
1Kosten bewindvoering
a.Bewindvoering Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen
Voor de kosten van bewindvoering in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen bestaat geen recht op bijzondere bijstand.
b.Bewindvoering en Mentorschap
Bij bewindvoering en mentorschap heeft de kantonrechter de noodzaak van het bewind of mentorschap vastgesteld. Voor de kosten van bewindvoering en mentorschap bestaat recht op bijzondere bijstand. De hoogte van de bijstand is dan gelijk aan de normen en tarieven zoals bedoeld in de Regeling van 4 november 2014, inhoudende de invoering van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. De Staatssecretaris (Veiligheid en Justitie) heeft eenduidige regels vastgesteld voor de beloning van curatoren, bewindvoerders en mentoren.
c.Eisen bewindvoering
Voor personen die bijzondere bijstand vragen voor de kosten van bewindvoering in het kader van beschermingsbewind, kan bij vervolgaanvragen ook het ‘Plan van aanpak beschermingsbewind’ worden opgevraagd bij de bewindvoerder.
2Curatorschap
a.Curatele wordt ook door de rechtbank uitgesproken. Curators zijn tegelijk bewindvoerder en mentor. De vergoeding voor curatoren komt daarom overeen met de gecombineerde vergoeding voorbewindvoerders die ook mentor zijn. Hiervoor kan bijzondere bijstand worden verleend.
b.Bewijsstukken
•Beschikking kantonrechter
•Nota bewindvoerding/mentorschap/curatorschap.
3Schuldenregeling voor ex-ondernemers
Een ondernemer is wettelijk verplicht om een deugdelijke boekhouding bij te houden. In uitzonderlijke gevallen heeft het niet afronden van de bedrijfsadministratie wel degelijk gevolgen voor de voorziening in het levensonderhoud en zullen de mogelijkheden voor bijzondere bijstand voor deze kosten worden onderzocht.
4Budgetbeheer
Het is in principe niet mogelijk bijzondere bijstand voor budgetbeheer te verstrekken.
5Kosten rechtsbijstand
a.Kosten van rechtsbijstand zijn alle kosten bij het voeren van een procedure, die voor rekening van de inwoner komen:
•griffierecht;
•eigen bijdrage rechtshulp;
•andere proceskosten, bijvoorbeeld reiskosten, kosten dagvaarding, en kosten van getuigen of deskundigen.
b.De vergoeding van proceskosten aan de tegenpartij komt niet voor bijzondere bijstand in aanmerking.
c.Op grond van een toevoeging vanuit de Wet op de rechtsbijstand kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor wat betreft de werkelijk gemaakte kosten. Op dit bedrag wordt de verlaging toegepast als eerst gratis rechtshulp is gevraagd via het Juridisch Loket. Als een belanghebbende heeft nagelaten eerst gratis rechtshulp te vragen aan het Juridisch Loket alvorens een advocaat te raadplegen en daardoor niet in aanmerking komt voor verlaging van de eigenbijdrage, dan bestaat voor dat deel geen recht op bijzondere bijstand.
d.Bewijsstukken
•Toevoeging van de Raad voor de Rechtsbijstand;
•Nota advocaat.
6Rechtsbijstand nareisprocedure (gezinshereniging)
Voor de kosten van rechtsbijstand in het kader van een nareisprocedure (gezinshereniging) bestaat geen recht op bijzondere bijstand.
7Kosten schuldhulpverlening of schuldsanering
Het betreft hier de kosten die zijn verbonden aan het oplossen van schuldenproblematiek. De Schuldhulpverlening door de Kredietbank Nederland en de WSNP worden beschouwd als een passend en toereikende voorliggende voorziening voor deze kosten. Er wordt voor deze kosten geen bijzondere bijstand verstrekt tenzij er in het kader van vroegsignalering en duurzaam oplossen van de schuldenproblematiek dit noodzakelijk wordt geacht.
Artikel 8. Jongeren van 18 tot en met 20 jaar in een inrichting
1Hoogte bijzondere bijstand 18 t/m 20-jarigen in een inrichting
Als een jongere de onderhoudsplicht jegens zijn ouders niet te gelde kan maken doordat de middelen van de ouders ontoereikend zijn of als er sprake is van een verstoorde verhouding, dan kan bijstand worden verleend aan 18- tot en met 20-jarigen die in een inrichting verblijven. Deze groep is in artikel 13, lid 2 onderdeel 1 Participatiewet uitgesloten van het recht op algemene bijstand. Het geheel wordt als bijzondere bijstand verleend. De bijzondere bijstand kan worden verhaald op de ouders.
Artikel 9. Kosten babyuitzet
1Babyuitzet
De kosten van een babyuitzet behoren tot de incidentele algemene kosten van het bestaan. Als er op grond van artikel 35 Participatiewet bijzondere bijstand kan worden verstrekt, dan wordt daarbij in elk geval het volgende in aanmerking genomen:
a.Belanghebbende wordt geacht te kunnen reserveren vanaf de vierde maand van de zwangerschap.
b.Voor de hoogte van de bijstand wordt uitgegaan van de goedkoopste passende voorziening. Vanwege de korte duur van het gebruik, wordt beoordeeld of de artikelen tweedehands kunnen worden aangeschaft. De bedragen in de Prijzengids NIBUD gelden als maximum bedragen.
2Wijze van verstrekking
De bijstand wordt in beginsel in de vorm van een geldlening verstrekt. Als dat gezien de schuldensituatie van belanghebbende niet zinvol is, wordt bijstand om niet verstrekt.
Artikel 10. Zorgkosten
1Maaltijdvoorziening
Tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan behoren ook de kosten van voeding. Een inkomen op bijstandsniveau voorziet dus in deze kosten. In principe kan voor deze kosten geen bijstand worden verleend.
Alleen indien er sprake is van bijzondere omstandigheden in het individuele geval en iemand gebruik moet maken van een maaltijdservice, kan er aanleiding zijn bijzondere bijstand te verlenen voor deze kosten. Hiervan is in ieder geval sprake indien:
a.er een medische of een sociale indicatie is, waaruit blijkt dat de belanghebbende als gevolg van ziekte of handicap dan wel op andere gronden niet in staat is om zichzelf te voorzien van een warme maaltijd, en;
b.de kosten boven het normale uitgaven patroon uitstijgen.
Om de noodzaak vast te stellen moet een indicatie worden overlegd door een indicatieorgaan of huisarts.
2Hoogte van de bijzondere bijstand
De hoogte van de bijzondere bijstand is gelijk aan de werkelijk kosten van een warme maaltijd onder aftrek van het bedrag per warme maaltijd zoals opgenomen in de NIBUD-Prijzengids. De vergoeding geldt alleen voor de kosten van een warme maaltijd. De bijstand wordt om niet toegekend.
3Eigen bijdrage CAK
De eigen bijdrage wordt vergoed via de Collectieve ziektekostenverzekering tot een maximumbedrag per jaar. Personen die niet via Collectieve ziektekostenverzekering zijn verzekerd komen niet voor bijzondere bijstand in aanmerking voor de eigen bijdrage.
Artikel 11. Reiskosten
Voor het bezoek van medisch specialisten wordt er voor de reiskosten en parkeerkosten bijzondere bijstand verstrekt. Hierbij wordt niet langer uitgegaan van de kortste afstand tot een ziekenhuis maar wordt er gerekend met daadwerkelijke reisafstand. Er bestaat geen recht op bijzondere bijstand als een beroep kan worden kan worden gedaan op een voorliggende voorziening.
1Vervoerspas
Voor personen die op grond van de ‘Beleidsregels Verwervingskosten Participatietrajecten’ in aanmerking komen voor een vervoerspas of schoolgaande kinderen die een vervoerspas hebben op grond van de ‘Beleidsregels Bijzondere bijstand vervoerskosten schoolgaande kinderen tot 18 jaar’ (Meedoenpas) geldt, dat als de vervoerspas (gedeeltelijk) kan worden gebruikt, er geen of slechts aanvullend recht bestaat op bijzondere bijstand voor reiskosten.
2Reiskosten buiten Nederland
Reiskosten buiten Nederland komen niet voor bijzondere bijstand in aanmerking.
3Reisafstand
In principe komen alleen reiskosten voor vergoeding in aanmerking als de reisafstand meer bedraagt dan 13 kilometer enkele reis. Zodra dit het geval is worden alle reiskosten vergoed en niet alleen het meerdere van 13 kilometer enkele reis.
4Bepaling hoogte reiskosten
Wanneer bijzondere bijstand wordt verstrekt voor reiskosten dan wordt de hoogte als volgt bepaald:
a.Gebruik auto. De hoogte van de bijzondere bijstand is, wanneer gebruik wordt gemaakt van een auto, het wettelijk belastingvrije bedrag per kilometer (art. 31a lid 2 LB). De reisafstand wordt bepaald op de kortste route op grond van de ANWB-routeplanner. Eventuele parkeerkosten komen ook voor vergoeding aanmerking.
b.Gebruik openbaar vervoer. De hoogte van de bijzondere bijstand is, wanneer gebruik wordt gemaakt van het openbaar vervoer, gelijk aan de kosten zoals die worden berekent op de website 9292OV. Alleen de kosten van de belanghebbende zelf komen voor vergoeding in aanmerking. Is begeleiding van de belanghebbende noodzakelijk (bv kinderen door een derde) dan komen deze kosten ook voor vergoeding in aanmerking.
5Reiskosten bezoek gedetineerde
De kosten voor het vervoer van het woonadres van de bezoeker (= inwoner) naar de inrichting waar de gedetineerde verblijft kunnen in aanmerking komen voor bijzondere bijstand. De noodzaak voor het bezoeken van een gedetineerde is aanwezig als:
a.de gedetineerde hoort tot het gezin van de inwoner (partner, kind, ouder), en;
b.de gedetineerde verblijft in een gesloten inrichting (= geen recht op verlof), en;
c.de inrichting buiten de gemeente is gelegen (maar binnen Nederland), en;
d.de bezoekfrequentie maximaal 1 keer per 3 weken per gezinslid bedraagt.
e.De noodzaak van meer bezoeken per maand moet door middel van schriftelijke verklaringen van de inrichting/reclassering worden gemotiveerd.
De reiskosten voor verlof uit detentie worden niet aangemerkt als noodzakelijke kosten van het bestaan en komen niet bijzondere bijstand in aanmerking.
6Reiskosten bezoek zieke familieleden
De kosten voor het vervoer van het woonadres van de bezoeker (= inwoner) naar het verpleegadres waar de zieke verblijft.
a.Voorliggende voorziening
Er bestaat geen recht op bijzondere bijstand als een beroep kan worden kan worden gedaan op een voorliggende voorziening; als deze kosten op een andere wijze gedekt kunnen worden. Denk in dit verband aan:
•een aanvullende ziektekostenverzekering die belanghebbende heeft afgesloten vergoedt soms ook de reiskosten van bezoek van inwonende gezinsleden.
•De Collectieve ziektekostenverzekering vergoedt soms ook de reiskosten voor bezoek aan gezinsleden de reiskosten van ziekenbezoek.
Deze kosten moet eerst gedeclareerd worden bij de zorgverzekeraar alvorens beoordeeld kan worden of er recht op bijzondere bijstand bestaat.
a.Recht op bijzondere bijstand
De kosten moeten noodzakelijk zijn. Deze noodzaak wordt aanwezig geachte als;
•De zieke behoort tot het gezin van de aanvrager (partner, inwonende (pleeg)kinderen)
•Andere familieleden in de eerste graad (ouders, kinderen)
b.Frequentie
Ten aanzien van het aantal noodzakelijk geachte bezoeken geldt de volgende regel:
•Bij terminale ziekte, verpleging op een intensive care en bij zieke kinderen, elke dag voor maximaal twee personen die direct tot het gezin behoren.
•Bij overige ziekenhuisopnames, tweemaal per week voor twee personen die direct tot het gezin behoren.
Wegens sociale en/of medische redenen kan van deze aantallen worden afgeweken.
c.Hoogte bijzondere bijstand
Wanneer de reiskosten vergoed worden op grond van de Collectieve ziektekostenverzekering dan wel een andere zorgverzekering, dan is de bijzondere bijstand gelijk aan de eigen bijdrage per bezoek.
Soms is opvang in een hotel of een Ronald Mc. Donaldhuis een betere oplossing dan heen en weer reizen. De daarvoor te maken kosten komen voor vergoeding in aanmerking. Gemotiveerd moet worden in hoeverre de kosten redelijk zijn ten opzichte van de reiskosten.
7Reiskosten in verband met bezoek aan uithuisgeplaatste kinderen
De reiskosten voor bezoek aan een uit huis geplaatst kind (al dan niet in een gesloten setting) door ouder(s) komen voor bijzondere bijstand in aanmerking. De noodzaak en frequentie wordt op individuele basis vastgesteld door de SKJ geregistreerde jeugdconsulent. Er wordt bijzondere bijstand verstrekt voor alle reiskosten wanneer de afstand enkele reis meer dan 13 kilometer is. Onder dit onderdeel wordt ook verstaan het bezoek van de ouders aan veiligheidstafels (Veilig Thuis), overleggen in verband met (V)OTS en bezoek aan een specialistische aanbieder.
a.Bewijsstukken
Overdrachtsdocument van de SKJ geregistreerde jeugdconsulent met daarin de afgesproken bezoekregeling en frequentie.
b.Reiskosten in het kader van een omgangsregeling
De reiskosten die worden gemaakt in verband met een omgangsregeling, omdat beide (gescheiden) ouders niet dicht bij elkaar wonen, komt op grond van vaste jurisprudentie niet voor bijzondere bijstand in aanmerking. De reiskosten in het kader van een omgangsregeling komen ten laste van de ouder tot wiens gezin het kind behoort. De kosten worden gezien als uitgaven welke in het familieverkeer normaliter voorkomen en dus om die reden niet kunnen worden beschouwd als uit bijzondere omstandigheden. Soms komt het voor dat de verzorgende ouder, ook na aanhoudende verzoeken, weigert de reiskosten te betalen. Dan is het voor de niet-verzorgende ouder alleen mogelijk de kinderen te ontvangen als deze zelf de reiskosten betaalt. Als deze ouder bijstandsafhankelijk is en aannemelijk kan maken (d.m.v. brief jeugdzorg of advocaat) alles te hebben gedaan om de ex-partner tot medewerking te bewegen, is bijzondere bijstand mogelijk.
8Reiskosten gerechtelijke procedures
Er is bijzondere bijstand mogelijk voor de reiskosten voor het bijwonen van rechtszittingen. Voor de vaststelling van de noodzaak wordt aangesloten bij de noodzakelijkheid die door de Raad voor de rechtsbijstand is vastgesteld door afgifte van een toevoeging. Indien er een toevoeging is afgegeven kan de noodzaak worden aangenomen.
Artikel 12. Overbruggingsuitkering
Er kan een overbruggingsuitkering worden verstrekt als een inwoner bij het indienen van de aanvraag voor uitkering niet voldoende middelen heeft om de periode tussen de aanvraag en de eerste uitbetaling van de uitkering zelf te overbruggen.
In de volgende situaties kan dit aan de orde zijn:
•bij het (gedeeltelijk of) volledig ontbreken van inkomen vóór de uitkeringsaanvraag (detentie, verlaten van een inrichting, toelage COA);
•bij plotselinge verlating waarbij de aanvrager onvoorzien achterblijft zonder financiële middelen.
Daarnaast moet er voldaan zijn aan de volgende voorwaarden:
a.er moet sprake zijn van broodnood;
b.de financiële situatie is zodanig dat het verlenen van een voorschot geen oplossing biedt omdat dit een schuldensituatie creëert of in stand houdt;
c.er is geen sprake van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.
Hoogte en vorm bijzondere bijstand
De overbruggingsuitkering bedraagt eenmaal de maandnorm exclusief vakantietoeslag. Op dit bedrag worden de middelen in mindering gebracht waarover op de datum aanvraag vrij kan worden beschikt. De bijstand wordt verstrekt als bijstand 'om niet'.
Bewijsstukken
Bewijsstukken die aantonen dat er geen financiële middelen zijn (bijv. bank-/giroafschrift).
Artikel 13. Kosten van verhuizing, eerste maand huur en inrichtingskosten
Artikel 14. Woonkostentoeslag
Artikel 15. Kosten vaste lasten tijdens verblijf in een inrichting
Als iemand tijdelijk wordt opgenomen in een inrichting en er aan hem algemene bijstand is toegekend naar de norm voor zak- en kleedgeld, kan er bijzondere bijstand worden toegekend voor de vaste lasten van het aanhouden van de woning.
1Omschrijving van in aanmerking komende kosten
a.Aanhouden van de woning
Bij opname in een inrichting kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor de doorlopende verschuldigde woonlasten. Uitgangspunt is dat het aanhouden van de woning noodzakelijk is. Is er sprake van een opname die naar verwachting korter dan 9 maanden duurt of opname gedurende een gedeelte van de week, dan wordt het aanhouden van de woonruimte noodzakelijk geacht en worden de vaste lasten gezien als bijzonder noodzakelijk kosten van het bestaan. Tot de vaste lasten van de woning behoren niet de verbruikskosten van gas, water en elektriciteit.
b.Kosten van opslag
Wanneer bij het begin van de opname blijkt, dat cliënt langer dan 9 maanden wordt opgenomen, wordt de noodzaak voor het aanhouden van de woonruimte in principe niet aanwezig geacht. De domicilie wijzigt dan in die van de gemeente van verblijf. In dat geval kan er eventueel bijzondere bijstand worden verleend voor de opslag van de inboedel.
Hoogte bijzondere bijstand
Aanhouden van de woning
De bijzondere bijstand voor de vaste lasten (huur onder aftrek van huurtoeslag en niet (tijdelijk) stop te zetten vastrecht) is maximaal het verschil tussen de van toepassing zijnde bijstandsnorm en de bijstandsnorm verblijvend in een inrichting (artikel 23 lid 1 Participatiewet) en de daarbij behorende toeslag (artikel 23 lid 2 Participatiewet).
Gedeeltelijk verblijf thuis
Indien een cliënt gedeeltelijk thuis verblijft (tenminste twee dagen per week) bestaat er recht op een evenredig deel van de zak- en kleedgeldnorm plus eventueel een evenredig deel van de vaste lasten, evenals een evenredig deel van de volledige norm. Verblijft een cliënt zes dagen per week of meer thuis dan wordt de volledige norm doorbetaald.
Opslagkosten
De kosten van de opslag in een box bij een bedrijf dat daarin gespecialiseerd is.
Bewijsstukken
•Bewijs van opname in een inrichting;
•Huurspecificatie;
•Beschikking huurtoeslag;
•Nota energie-/waterleverancier;
•Nota eventuele verzekeringen.
In geval van een eigen woning worden de vaste kosten van de eigen woning gerekend. Zie hiervoor de richtlijn woonkostentoeslag eigenaren. Ook hier komt de aflossing niet voor bijzondere bijstand in aanmerking.
Aan de bijstand verbonden verplichtingen
Naast de algemene verplichtingen wordt een bestedingsverplichting opgelegd.
Artikel 16. Kosten vaste lasten tijdens detentie
Voor het aanhouden van woonruimte in de periode dat de betrokkene rechtens zijn vrijheid is ontnomen kan in principe geen bijzondere bijstand worden verleend. Het behoort tot de eigen verantwoordelijkheid van betrokkene om hiervoor een regeling te treffen. In acute noodsituaties waarin dit niet mogelijk is, kan mogelijk de gemeente op grond van zeer dringende redenen bijzondere bijstand verstrekken voor woonkosten op grond van artikel 16 Participatiewet.
Hoogte van de bijzondere bijstand
Wordt individueel bepaald. Voor de hoogte en de duur van de bijzondere bijstand kan aansluiting worden gezocht bij de beleidsregel bijzondere bijstand voor vaste lasten tijdens verblijf in een inrichting.
Aan de bijstand verbonden verplichtingen
Naast de algemene verplichtingen wordt een bestedingsverplichting opgelegd.
Artikel 17. Verblijfsvergunning
Kosten aanvraag en verlenging verblijfsvergunning
Er is geen bijzondere bijstand mogelijk voor legeskosten verbonden aan het voor de eerste keer aanvragen van een verblijfsvergunning. Om recht te hebben op (bijzondere) bijstand moet de belanghebbende Nederlander of een aan een Nederlander gelijkgestelde zijn (artikel 11 Participatiewet). Dit geldt ook voor minderjarige kinderen. Voor de kosten verbonden aan het verlengen of wijzigen van een verblijfsvergunning wordt is eveneens geen bijzondere bijstand mogelijk.
Kosten naturalisatie
De (leges en reis)kosten van naturalisatie zijn geen noodzakelijke kosten in de zin van de bijzondere bijstand. Voor iemand die een verblijfsvergunning heeft is het niet noodzakelijk om de Nederlandse nationaliteit te verwerven om zijn verblijfsrecht of bestaanszekerheid te garanderen. Voor deze kosten wordt geen bijzondere bijstand verstrekt.
Reiskosten voor afhalen verblijfsvergunning
Indien betrokkene de verblijfsvergunning in een andere gemeente dient af te halen kan voor de reiskosten bijzondere bijstand worden verstrekt. Zie hiervoor het beleid reiskosten.
Artikel 18. Slotbepalingen
1Hardheidsclausule
Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze beleidsregel indien toepassing van de beleidsregel tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
2Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking op de tweede dag na publicatie en werkt terug tot 1 januari 2026 onder intrekking van de ‘Beleidsregels Bijzondere Bijstand gemeente De Fryske Marren 2024’.
3Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregels Bijzondere Bijstand De Fryske Marren 2026.
Bijlage 1: Lijst van afkortingen relevante organisaties en begrippen
AKW Algemene Kinderbijslag Wet
Awb Algemene wet bestuursrecht
AZC Asielzoekerscentrum
BW Burgerlijk Wetboek
CAK Centraal Administratiekantoor
CER Compensatie Eigen Risico
COA Centraal Orgaan opvang asielzoekers
B&W burgemeester en wethouders
CRvB Centrale Raad van Beroep
GGZ Geestelijke gezondheidszorg
GKB Gemeentelijke Kredietbank
IOAW Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
IOAZ Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
KNO Keel-, Neus- en Oorheelkunde
LBIO Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen
LOVCK Landelijk Overleg Voorzitters Civiele en Kantonsectoren
Nibud Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting
NVVK Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet
ROA Regeling Opvang Asielzoekers
TOG Tegemoetkoming ouders van thuiswonende gehandicapte kinderen
VT Vakantietoeslag/geld
Wajong Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening voor jonggehandicapten
WAO Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Wi Wet inburgering
WIA Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
Wlz Wet langdurige zorg (voorheen AWBZ)
Wmo Wet maatschappelijke ondersteuning
Wrb Wet op de rechtsbijstand
Wsf Wet studiefinanciering 2000
WSNP Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen
WTCG Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten
WTOS Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
Zvw Zorgverzekeringswet