APV

Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Rucphen 2026

Gemeente Rucphen · geldt sinds 11 december 2025

Aanhef

De raad van de gemeente Rucphen,

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 oktober 2025,

overwegende dat een herziening van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Rucphen gewenst is,

gelet op de artikelen 108, 147, 149, 149a, 151a, 151b, 151c, 151d, 154 en 154a van de Gemeentewet, de artikelen 3 en 4 van de Wet openbare manifestaties, de artikelen 4, 25a, 25b, 25c en 25d van de Alcoholwet, artikelen 18.7 van de Omgevingswet, de artikelen 2.18, eerste lid, onder f en g, 2.21, eerste lid, onder a en b, en 3.148, tweede lid, onder a, van het Activiteitenbesluit milieubeheer juncto artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, artikel 30c, tweede lid, van de Wet op de kansspelen, artikel 3 van de Winkeltijdenwet, artikel 64, tweede lid, van de Wet veiligheidsregio’s en artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994,

gehoord de commissie Algemeen Bestuur en Middelen op 27 november 2025;

besluit

onder intrekking van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Rucphen 2025, de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Rucphen 2026 vast te stellen:

Algemene plaatselijke verordening gemeente Rucphen 2026

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1:1 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

•bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a

van de Wegenverkeerswet 1994;

•beperkingengebiedactiviteit; hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;

•bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien

•van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet of ten aanzien van een eerder verleende omgevingsvergunning;

•bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;

•bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de

•Wegenverkeerswet 1994;

•college: het college van burgemeester en wethouders;

•gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;

•kampeermiddel: een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;

•openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;

•motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

•openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties;

•parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

•rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht;

•voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;

•weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan.

Artikel 1:2 Beslistermijn

1Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

2Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen.

3Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.