Zaaizaad- en plantgoedwet 2005

ZPW

Huidige tekst

Artikel 66 ZPW

Geldt sinds 1 februari 2006

  1. 1

    Indien een kwekersrecht aan meer personen gezamenlijk toekomt, wordt hun verhouding tegenover elkaar en tegenover derden beheerst door hetgeen tussen hen bij overeenkomst is bepaald, wat hun verhouding tegenover derden betreft echter slechts, voor zover deze blijkt uit het rassenregister.

  2. 2

    Indien er geen overeenkomst bestaat, of, indien in de overeenkomst niet anders is bepaald, heeft elke medegerechtigde de bevoegdheid het kwekersrecht uit te oefenen en tegen handelingen in strijd daarmee verricht op te treden, maar kan een licentie of de toestemming, bedoeld in de artikelen 57, tweede lid, en 60, door de medegerechtigden slechts met gemeen goedvinden verleend worden.

  3. 3

    Iedere medegerechtigde is verplicht, vóór de vervreemding van zijn rechten aan een derde, deze aan zijn medegerechtigden tegen een redelijke prijs te koop aan te bieden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHAMS:2025:204Gerechtshof Amsterdam, 28 januari 2025 (civiel recht)

    Hoger beroep van deelvonnis en eindvonnis. Geschil tussen broers over de rechtsgevolgen van een splitsing van hun voormalige gezamenlijke onderneming. Medegerechtigdheid tot en verdeling van…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.