Zaaizaad- en plantgoedwet 2005

ZPW

Huidige tekst

Artikel 1 ZPW

Geldt sinds 1 januari 2019

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a.Onze Minister: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; b.de Raad: de Raad voor plantenrassen, genoemd in artikel 2; c.ras: plantengroep binnen één botanisch taxon van de laagst bekende rang, welke groep, ongeacht of volledig wordt voldaan aan de voorwaarden die deze wet stelt voor de verlening van een kwekersrecht, kan worden – gedefinieerd aan de hand van de expressie van de eigenschappen die het resultaat is van een bepaald genotype of een combinatie van genotypen, – onderscheiden van elke andere plantengroep op grond van de expressie van ten minste één van die eigenschappen, en – beschouwd als een eenheid, gezien zijn geschiktheid om onveranderd te worden vermeerderd; d.het rassenregister: het Nederlands rassenregister, genoemd in artikel 25; e.opstand: afgebakende, wat samenstelling betreft voldoende uniforme populatie bomen; f.teeltmateriaal: planten en plantendelen, die bestemd zijn om voor de teelt van gewassen of ter vermeerdering te dienen dan wel daartoe gebruikt worden; g.in de handel brengen: bedrijfsmatig ter beschikking of in voorraad houden, uitstallen of te koop aanbieden, verkopen, bezitten met het oog op de verkoop, alsmede tegen of zonder vergoeding aan derden beschikbaar stellen, leveren of overdragen; h.instandhouder: degene die ervoor zorgdraagt dat een toegelaten ras in stand wordt gehouden; i.leverancier: elke natuurlijke of rechtspersoon die, anders dan voor gebruik in het eigen bedrijf, beroepshalve teeltmateriaal vermeerdert, produceert, bewaart, be- of verwerkt, importeert of in de handel brengt; j.kweker: degene die een ras door eigen arbeid heeft gekweekt of die het ras heeft ontdekt en ontwikkeld, of diens rechtverkrijgende; k.Unie: Unie tot bescherming van kweekprodukten, gevormd door de staten die partij zijn bij het op 2 december 1961 te Parijs tot stand gekomen Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekprodukten (Trb. 1962, 117), zoals dit laatstelijk is herzien bij Akte van 19 maart 1991 (Trb. 1992, 52); l.Unie-staat: staat die deel uitmaakt van de Unie; m.handelsrichtlijn of -verordening: richtlijn, onderscheidenlijk verordening, van de Raad van de Europese Unie of van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie gezamenlijk die geheel of gedeeltelijk berust op de artikelen 37, 52, 95, 152 of 175 van het EG-Verdrag, betrekking heeft op de plantaardige sector en regels stelt over de economische activiteiten in die sector, de belangen van afnemers, de interne markt, de kwaliteit, de productie met het oog op het in de handel brengen en het in de handel brengen van teeltmateriaal, het milieu, de volksgezondheid, technische eisen of het verschaffen van informatie; n.gedelegeerde richtlijn, verordening of beschikking: richtlijn, verordening, onderscheidenlijk beschikking, van de Europese Commissie die berust op een handelsrichtlijn of -verordening.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2021:94Parket bij de Hoge Raad, 5 februari 2021 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Vennootschapsrecht. Kwekersrecht. Voortzetting vof door commanditaire vennootschap. Teeltmateriaal; art. 1 Zaaizaad- en plantgoedwet. Communautair kwekersrecht; Verordening (EG) nr.…

  • ECLI:NL:HR:2015:3304Hoge Raad, 13 november 2015 (civiel recht)

    Procesrecht; kwekersrecht. Vordering tot exhibitie, art. 843a en 1019a Rv. Vereiste mate van aannemelijkheid rechtsbetrekking. Art. 57 jo. art. 1 onder g, Zaaizaad- en plantgoedwet 2005: betekenis…

  • ECLI:NL:PHR:2015:1664Parket bij de Hoge Raad, 14 augustus 2015 (civiel recht)

    Procesrecht; kwekersrecht. Vordering tot exhibitie, art. 843a en 1019a Rv. Vereiste mate van aannemelijkheid rechtsbetrekking. Art. 57 jo. art. 1 onder g, Zaaizaad- en plantgoedwet 2005: betekenis…

  • ECLI:NL:GHDHA:2023:2103Gerechtshof Den Haag, 3 oktober 2023 (intellectueel-eigendomsrecht)

    Kwekersrecht. Algemene bekendheid tulpenras; relevante omstandigheden. Vernietiging kwekersrecht heeft terugwerkende kracht; art. 75 lid 4 en 77 lid 2 ZPW 2005 zijn in zoverre in strijd met art. 21…

  • ECLI:NL:RBDHA:2022:1342Rechtbank Den Haag, 23 februari 2022 (intellectueel-eigendomsrecht)

    Kwekersrecht. Ontbreken vernietiging; Ontbreken onderscheidbaarheid (art. 49 lid 4 ZPW 2005); Begrip "algemene bekendheid"; Vernietiging; Rechtsgevolgen; Ontbreken terugwerkende kracht (art. 77 ZPW…

  • ECLI:NL:RBDHA:2016:7375Rechtbank Den Haag, 6 juli 2016 (intellectueel-eigendomsrecht)

    Kwekersrecht; Verkoop van bloembollen voor de consumentenmarkt geen inbreuk op het kwekersrecht. Mogelijkheid om het kwekersrecht uit te oefenen met betrekking tot het teeltmateriaal heeft niet…

  • ECLI:NL:GHSGR:2010:BN7897Gerechtshof 's-Gravenhage, 31 augustus 2010 (civiel recht)

    Kwekersrecht; verweer dat geen sprake is van inbreuk omdat de gedaagde/appellante handelde als lasthebber van een derde op eigen naam maar voor rekening en risico van die derde verworpen. De…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.