Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie

WWETGC

Huidige tekst

Artikel 39 WWETGC

Rechtsmiddelen erkenning en tenuitvoerlegging confiscatiebevel

Geldt sinds 19 december 2020

  1. 1

    De veroordeelde, alsmede belanghebbenden, kunnen tegen de beslissing van de officier van justitie tot erkenning en tenuitvoerlegging van een confiscatiebevel beroep instellen bij de rechtbank Noord-Nederland. Het beroep wordt ingesteld uiterlijk binnen zeven dagen, te rekenen van de dag dat de veroordeelde of belanghebbende kennis heeft gekregen van de beslissing tot erkenning en tenuitvoerlegging van het confiscatiebevel. De artikelen 21 tot en met 25 van het Wetboek van Strafvordering zijn van toepassing. Het beroep heeft geen schorsende werking.

  2. 2

    Ten aanzien van derden die geheel of gedeeltelijk recht menen te hebben op voorwerpen waarop verhaal wordt genomen, zijn de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:3835Rechtbank Noord-Nederland, 9 september 2026 (europees strafrecht)

    Beroep op grond van artikel 39 WWETGC. Persoonlijke omstandigheden en betalingsonmacht vallen niet onder een weigeringsgrond. De aangevoerde bezwaren tegen de in België gevoerde procedure en gegeven…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:3836Rechtbank Noord-Nederland, 9 september 2026 (materieel strafrecht)

    Beroep op grond van artikel 39 WWETGC. Niet-ontvankelijkverklaring. De aangeschreven persoon was op dat moment feitelijk geen erfgenaam van de overleden veroordeelde en kan niet aansprakelijk worden…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:3467Rechtbank Noord-Nederland, 1 juli 2026 (europees strafrecht)

    Art. 39 WWETGC, ongegrond; rechtbank treedt niet in gevoerde procedure in het buitenland, het eventueel toepassen van gijzeling staat erkenning niet in de weg.

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:3468Rechtbank Noord-Nederland, 1 juli 2026 (europees strafrecht)

    Art. 39 WWETGC, ongegrond; geen gronden aangevoerd.

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:3469Rechtbank Noord-Nederland, 1 juli 2026 (europees strafrecht)

    Art. 39 WWETGC, niet-ontvankelijk; beroep niet binnen wettelijk gesteld termijn ingesteld, de aangevoerde verweren maken niet dat hierop een uitzondering moet worden gemaakt.

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:1541Rechtbank Noord-Nederland, 29 april 2026 (internationaal strafrecht)

    De rechtbank Noord-Nederland heeft op 29 april 2026 het beroep op grond van artikel 39 van de WWETGC ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat niet is gebleken dat ten aanzien van het…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:1542Rechtbank Noord-Nederland, 29 april 2026 (internationaal strafrecht)

    De rechtbank Noord-Nederland heeft op 29 april 2026 het beroep op grond van artikel 39 van de WWETGC ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat het toepassen van een eventueel dwangmiddel…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:1545Rechtbank Noord-Nederland, 29 april 2026 (internationaal strafrecht)

    De rechtbank Noord-Nederland heeft op 29 april 2026 het beroep op grond van artikel 39 van de WWETGC ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat uit het recht niet volgt dat overschrijding…

44 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.