Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie

WWETGC

Huidige tekst

Artikel 24 WWETGC

Verplichte weigeringsgronden

Geldt sinds 1 januari 2020

  1. 1

    De officier van justitie weigert de erkenning en tenuitvoerlegging van de beslissing tot confiscatie, indien: a.de beslissing tot confiscatie is genomen naar aanleiding van een feit waarover ten aanzien van degene aan wie die beslissing is opgelegd: 1°. door de Nederlandse rechter reeds onherroepelijk is beslist; 2°. door een andere rechter reeds een straf of maatregel is opgelegd welke ten uitvoer is gelegd; b.behoudens het bepaalde in het tweede lid, het feit dat ten grondslag ligt aan de strafzaak in verband waarmee de beslissing tot confiscatie is opgelegd, indien het in Nederland was begaan, naar Nederlands recht niet strafbaar zou zijn; c.over het feit dat ten grondslag ligt aan de strafzaak in verband waarmee de beslissing tot confiscatie is genomen, naar Nederlands recht rechtsmacht kon worden uitgeoefend en het recht tot tenuitvoerlegging van de beslissing tot confiscatie naar Nederlands recht zou zijn verjaard; d.de tenuitvoerlegging van de beslissing tot confiscatie onverenigbaar is met een naar Nederlands recht geldende immuniteit; e.de rechten van belanghebbenden de tenuitvoerlegging van die beslissing tot confiscatie onmogelijk maken; f.het certificaat niet is overgelegd, onvolledig is of kennelijk niet in overeenstemming is met de beslissing en niet aan het verzoek, bedoeld in artikel 7, tweede lid, is voldaan.

  2. 2

    De tenuitvoerlegging van een beslissing wordt niet geweigerd op grond van het eerste lid, onderdeel b, indien het feit waarvoor de beslissing tot confiscatie is opgelegd, is vermeld op of valt onder de bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde lijst met feiten en soorten van feiten en het feit in de uitvaardigende lidstaat wordt bedreigd met een maximale vrijheidsstraf van ten minste drie jaren.

  3. 3

    De erkenning en tenuitvoerlegging van de beslissing tot confiscatie worden niet geweigerd op grond van het onderdeel a, dan nadat de bevoegde autoriteit van de uitvaardigende lidstaat in de gelegenheid is gesteld hieromtrent inlichtingen te verschaffen. Hetzelfde geldt voor een weigering op grond van onderdeel e van het eerste lid, indien er geen rechtsmiddel als bedoeld in artikel 27 is ingesteld.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBNNE:2021:4052Rechtbank Noord-Nederland, 7 juli 2021 (strafrecht)

    Beroep op grond van artikel 27 van de WWETGC. Confiscatie op grond van de verruimde confiscatiebevoegdheid. Veroordeelde is gedetineerd in het buitenland. Een geringe overschrijding van de wettelijke…

  • ECLI:NL:RBNNE:2013:8369Rechtbank Noord-Nederland, 6 november 2013 (strafrecht)

    Beroep ex artikel 27 van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie (WWETGC) ongegrond verklaard. Verweren met betrekking tot het…

  • ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ8760Rechtbank Noord-Nederland, 23 januari 2013 (strafrecht)

    Beroep op grond van artikel 27 van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie (WWETGC).

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.