Wet wapens en munitie

WWM

Huidige tekst

Artikel 7 WWM

Geldt sinds 1 juli 2024

  1. 1

    De in deze wet genoemde erkenningen, consenten, vergunningen, verloven en ontheffingen worden, onverminderd de bijzondere gronden tot weigering daarvan en onverminderd verordening (EU) nr. 258/2012, geweigerd indien: a.de aanvrager niet de door Onze Minister bij regeling vastgestelde gegevens en bescheiden heeft overgelegd; b.de aanvrager, of de beheerder bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a, in de acht jaren voorafgaand aan de beslissing op de aanvraag bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak is veroordeeld wegens het plegen van een misdrijf als omschreven in de artikelen 92, 95, 95a, 108 tot en met 110, 115 tot en met 117, 121, 121a, 123 tot en met 124a, 131, 140 tot en met 141a, 142, 157, 164, 166, 168, 170, 179, 180, 241, 243, en 245 tot en met 250, 273f, 274, 279, 281 tot en met 282b, 284 tot en met 285b, 287 tot en met 292, 300 tot en met 303, 307, 312, 317, 350, 352 of 381 tot en met 387 van het Wetboek van Strafrecht, of wegens het plegen van een misdrijf op grond van de Wet wapens en munitie of op grond van de Opiumwet; c.er reden is om te vrezen dat aan de aanvrager het onder zich hebben van wapens of munitie niet kan worden toevertrouwd; d.er reden is om te vrezen dat daarvan dan wel van wapens of munitie misbruik zal worden gemaakt; of e.wanneer daartoe dringende, aan het algemeen belang ontleende, redenen bestaan.

  2. 2

    De in deze wet genoemde erkenningen, consenten, vergunningen, verloven en ontheffingen kunnen, onverminderd de bijzondere gronden tot wijziging of intrekking daarvan en onverminderd verordening (EU) nr. 258/2012, door het bestuursorgaan dat deze heeft verleend of door Onze Minister worden gewijzigd of ingetrokken: a.indien onjuiste gegevens zijn verstrekt die hebben geleid tot de verlening daarvan; b.indien er aanwijzingen zijn dat aan de houder daarvan het onder zich hebben van wapens of munitie niet langer kan worden toevertrouwd; c.in geval van misbruik daarvan dan wel van wapens of munitie; d.indien niet meer wordt voldaan aan de vereisten voor de verlening daarvan; e.bij niet inachtneming van een daaraan verbonden beperking of voorschrift; of f.wanneer daartoe dringende, aan het algemeen belang ontleende, redenen bestaan.

  3. 3

    De in het tweede lid bedoelde erkenningen, consenten, vergunningen, verloven en ontheffingen worden ingetrokken indien sinds de verlening ervan de houder onherroepelijk is veroordeeld wegens het plegen van een misdrijf als genoemd in het eerste lid, onderdeel b.

  4. 4

    Voor de berekening van periode van acht jaar, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee.

  5. 5

    De in het tweede lid bedoelde verloven en ontheffingen voor vuurwapens als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel 1, in samenhang met bijlage I, van de Richtlijn worden ingetrokken indien de houder ervan in het bezit is van een magazijn voor een vuurwapen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Richtlijn zonder hiervoor een verlof of ontheffing te hebben.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2019:1409Hoge Raad, 20 september 2019 (civiel recht)

    Onrechtmatige overheidsdaad. Aansprakelijkheid politie voor schietincident Alphen aan den Rijn. Relativiteit (art. 6:163 BW). Condicio sine qua non-verband. Toerekening van overlijdensschade…

  • ECLI:NL:PHR:2019:450Parket bij de Hoge Raad, 26 april 2019 (civiel recht)

    Onrechtmatige overheidsdaad. Aansprakelijkheid politie voor schietincident Alphen aan den Rijn. Relativiteit (art. 6:163 BW). Condicio sine qua non-verband. Toerekening van overlijdensschade…

  • ECLI:NL:PHR:2019:451Parket bij de Hoge Raad, 26 april 2019 (civiel recht)

    Schietincident winkelcentrum Alphen a/d Rijn. Samenhang met 18/02744. Onrechtmatige daad van politiekorps dat wapenverlof aan de schutter heeft verleend. Toerekening van schade op de voet van art.…

  • ECLI:NL:PHR:2001:AB1254Parket bij de Hoge Raad, 2 maart 2001 (civiel recht)

    -

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:6193Rechtbank Overijssel, 16 oktober 2026 (omgevingsrecht)

    Beroep tegen het besluit tot intrekking van een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit. Het beroep is ongegrond. Verweerder heeft de intrekking van de omgevingsvergunning in stand mogen…

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:4281Rechtbank Overijssel, 16 juli 2026 (bestuursprocesrecht)

    Wet wapens en munitie; intrekking verlof voor het voorhanden hebben van munitie. Beroep ongegrond. Het verlof is op goede gronden ingetrokken. Eiser heeft zich niet gehouden aan de voorwaarden van…

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:4926Rechtbank Gelderland, 22 juni 2026 (bestuursprocesrecht)

    Voorlopige voorziening; erkenning; intrekking beheerderschap en vervoersverlof; korpschef heeft onvoldoende onderbouwd dat niet kan worden volstaan met een waarschuwing; toewijzing voorlopige…

  • ECLI:NL:RBLIM:2026:4038Rechtbank Limburg, 28 april 2026 (bestuursrecht)

    Omgevingsrecht. Intrekking van een jachtakte en wapenverlof. Eiser is het niet eens met de intrekkingen en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank oordeelt dat de minister…

114 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.