Wet tuchtrechtspraak accountants

Huidige tekst

Artikel 41 Wet tuchtrechtspraak accountants

Geldt sinds 1 juli 2018

  1. 1

    De accountantskamer is bij wijze van voorlopige voorziening bevoegd tot het opleggen een tijdelijke doorhaling van de inschrijving van de betrokkene in de registers, op verzoek van: a.de Autoriteit Financiële Markten, ingeval jegens de betrokkene een ernstig vermoeden is gerezen van handelen of nalaten als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de Wet toezicht accountantsorganisaties en daardoor zwaarwegende openbare belangen in het geding zijn; of b.de beroepsorganisatie, ingeval jegens de betrokkene een ernstig vermoeden is gerezen van handelen of nalaten als bedoeld in artikel 42, eerste lid, van de Wet op het accountantsberoep en daardoor zwaarwegende belangen in het geding zijn.

  2. 2

    De accountantskamer kan tot en met het moment van de uitspraak de tijdelijke doorhaling opheffen.

  3. 3

    De secretaris van de accountantskamer stelt de Autoriteit Financiële Markten, de beroepsorganisatie en de betrokkene onverwijld in kennis van een beslissing tot tijdelijke doorhaling als bedoeld in het eerste lid, dan wel tot opheffing daarvan.

  4. 4

    Over het voornemen tot tijdelijke doorhaling van de inschrijving wordt de betrokkene gehoord.

  5. 5

    Ingeval de accountantskamer naar aanleiding van de in artikel 31, eerste lid, van de Wet toezicht accountantsorganisaties of artikel 42, eerste lid, van de Wet op het accountantsberoep bedoelde overtredingen beslist tot het opleggen van een tijdelijke doorhaling van de inschrijving gedurende een bepaalde termijn, kan zij de periode van tijdelijke doorhaling ingevolge het eerste lid in mindering brengen op die termijn.

  6. 6

    Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien tegen betrokkene een strafrechtelijke vervolging ter zake van een misdrijf is ingesteld en het misdrijf mede het uitoefenen van het beroep van betrokkene raakt.

  7. 7

    In het geval de inschrijving tijdelijk wordt doorgehaald blijft betrokkene ter zake van handelingen en gedragingen, die gedurende de tijd, dat hij ingeschreven stond, hebben plaats gehad, aan tuchtrechtspraak onderworpen.

  8. 8

    Tegen de bij wijze van voorlopige voorziening opgelegde maatregel van doorhaling staat beroep open bij het College. De artikelen 43 tot en met 43j zijn van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CBB:2016:229College van Beroep voor het bedrijfsleven, 21 juli 2016 (bestuursrecht)

    Niet-ontvankelijkverklaring van een hoger beroep tegen een tijdelijke doorhaling ex artikel 41 Wtra in verband met een ernstig vermoeden van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen, gelet op de…

  • ECLI:NL:CBB:2013:CA1978College van Beroep voor het bedrijfsleven, 23 mei 2013 (bestuursrecht)

    accountantstucht, voorlopige voorziening, veroordeling, tijdelijke doorhaling

  • ECLI:NL:CBB:2012:BW9934College van Beroep voor het bedrijfsleven, 21 juni 2012 (bestuursrecht)

    Beroep tegen de door de accountantskamer getroffen voorlopige voorziening van tijdelijke doorhaling ivan de betreffende accountant het register. Het beroep tegen de getroffen voorziening is…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.