Wet tuchtrechtspraak accountants

Huidige tekst

Artikel 22 Wet tuchtrechtspraak accountants

Geldt sinds 1 januari 2019

  1. 1

    Een ieder kan bij een vermoeden van handelen of nalaten: a.als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van Wet toezicht accountantsorganisaties door een externe accountant als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van die wet, of b.als bedoeld in artikel 42, eerste lid, van de Wet op het accountantsberoep door een accountant, door middel van een klaagschrift een klacht indienen bij de accountantskamer. De accountantskamer neemt de klacht niet in behandeling indien tussen het moment van het handelen of nalaten en het moment van indiening van de klacht een periode van tien jaar is verstreken.

  2. 2

    De beroepsorganisatie kan ingeval betrokkene is veroordeeld voor een strafbaar feit en dit feit raakt aan de werkzaamheden die een accountant verricht, de zaak binnen drie jaar na de veroordeling aanhangig maken bij de accountantskamer door middel van een klaagschrift.

  3. 3

    Het klaagschrift vermeldt de naam van de klager, de naam van betrokkene en de feiten waarvoor een tuchtrechtelijke maatregel wordt gevraagd. In het klaagschrift wordt vermeld of de klacht is voorgelegd aan de organisatie waarbinnen de betrokken accountant werkzaam is, of aan een klachten- of geschillencommissie waarbij deze organisatie aangesloten is. Indien de klacht niet is voorgelegd, worden de redenen daarvoor in het klaagschrift vermeld. Bij het klaagschrift worden alle op de zaak betrekking hebbende stukken aan de accountantskamer overgelegd.

  4. 4

    De accountantskamer kan zaken over hetzelfde of een verwant onderwerp ter behandeling voegen en de de behandeling van gevoegde zaken splitsen.

  5. 5

    Indien een klaagschrift is gebaseerd op artikel 42, eerste lid, van de Wet op het accountantsberoep, maar tevens betrekking heeft op artikel 31, eerste lid, van de Wet toezicht accountantsorganisaties, is de accountantskamer gehouden deze klacht ambtshalve aan te vullen. In alle andere gevallen kan de accountantskamer de klacht ambtshalve aanvullen. Betrokkene wordt in de gelegenheid gesteld om binnen een termijn van vier weken schriftelijk op de aangevulde klacht te reageren en zijn standpunt bekend te maken. De secretaris zendt een afschrift van de reactie van betrokkene aan de klager.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CBB:2025:638College van Beroep voor het bedrijfsleven, 27 oktober 2025 (bestuursrecht)

    Accountantstuchtrecht. Tussenbeslissing. Afwijzing verzoeken oorspronkelijk klager om als partij te worden toegelaten in twee andere hogerberoepsprocedures en (de) stukken uit die procedures in het…

  • ECLI:NL:CBB:2023:703College van Beroep voor het bedrijfsleven, 19 december 2023 (bestuursrecht)

    Accountantstucht. Klacht over een accountant die een interne klacht heeft behandeld over een collega die als register valuator de klager heeft bijgestaan bij de overname van aandelen. De…

  • ECLI:NL:CBB:2022:612College van Beroep voor het bedrijfsleven, 13 september 2022 (bestuursrecht)

    Appellant heeft als accountant goedkeurende controleverklaringen afgegeven bij de jaarrekeningen van een aantal - later failliet verklaarde - vennootschappen (investeringsfondsen). Bij aanvang van de…

  • ECLI:NL:CBB:2022:211College van Beroep voor het bedrijfsleven, 3 mei 2022 (bestuursrecht)

    Hoger beroepen tegen uitspraak van de accountantskamer van de oorspronkelijke klager en vier accountants. Het betreft een vierde klacht tegen vier accountants die een persoonsgericht onderzoek naar…

  • ECLI:NL:CBB:2022:17College van Beroep voor het bedrijfsleven, 11 januari 2022 (bestuursrecht)

    Accountantstuchtrecht. Hoger beroep. Het College oordeelt dat de accountantskamer twee klachtonderdelen terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard vanwege overschrijding van de termijn van drie jaar…

  • ECLI:NL:CBB:2021:1102College van Beroep voor het bedrijfsleven, 21 december 2021 (bestuursrecht)

    Accountantstuchtrecht. De accountantskamer heeft ten onrechte geconcludeerd dat appellant in de samenstellingsverklaring niet duidelijk heeft vermeld op welke grondslag de jaarrekening was gebaseerd.…

  • ECLI:NL:CBB:2021:720College van Beroep voor het bedrijfsleven, 13 juli 2021 (bestuursrecht)

    Klacht gericht tegen het ten onrechte beslag laten leggen door accountant. De klacht houdt niet in dat na de datum van beslaglegging feiten en omstandigheden zijn opgekomen die ertoe hadden moeten…

  • ECLI:NL:CBB:2021:430College van Beroep voor het bedrijfsleven, 20 april 2021 (bestuursrecht)

    Accountantstuchtrecht. Hoger beroepen van zowel de oorspronkelijke klagers als de accountant. Het hoger beroep van appellante – een rechtspersoon – is niet-ontvankelijk omdat aanleiding is voor…

75 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.