Wet tuchtrechtspraak accountants

Huidige tekst

Artikel 39 Wet tuchtrechtspraak accountants

Geldt sinds 1 januari 2013

  1. 1

    Indien naar het oordeel van de voorzitter van de accountantskamer een klacht kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of van onvoldoende gewicht is, kan de voorzitter de zaak zonder zitting afdoen. Artikel 38 is van overeenkomstige toepassing.

  2. 2

    Indien naar het oordeel van de voorzitter van de accountantskamer een klacht gegrond is, maar geen andere tuchtmaatregel dan een waarschuwing, berisping of een geldboete dient te worden opgelegd, kan de voorzitter na betrokkene te hebben gehoord, de zaak zonder zitting afdoen. Artikel 38 is van overeenkomstige toepassing.

  3. 3

    Tegen de uitspraak, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan de betrokkene of de klager binnen zes weken na verzending van de uitspraak verzet doen. In dat geval vervalt de uitspraak en wordt de zaak verder overeenkomstig de artikelen 25 tot en met 38 behandeld.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CBB:2026:296College van Beroep voor het bedrijfsleven, 30 juni 2026 (bestuursrecht)

    Accountantstucht. Hoger beroep. Klacht tegen een accountant die jaarrekeningen van de (inmiddels ontbonden) maatschap van klager en zijn oudoom heeft samengesteld. Een agrarisch bedrijfsadviseur, die…

  • ECLI:NL:CBB:2024:819College van Beroep voor het bedrijfsleven, 12 november 2024 (bestuursrecht)

    Accountantstucht. Volgens appellante heeft de accountant fouten gemaakt waardoor er verschillen zijn ontstaan in onder meer BTW-posities tussen het administratiesysteem van appellante en het systeem…

  • ECLI:NL:CBB:2021:1043College van Beroep voor het bedrijfsleven, 7 december 2021 (bestuursrecht)

    Appellante heeft tegen een door de accountantskamer met toepassing van artikel 39, eerste lid, van de Wtra gedane uitspraak (voorzittersbeslissing) hoger beroep bij het College ingesteld, in plaats…

  • ECLI:NL:GHAMS:2010:BN7321Gerechtshof Amsterdam, 31 augustus 2010 (civiel recht)

    Artikel 39 lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet bepaalt dat tegen die beslissing op het verzet voor de klager geen rechtsmiddel openstaat. Er is geen sprake van een schending van fundamentele…

  • ECLI:NL:GHAMS:2010:BN7329Gerechtshof Amsterdam, 31 augustus 2010 (civiel recht)

    Artikel 39 lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet bepaalt dat tegen die beslissing op het verzet voor de klager geen rechtsmiddel openstaat. Er is geen sprake van een schending van fundamentele…

  • ECLI:NL:GHAMS:2010:BN7334Gerechtshof Amsterdam, 31 augustus 2010 (civiel recht)

    Artikel 39 lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet bepaalt dat tegen die beslissing op het verzet voor de klager geen rechtsmiddel openstaat. Er is geen sprake van een schending van fundamentele…

  • ECLI:NL:GHAMS:2010:BN7335Gerechtshof Amsterdam, 31 augustus 2010 (civiel recht)

    Artikel 39 lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet bepaalt dat tegen die beslissing op het verzet voor de klager geen rechtsmiddel openstaat. Er is geen sprake van een schending van fundamentele…

  • ECLI:NL:GHAMS:2010:BN9401Gerechtshof Amsterdam, 31 augustus 2010 (civiel recht)

    Artikel 39 lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet bepaalt dat tegen de beslissing op het verzet voor de klager geen rechtsmiddel openstaat. Er is geen sprake van een schending van fundamentele…

11 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.