Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen

WOTS

Huidige tekst

Artikel 15 WOTS

Geldt sinds 1 januari 2013

  1. 1

    Tenzij Onze Minister reeds aanstonds van oordeel is dat het verzoek om tenuitvoerlegging moet worden afgewezen, stelt hij het met de daarbij behorende stukken in handen van de officier van justitie in wiens rechtsgebied de veroordeelde zijn woonplaats heeft of zich bevindt.

  2. 2

    Wanneer een verzoek om voorlopige aanhouding is voorafgegaan worden de stukken toegezonden aan de officier van justitie die in verband met dat verzoek reeds bij de zaak betrokken is geweest.

  3. 3

    Indien tegen de veroordeelde in Nederland een vervolging gaande is kunnen, in afwijking van het voorgaande, de stukken worden toegezonden aan de officier van justitie die met deze vervolging is belast.

  4. 4

    Is de veroordeelde een in artikel 2 van de Wet militaire strafrechtspraak bedoelde persoon, dan zendt Onze Minister de stukken toe aan de officier van justitie in het arrondissement waarin de rechtbank is gelegen die ingevolge die wet bevoegd is over die persoon rechtsmacht uit te oefenen.

  5. 5

    Betreft het verzoek de tenuitvoerlegging van een vermogenssanctie en is de veroordeelde een natuurlijke persoon zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland of een rechtspersoon waarvan het bestuur geen zitting of kantoor houdt in Nederland, of waarvan het hoofd van het bestuur geen vaste woonplaats in Nederland heeft, dan worden de stukken toegezonden aan de officier van justitie in wiens rechtsgebied voorwerpen aanwezig zijn waarop de sanctie tenuitvoer kan worden gelegd. Wanneer een verzoek om inbeslagneming is voorafgegaan worden de stukken toegezonden aan de officier van justitie die dat verzoek in behandeling heeft genomen.

  6. 6

    Is op grond van de voorgaande leden voorshands geen bevoegde officier van justitie aan te wijzen, dan zendt Onze Minister de stukken toe aan de officier van justitie bij het arrondissementsparket Amsterdam.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2018:219Parket bij de Hoge Raad, 20 maart 2018 (strafrecht)

    Conclusie AG over redelijke termijn in WOTS-zaken. Uitgangspunt van de rechtbank dat het aanvangsmoment voor de redelijke termijn moet worden bepaald op de betekening van de vordering van de officier…

  • ECLI:NL:HR:2009:BI0548Hoge Raad, 7 juli 2009 (strafrecht)

    Art. 18 WOTS. De Rb heeft geoordeeld dat op de overschrijding van de in art. 18 WOTS bepaalde termijn geen sanctie is gesteld en dat veroordeelde ook overigens niet in zijn belangen is geschaad zodat…

  • ECLI:NL:RBAMS:2020:311Rechtbank Amsterdam, 23 januari 2020 (internationaal strafrecht)

    De veroordeelde is in 2015 in Albanië veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf wegens o.a. de moord op een politiefunctionaris. De veroordeelde is in 2016 in Nederland aangehouden. Zijn…

  • ECLI:NL:RBBRE:2007:BB4548Rechtbank Breda, 1 oktober 2007 (strafrecht)

    Bij onherroepelijke gerechtelijke beslissing van het Hof van Assisen van de provincie Antwerpen d.d. 1 december2006, is betrokkene veroordeeld tot onder meer een gevangenisstraf van 25 jaar wegens…

  • ECLI:NL:RBSGR:2005:AU4446Rechtbank 's-Gravenhage, 18 oktober 2005 (civiel recht)

    [...] Eiser vordert gedaagde te veroordelen om het verzoek tot overbrenging van eiser op grond van het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen (het VOGP) en de Wet overdracht…

  • ECLI:NL:RBDOR:2003:AN4780Rechtbank Dordrecht, 30 oktober 2003 (strafrecht)

    WOTS-procedure, toelaatbaar verklaring Venezuelaans vonnis, gevangenisstraf van 10 jaar omgezet in 774 dagen, reeds uitgezeten

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.