Wet op het notarisambt

WN

Huidige tekst

Artikel 6 WN

Geldt sinds 1 maart 2020

  1. 1

    Tot notaris is slechts benoembaar hij die de Nederlandse nationaliteit bezit of de nationaliteit van een andere lidstaat van de Europese Unie, van een overige staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of van de Zwitserse Bondsstaat.

  2. 2

    Voor de benoembaarheid tot notaris is vereist: a.dat 1°. hem op grond van het met goed gevolg afleggen van een afsluitend examen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs aan een universiteit dan wel de Open Universiteit als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, de graad Master op het gebied van het notarieel recht is verleend, of 2°. hij het recht heeft verkregen om de titel meester te voeren op grond van het met goed gevolg afleggen van het afsluitend examen van een opleiding op het gebied van het notarieel recht aan een universiteit of de Open Universiteit als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; b.dat hij: 1°. een stage heeft doorlopen als bedoeld in artikel 31; 2°. met goed gevolg heeft afgelegd het examen, bedoeld in artikel 33; 3°. als toegevoegd notaris of kandidaat-notaris gedurende de laatste twee jaren voorafgaand aan zijn verzoek tot benoeming, per jaar gemiddeld ten minste 21 uur per week, in het Koninkrijk in Europa onder verantwoordelijkheid van een notaris of een waarnemer werkzaam is geweest of het notarisambt heeft waargenomen, dan wel als notaris gedurende die periode het notarisambt heeft vervuld; 4°. dat hij in het bezit is van een ondernemingsplan dat voldoet aan de voorwaarden van artikel 7, eerste lid, alsmede van het advies als bedoeld in artikel 7, tweede lid, alsmede c. dat hij in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens; d. dat hij de Nederlandse taal in voldoende mate beheerst voor een goede uitoefening van het notarisambt.

  3. 3

    Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de beroepsvereisten, waaraan hij die de opleiding, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, heeft gevolgd moet voldoen.

  4. 4

    Bij algemene maatregel van bestuur kunnen graden, verleend door een universiteit, de Open Universiteit of een hogeschool als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of daaraan gelijkwaardige getuigschriften worden aangewezen die voor de toepasselijkheid van het tweede lid, onderdeel a, onder 1°, gelijk worden gesteld aan de in dat lid bedoelde graad Bachelor op het gebied van het recht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2005:AR7920Parket bij de Hoge Raad, 8 april 2005 (civiel recht)

    8 april 2005 Eerste Kamer Nr. C03/226HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: Mr. Pieter DE BOORDER, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van DE TILBURGSCHE…

  • ECLI:NL:HR:1994:ZC1590Hoge Raad, 23 december 1994 (civiel recht)

    -

  • ECLI:NL:PHR:1981:AG4140Parket bij de Hoge Raad, 30 januari 1981 (civiel recht)

    Koopovereenkomst onroerend goed. Opdracht notaris. Leidt niet behoorlijke uitvoering van de opdracht tot aansprakelijkheid van de notaris op grond van wanprestatie? Mocht de notaris de in zijn handen…

  • ECLI:NL:CBB:2004:AO6479College van Beroep voor het bedrijfsleven, 12 maart 2004 (bestuursrecht)

    Op 5 augustus 2003 heeft het College een hoger beroepschrift ontvangen, waarbij appellanten sub 1 (hierna: [A] en anderen) hoger beroep instellen tegen de uitspraak van de rechtbank te Rotterdam van…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.