Wet op de dividendbelasting 1965

DB

Huidige tekst

Artikel 9 DB

Geldt sinds 1 januari 2011

  1. 1

    De inhoudingsplichtige, degene bij wie de opbrengst is betaalbaar gesteld, het administratiekantoor dat de opbrengst doorbetaalt aan certificaathouders, of degene tot wiens beroep het kopen of innen van dividendbewijzen gewoonlijk behoort, is, zodra de opbrengst is uitbetaald, tegoedgeschreven, verrekend of uitgereikt, gehouden ten behoeve van de rechthebbende een gedagtekende nota (dividendnota) uit te reiken volgens bij ministeriële regeling te stellen regels.

  2. 2

    De dividendnota mag zowel op papier worden verstrekt als elektronisch beschikbaar worden gesteld.

  3. 3

    In afwijking van het eerste lid mag de uitreiking van een dividendnota achterwege blijven indien: a.inhouding van de belasting achterwege blijft op de voet van deze wet, of vanwege een door Nederland gesloten verdrag ter voorkoming van dubbele belasting, of b.de rechthebbende een aanmerkelijk belang heeft in de inhoudingsplichtige als bedoeld in hoofdstuk 4 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

  4. 4

    Voor de toepassing van artikel 26, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt de belasting geacht te zijn ingehouden op de dag waarop de dividendnota is gedagtekend.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2011:BQ3673Parket bij de Hoge Raad, 12 juli 2011 (strafrecht)

    Art. 69.2 (oud) AWR. “Bij de belastingwet voorziene aangifte”. De opvatting dat onder een bij de belastingwet voorziene aangifte dient te worden verstaan een aangifte die is gedaan door middel van…

  • ECLI:NL:PHR:2011:BO4376Parket bij de Hoge Raad, 18 februari 2011 (belastingrecht)

    Vennootschapsbelasting. Art. 27e, 47, 49 en 52 AWR. Geen omkering en verzwaring van de bewijslast bij correctie van door Inspecteur niet aannemelijk geachte inkopen.

  • ECLI:NL:PHR:1995:AA3094Parket bij de Hoge Raad, 22 september 1995 (belastingrecht)

    Internationaal belastingrecht; dividendbelasting; art. 10 Belastingverdrag Nederland-België; doel en strekking; wetsontduiking; inkoop van eigen aandelen dividenduitkering?.

  • ECLI:NL:HR:1995:AA3094Hoge Raad, 15 maart 1995 (belastingrecht)

    Internationaal belastingrecht; dividendbelasting; art. 10 Belastingverdrag Nederland-België; doel en strekking; wetsontduiking; inkoop van eigen aandelen dividenduitkering?.

  • ECLI:NL:GHSHE:2023:1699Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 24 mei 2023 (belastingrecht)

    Dividendbelasting. Belanghebbende heeft geen dividendnota’s overgelegd. Hoewel belanghebbende diverse malen gewezen is op het ontbreken van de dividendnota’s en de eventuele gevolgen die daaraan…

  • ECLI:NL:GHAMS:2020:1189Gerechtshof Amsterdam, 12 mei 2020 (belastingrecht)

    Belanghebbende, een dochtervennootschap van een financiële instelling, leent gedurende een reeks van jaren een pakket AEX-aandelen aan een concernvennootschap. Deze aandelenlening wordt volgens…

  • ECLI:NL:RBNHO:2018:3408Rechtbank Noord-Holland, 26 april 2018 (belastingrecht)

    De informatiebeschikking wordt vernietigd, omdat verweerder de administratieve gebreken niet aannemelijk heeft gemaakt. Uit de administratie hoeft niet te blijken dat geen sprake is van…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.