Terug naar alle wetten
Wet op de dividendbelasting 1965
DB
Geldende tekst van alle 26 artikelen, ingedeeld volgens het BWB-wettenregister.
Inhoudsopgave
Hoofdstuk I Belastingplicht
- Artikel 1Onder de naam «dividendbelasting» wordt een directe belasting geheven van degenen die – rechtstreeks of door middel van…
- Artikel 1aDe gerechtigdheid, bedoeld in artikel 1, eerste lid, tot de opbrengst van aandelen die behoren tot een soort die is…
Hoofdstuk II Voorwerp van de belasting
- Artikel 2De belasting wordt geheven naar de opbrengst van de in artikel 1 bedoelde aandelen, winstbewijzen…
- Artikel 3Tot de opbrengst behoren:
- Artikel 3aVoor zover de storting op aandelen in een vennootschap bestaat uit aandelen in een andere vennootschap wordt ten…
- Artikel 3bDe herbeleggingsreserve die is gevormd ingevolge de nadere regelen die zijn gegeven krachtens artikel 28 van de Wet op…
- Artikel 4Inhouding van de belasting blijft achterwege ten aanzien van opbrengsten van aandelen, winstbewijzen…
- Artikel 4aInhouding van de belasting mag achterwege blijven ten aanzien van opbrengsten van aandelen, winstbewijzen…
- Artikel 4cInhouding van de belasting mag achterwege blijven ten aanzien van de opbrengst van aandelen ter gelegenheid van een…
- Artikel 4dBij een beleggingsinstelling of instelling voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet…
- Artikel 4eBij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld op grond waarvan inhouding van belasting achterwege mag blijven…
- Artikel 4fBij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld op grond waarvan inhouding van dividendbelasting achterwege mag…
Hoofdstuk III Tarief
Hoofdstuk IV Wijze van heffing
- Artikel 7De belasting wordt geheven door inhouding op de opbrengst.
- Artikel 9De inhoudingsplichtige, degene bij wie de opbrengst is betaalbaar gesteld, het administratiekantoor dat de opbrengst…
- Artikel 10Aan een in Nederland gevestigde rechtspersoon die niet aan de vennootschapsbelasting onderworpen is, wordt op zijn…
- Artikel 10aAan een natuurlijk persoon of een lichaam die woonachtig is, onderscheidenlijk dat gevestigd is, in een andere lidstaat…
- Artikel 11Op de ingevolge artikel 7, vierde lid, op aangifte af te dragen belasting kan een in het tweede lid nader aangeduide…
- Artikel 11aEen inhoudingsplichtige die voor de heffing van de vennootschapsbelasting is aangemerkt als beleggingsinstelling als…
- Artikel 12Indien de inhoudingsplichtige winstuitkeringen heeft ontvangen die zouden kunnen leiden tot een vermindering op de voet…
- Artikel 13De inspecteur stelt, op verzoek van de inhoudingsplichtige, bij voor bezwaar vatbare beschikking vast hetgeen is…
Hoofdstuk VI Overgangs- en slotbepalingen
- Artikel 15Bij het bepalen van hetgeen gemiddeld is gestort op bewijzen van deelgerechtigdheid in een fonds voor gemene rekening…
- Artikel 16Artikel 3a, eerste lid, vindt geen toepassing met betrekking tot stortingen op aandelen die vóór 1 januari 1946 hebben…
- Artikel 16aIn aanvulling op artikel 4, zesde lid, mag bij een beleggingsinstelling in de zin van artikel 28 van de Wet op de…
- Artikel 17Deze wet treedt in werking op 1 januari 1966.
Uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Omschrijvingen bij artikelen zijn redactioneel of de openingszin van het artikel. Dit is geen juridisch advies.