Wet op de dividendbelasting 1965

DB

Huidige tekst

Artikel 11a DB

Geldt sinds 1 januari 2024

  1. 1

    Een inhoudingsplichtige die voor de heffing van de vennootschapsbelasting is aangemerkt als beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 28 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 mag op de ingevolge artikel 7, vierde lid, op aangifte af te dragen belasting een vermindering toepassen wegens ten laste van hem ingehouden dividendbelasting en buitenlandse bronheffing.

  2. 2

    De in het eerste lid bedoelde vermindering is gelijk aan het gezamenlijke bedrag van de ten laste van de inhoudingsplichtige ingehouden dividendbelasting en buiten Nederland ingehouden en drukkende belastingen aan de bron op de opbrengsten van aandelen, winstbewijzen, kapitaalverstrekkingen en geldleningen, voor zover deze dividendbelasting en buitenlandse bronheffingen zijn ingehouden op een tijdstip dat de inhoudingsplichtige is aangemerkt als beleggingsinstelling als bedoeld in het eerste lid en deze belastingen nog niet eerder in mindering zijn gekomen. Een buitenlandse bronheffing wordt daarbij in aanmerking genomen tot een maximum van 15% van de opbrengst waarop zij drukt, en vervolgens verminderd met het bedrag waarvoor uiteindelijke gerechtigden die een belang hebben in de inhoudingsplichtige, bij dooruitdeling van de opbrengst waarop de bronheffing betrekking heeft, op grond van artikel 10, de Belastingregeling voor het Koninkrijk, de Belastingregeling voor het land Nederland dan wel een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting recht zouden hebben op een vermindering of teruggaaf van dividendbelasting. De eerste zin is slechts van toepassing op belasting naar opbrengsten met betrekking waartoe de inhoudingsplichtige aannemelijk maakt dat hij de uiteindelijk gerechtigde is. Artikel 4, zevende lid, is daarbij van overeenkomstige toepassing.

  3. 3

    Indien de inhoudingsplichtige als dochtermaatschappij deel uitmaakt van een fiscale eenheid in de zin van artikel 15, eerste lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 worden de ten laste van haar ingehouden dividendbelasting en buitenlandse bronheffingen voor de toepassing van de vermindering op de voet van het eerste lid toegerekend aan de moedermaatschappij van die fiscale eenheid. Ingeval vóór het tot stand komen van die fiscale eenheid ten laste van de inhoudingsplichtige dividendbelasting en buitenlandse bronheffingen zijn ingehouden die nog niet op de voet van het eerste lid tot een vermindering hebben geleid, worden zij toegerekend aan de moedermaatschappij. Bij een verbreking van de fiscale eenheid blijven dividendbelasting en buitenlandse bronheffingen die nog niet op de voet van het eerste lid tot een vermindering hebben geleid, achter bij de moedermaatschappij.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2021:506Hoge Raad, 9 april 2021 (belastingrecht)

    Prejudiciële vragen; art. 27 ga AWR; vrijheid van kapitaalverkeer; art. 56 EG onderscheidenlijk art. 63 VWEU; dividendbelasting; art. 11a Wet DB 1965 (tekst tot 1 januari 2012); art. 28 Wet Vpb 1969…

  • ECLI:NL:PHR:2019:281Parket bij de Hoge Raad, 22 maart 2019 (belastingrecht)

    Amerikaans beleggingsfonds wil teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting op grond van art. 63 VwEU (vrij kapitaalverkeer) wegens niet-gerechtigdheid tot de afdrachtvermindering ex art. 11a Wet…

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:1790Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 8 juli 2026 (belastingrecht)

    Dividendbelasting internationaal. Art. 11a Wet op de dividendbelasting 1965. Buitenlandse beleggingsfondsen. ‘Massale uitspraak’. Geen recht op teruggaaf van dividendbelasting. Hoger beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:1795Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 8 juli 2026 (belastingrecht)

    Dividendbelasting internationaal. Art. 11a Wet op de dividendbelasting 1965. Buitenlandse beleggingsfondsen. Geen recht op teruggaaf van dividendbelasting. Hoger beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:1796Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 8 juli 2026 (belastingrecht)

    Dividendbelasting internationaal. Art. 11a Wet op de dividendbelasting 1965. Buitenlandse beleggingsfondsen. Geen recht op teruggaaf van dividendbelasting. Hoger beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:1800Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 8 juli 2026 (belastingrecht)

    Dividendbelasting internationaal. Art. 11a Wet op de dividendbelasting 1965. Buitenlandse beleggingsfondsen. Geen recht op teruggaaf van dividendbelasting. Hoger beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:1193Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 3 maart 2025 (belastingrecht)

    Dividendbelasting internationaal

  • ECLI:NL:RBZWB:2024:2127Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 3 april 2024 (belastingrecht)

    Dividendbelasting internationaal.

26 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.