Wet op de bijzondere opsporingsdiensten

Wbo

Huidige tekst

Artikel 9 Wbo

Geldt sinds 1 januari 2020

  1. 1

    De bijzondere opsporingsdienst is als afzonderlijke organisatorische eenheid geplaatst in de organisatie van het ministerie waartoe deze behoort.

  2. 2

    De aanwijzing van het hoofd van de bijzondere opsporingsdienst, op voordracht van Onze betrokken Minister, geschiedt na overleg met Onze Minister van Veiligheid en Justitie. De aanwijzing eindigt van rechtswege met ingang van de datum dat de uitoefening van de functie van hoofd van de opsporingsdienst geen onderdeel meer uitmaakt van de werkzaamheden van de betreffende ambtenaar.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBAMS:1995:ZF1694Rechtbank Amsterdam, 22 juni 1995 (bestuursrecht)

    Besluit CFA wordt beschouwd als te zijn genomen door de SER. De SER is een bestuursorgaan in zin van 1:1.1.a Awb op grond van de aan de SER bij art. 2 Wbo opgedragen taak.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.