Wet op de accijns

WA

Huidige tekst

Artikel 2c WA

Geldt sinds 1 april 2010

  1. 1

    Indien tijdens een overbrenging van accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling in Nederland een onregelmatigheid heeft plaatsgevonden die resulteerde in uitslag tot verbruik van deze goederen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, vindt de uitslag tot verbruik plaats in Nederland.

  2. 2

    Indien in Nederland wordt geconstateerd dat zich tijdens een overbrenging van accijnsgoederen als bedoeld in het eerste lid een onregelmatigheid heeft voorgedaan die resulteerde in uitslag tot verbruik van deze goederen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, en er niet kan worden vastgesteld waar de onregelmatigheid plaatsvond, wordt deze geacht te hebben plaatsgevonden in Nederland op het tijdstip waarop de onregelmatigheid werd geconstateerd.

  3. 3

    Indien vanuit Nederland onder een accijnsschorsingsregeling overgebrachte accijnsgoederen niet op de plaats van bestemming zijn aangekomen en er tijdens de overbrenging geen onregelmatigheid is geconstateerd die resulteerde in uitslag tot verbruik van de accijnsgoederen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, wordt de onregelmatigheid geacht te hebben plaatsgevonden in Nederland op het tijdstip van aanvang van de overbrenging, tenzij binnen een termijn van vier maanden na de aanvang van de overbrenging als bedoeld in artikel 2b, eerste lid, ten genoegen van de inspecteur wordt aangetoond dat de overbrenging is geëindigd overeenkomstig artikel 2b, tweede lid, of dat is vastgesteld waar de onregelmatigheid plaatsvond.

  4. 4

    Indien de persoon die de in artikel 56 bedoelde zekerheid heeft gesteld, niet op de hoogte was of mogelijk niet op de hoogte was van het feit dat de goederen niet ter bestemming zijn aangekomen, wordt hem een termijn van een maand, te rekenen vanaf het tijdstip van de verstrekking van die informatie door de inspecteur, gegund om het eindigen van de overbrenging overeenkomstig artikel 2b, tweede lid, of de plaats waar de onregelmatigheid heeft plaatsgevonden, aan te tonen.

  5. 5

    Indien in de in het tweede en derde lid bedoelde situaties binnen een termijn van drie jaar vanaf de datum waarop de overbrenging overeenkomstig artikel 2b, eerste lid, is aangevangen, wordt vastgesteld dat de onregelmatigheid daadwerkelijk heeft plaatsgevonden in een andere lidstaat, is de accijns in die lidstaat verschuldigd.

  6. 6

    Indien de accijns in een andere lidstaat verschuldigd is geworden op grond van het feit dat de onregelmatigheid werd geacht te hebben plaatsgevonden in die lidstaat en binnen een termijn van drie jaar vanaf de datum waarop de overbrenging overeenkomstig artikel 2b, eerste lid, is aangevangen, wordt vastgesteld dat de onregelmatigheid daadwerkelijk heeft plaatsgevonden in Nederland, is het eerste lid van toepassing.

  7. 7

    Voor de toepassing van dit artikel wordt onder onregelmatigheid verstaan, een andere dan de in artikel 2, vijfde lid, bedoelde situatie die zich tijdens een overbrenging van accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling voordoet en als gevolg waarvan een overbrenging of een onderdeel van een overbrenging van accijnsgoederen niet overeenkomstig artikel 2b, tweede lid, is geëindigd.

  8. 8

    Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2021:461Parket bij de Hoge Raad, 7 mei 2021 (belastingrecht)

    In oktober en november 2013 heeft belanghebbende dertien keer een elektronisch administratief document (e-AD) ingediend voor de verzending van accijnsgoederen onder schorsing van accijns vanuit haar…

  • ECLI:NL:PHR:2021:443Parket bij de Hoge Raad, 30 april 2021 (belastingrecht)

    Belanghebbende exploiteert een groothandel in alcoholische en niet-alcoholische dranken. In november 2012 heeft belanghebbende acht zendingen van goederen onder schorsing van accijns uitgeslagen uit…

  • ECLI:NL:PHR:2019:1130Parket bij de Hoge Raad, 4 november 2019 (belastingrecht)

    Op 12 april 2014 hebben medewerkers van de Belastingdienst/Douane de woning van belanghebbende doorzocht. Zij troffen in de woning, in de garage en in een personenauto die in de garage stond…

  • ECLI:NL:PHR:2018:425Parket bij de Hoge Raad, 13 april 2018 (belastingrecht)

    De Wet op de accijns voorziet in een teruggaafmogelijkheid van reeds voldane accijns voor accijnsgoederen die onder ambtelijk toezicht zijn vernietigd “indien de goederen tot een bedrijfsvoorraad…

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:2337Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 2 september 2026 (belastingrecht)

    Artikel 10, leden 2 en 4 van richtlijn 2008/118/EG. Vervoer van goederen onder schorsing van accijns van België naar Nederland. De onder de accijnsschorsingsregeling overgebrachte goederen zijn niet…

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:1793Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 8 juli 2026 (belastingrecht)

    Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag accijns opgelegd. Haar bezwaar tegen deze naheffingsaanslag is gegrond verklaard. Het geschil betreft de vraag of belanghebbende recht heeft op een…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:1743Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 maart 2026 (belastingrecht)

    De inspecteur heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag accijns opgelegd omdat de in een zevental tanks aangetroffen olie een ander type olie zou zijn dan de gasolie die aanwezig zou moeten…

  • ECLI:NL:GHSHE:2024:4071Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 18 december 2024 (belastingrecht)

    Tussenuitspraak. Accijns. In deze procedure rijst een vraag van uitlegging van het Unierecht. Het hof wendt zich daarom tot het Hof van Justitie van de Europese Unie met een prejudiciële vraag. De…

27 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.