Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen

WMO

Huidige tekst

Artikel 6 WMO

Geldt sinds 1 juli 2022

  1. 1

    Het is verboden wetenschappelijk onderzoek te verrichten: a.indien de proefpersoon de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt, en onderdeel c niet van toepassing is: zonder de schriftelijke toestemming van de betrokkene; b.indien de proefpersoon de leeftijd van twaalf maar nog niet die van zestien jaar heeft bereikt en onderdeel c niet van toepassing is: zonder schriftelijke toestemming van de betrokkene alsmede die van de ouders die het gezag uitoefenen of van zijn voogd; c.indien de proefpersoon twaalf jaar of ouder is en niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake: zonder de schriftelijke toestemming van de ouders die het gezag uitoefenen of van de voogd dan wel indien hij de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt, van de wettelijke vertegenwoordiger van de betrokkene of, indien deze ontbreekt, van de persoon die daartoe door de betrokkene schriftelijk is gemachtigd of, bij het ontbreken van zodanig persoon, van de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel van de betrokkene of, indien deze ontbreekt, de ouders van de betrokkene of, indien ook dezen ontbreken, de redelijkerwijs bereikbare meerderjarige kinderen dan wel, indien dezen eveneens ontbreken, de redelijkerwijs bereikbare meerderjarige broers en zussen van de betrokkene; d.indien de proefpersoon de leeftijd van twaalf jaar nog niet heeft bereikt: zonder de schriftelijke toestemming van de ouders die het gezag uitoefenen of van zijn voogd.

  2. 2

    De in het eerste lid bedoelde toestemming kan op elektronische wijze worden verleend mits die wijze voldoende betrouwbaar en vertrouwelijk is, passend is voor het onderzoek en in het onderzoeksprotocol is vastgelegd. In het onderzoeksprotocol kan worden bepaald dat de toestemming, behoudens de hierna genoemde mogelijkheid van mondelinge toestemming, slechts op elektronische wijze kan worden verleend. Als de betrokkene niet in staat is te schrijven of op elektronische wijze toestemming te verlenen, kan de toestemming mondeling worden gegeven in de aanwezigheid van ten minste één getuige.

  3. 3

    De vervangende toestemming van de in het eerste lid, onder c en d, genoemde personen geeft de vermoedelijke wil van de proefpersoon weer.

  4. 4

    Indien het wetenschappelijk onderzoek alleen kan worden uitgevoerd in noodsituaties waarin de ingevolge het eerste lid vereiste toestemming niet kan worden gegeven, en ten goede kan komen aan de persoon die in die noodsituatie verkeert, kunnen handelingen ter uitvoering ervan plaatsvinden zonder die toestemming zolang de omstandigheid die de verhindering van het geven van toestemming vormt, zich voordoet.

  5. 5

    Alvorens toestemming wordt gevraagd draagt degene die het onderzoek uitvoert er zorg voor dat de persoon wiens toestemming is vereist, wordt ingelicht over: a.het doel, de aard en de duur van het onderzoek; b.de risico's die het onderzoek voor de gezondheid van de proefpersoon met zich zou brengen; c.de risico's die het tussentijds beëindigen van het onderzoek voor de gezondheid van de proefpersoon met zich zou brengen; d.de bezwaren die het onderzoek voor de proefpersoon met zich zou kunnen brengen, en e.de wijze waarop de toestemming kan worden verleend.

  6. 6

    De betreffende proefpersoon wordt op zo mogelijk dezelfde wijze als waarop de toestemming kan worden verleend ingelicht, op diens verzoek in ieder geval schriftelijk en desgewenst in een aan de toestemming voorafgaand onderhoud. De inlichtingen worden op zodanige wijze verstrekt dat redelijkerwijs zeker is dat de betrokkene deze naar haar inhoud heeft begrepen. Hij krijgt een zodanige bedenktijd dat hij op grond van deze inlichtingen een zorgvuldig overwogen beslissing omtrent de gevraagde toestemming kan geven. Bij ministeriële regeling kunnen nadere eisen worden gesteld aan de inlichtingen die aan betrokkene worden verstrekt.

  7. 7

    Degene die het wetenschappelijk onderzoek uitvoert, draagt ervoor zorg dat proefpersonen die de leeftijd van twaalf jaar nog niet hebben bereikt of die niet in staat zijn tot een redelijke waardering van hun belangen ter zake, over het onderzoek worden ingelicht door een daartoe geschoolde persoon op een wijze die past bij hun bevattingsvermogen.

  8. 8

    De wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het bepaalde in dit artikel wordt vastgelegd in het onderzoeksprotocol.

  9. 9

    De proefpersoon dan wel, indien deze ingevolge dit artikel niet bevoegd is tot het geven van toestemming, degene die daartoe in zijn plaats bevoegd is, kan de toestemming te allen tijde, zonder opgaaf van redenen, intrekken. Hij is ter zake van de intrekking geen schadevergoeding verschuldigd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:266Parket bij de Hoge Raad, 8 maart 2024 (civiel recht)

    Overheidsprivaatrecht. Gebruik privaatrecht door overheid toegestaan? Onaanvaardbare doorkruising. Overeenkomst van gemeente met aanbieder ter uitvoering van Wmo. Is vordering van gemeente tot…

  • ECLI:NL:PHR:2019:1338Parket bij de Hoge Raad, 17 december 2019 (strafrecht)

    Vordering tot cassatie in het belang der wet. Euthanasietoepassing op patiënte met vergevorderde dementie op schriftelijk verzoek. Rechtbank ontsloeg de vervolgde arts van alle rechtsvervolging. De…

  • ECLI:NL:RBOBR:2021:6610Rechtbank Oost-Brabant, 20 december 2021 (civiel recht)

    KORT GEDING; WET OP DE MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2015 (WMO), ZORGAANBIEDER DIENT MEDEWERKING TE VERLENEN VOOR EEN VERSCHERPTE INTERNE CONTROLE OP HAAR ADMINISTRATIE

  • ECLI:NL:RBZWB:2014:3501Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 mei 2014 (bestuursrecht)

    Beëindiging zorg in natura wegens hoge eisen van eiser aan hulpen van drie thuiszorginstellingen houdt stand. Nu geen zorg in natura meer wordt geleverd zijn gelet op de compensatieplicht zeer…

  • ECLI:NL:RBNNE:2014:1111Rechtbank Noord-Nederland, 21 februari 2014 (bestuursrecht)

    Burgemeester en wethouders (B&W) moeten een persoonsgebonden budget betalen (pgb) aan de hulpvrager; de persoon die met dat budget zijn hulp inkoopt. De Wet maatschappelijke ondersteuning biedt B&W…

  • ECLI:NL:CRVB:2012:BV0985Centrale Raad van Beroep, 4 januari 2012 (socialezekerheidsrecht)

    Toekenning vervoersvoorziening. De door het college genoemde redenen om toekenning van een persoonsgebonden budget te weigeren kunnen niet worden aangemerkt als overwegende bezwaren in de zin van…

  • ECLI:NL:RBSGR:2008:BG8589Rechtbank 's-Gravenhage, 18 december 2008 (bestuursrecht)

    Wet maatschappelijke ondersteuning; primaat van verhuizing. Beroep gegrond.

  • ECLI:NL:RBGRO:2007:BA8761Rechtbank Groningen, 29 juni 2007 (socialezekerheidsrecht)

    Toekenning van 0 tot en met 1,9 uur hulp per week in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Bij het bepalen van voorzieningen in het kader van de WMO dient rekening te worden gehouden…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.