Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen

WMO

Huidige tekst

Artikel 16 WMO

Geldt sinds 15 maart 2022

  1. 1

    De centrale commissie kan commissies erkennen, die belast zijn met de toetsing van onderzoeksprotocollen overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens deze wet of de Embryowet.

  2. 2

    Voor erkenning komt slechts in aanmerking een commissie: a.die in elk geval bestaat uit een of meer artsen, en een kinderarts indien het betreft de toetsing van onderzoeksprotocollen voor onderzoek met een proefpersoon die de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt, en uit personen die deskundig zijn op het gebied van de rechtswetenschap, de methodologie van wetenschappelijk onderzoek en de ethiek, alsmede een persoon die het wetenschappelijk onderzoek specifiek beoordeelt vanuit de invalshoek van de proefpersoon, en die in geval van beoordeling van wetenschappelijk onderzoek met medische hulpmiddelen tevens bestaat uit een persoon die deskundig is op het gebied van medische hulpmiddelen en die ingeval van beoordeling van wetenschappelijk onderzoek met geneesmiddelen tevens bestaat uit personen die deskundig zijn op het gebied van de farmacie en de klinische farmacologie; b.waarvan de leden voldoen aan door de centrale commissie vast te stellen nadere eisen betreffende opleiding en ervaring; c.waarvan de leden worden benoemd voor een periode van ten hoogste vier jaar en herbenoeming van de leden twee maal kan plaatsvinden voor telkens een periode van ten hoogste vier jaar; d.in welker reglement genoegzaam is voorzien in medewerking door andere deskundigen met het oog op de aard van de haar ter beoordeling voorgelegde onderzoeksprotocollen; e.uit welker reglement blijkt voor welke kring zij werkzaam zal zijn; f.in welker reglement genoegzaam is voorzien in de onafhankelijkheid ten opzichte van de organisatie die de commissie heeft ingesteld; g.welker reglement voorziet in een behoorlijke regeling van haar werkwijze en dat onder andere bevat een voorziening op grond waarvan de beoordeling van onderzoeksprotocollen plaatsvindt in overeenstemming met het bepaalde in artikel 9, eerste lid, van de verordening of, in van toepassing zijnde gevallen, welker reglement voorziet in een behoorlijke regeling van haar werkwijze en dat onder andere een voorziening bevat op grond waarvan de beoordeling van onderzoeksprotocollen plaatsvindt in overeenstemming met het bepaalde in artikel 71, eerste en tweede lid, van Verordening (EU) 2017/745, artikel 67, eerste en tweede lid, van Verordening (EU) 2017/746 en artikel 9, eerste lid, van Verordening (EU) 536/2014; h.waarvan redelijkerwijs aannemelijk is dat aan haar onderzoeksprotocollen ter beoordeling zullen worden voorgelegd tot tenminste het door de centrale commissie daartoe vastgestelde aantal.

  3. 3

    Bij de toepassing van de voorwaarden voor erkenning, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, b en d, kan de centrale commissie de aard van de aan de commissie voor te leggen onderzoeksprotocollen in ogenschouw nemen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2014:2197Parket bij de Hoge Raad, 21 november 2014 (civiel recht)

    Bevoegdheid burgerlijke rechter ter zake van invordering bestuursrechtelijke geldschulden, art. 4:124 Awb (HR 21 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:397, NJ 2014/202). Formele rechtskracht toegezonden…

  • ECLI:NL:RBOVE:2017:4181Rechtbank Overijssel, 9 november 2017 (bestuursrecht)

    De rechtbank oordeelt dat de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek terecht iemand heeft afgewezen om als deskundig ethicus in de zin van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO)…

  • ECLI:NL:RBZLY:2010:BN4673Rechtbank Zwolle-Lelystad, 20 augustus 2010 (bestuursrecht)

    Naar voorlopig oordeel op goede gonden erkenning van verzoekster als medisch etische toetsingscommissie ingetrokken. Afwijzing voorlopige voorziening.

  • ECLI:NL:RBZLY:2010:BR6191Rechtbank Zwolle-Lelystad, 2 maart 2010 (bestuursrecht)

    Toekenning persoonsgebonden budget; passage over verschuldigd zijn van eigen bijdrage terecht aangemerkt als een informatieve mededeling en niet als besluit.

  • ECLI:NL:RBSHE:2010:BL5218Rechtbank 's-Hertogenbosch, 4 februari 2010 (socialezekerheidsrecht)

    De raad is bevoegd om te bepalen dat en in welke gevallen een eigen bijdrage ingevolge de Wmo verschuldigd is en te regelen wat de omvang van de eigen bijdrage is. Deze bevoegdheid kan niet worden…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.