Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen

WMO

Huidige tekst

Artikel 14 WMO

Geldt sinds 15 maart 2022

  1. 1

    Er is een centrale commissie voor medisch-wetenschappelijk onderzoek. Zij heeft ten hoogste tweeëndertig leden. De Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is op de centrale commissie van toepassing, met uitzondering van artikel 22 van die wet, voor zover het besluiten betreft die de centrale commissie neemt ter uitvoering van deze wet en de artikelen 10, 16 en 19 van de Embryowet.

  2. 2

    De centrale commissie bestaat in elk geval uit een of meer artsen, en een kinderarts, en uit personen die deskundig zijn op het gebied van de embryologie, de farmacologie, de farmacie, de verpleegkunde, de gedragswetenschappen, de rechtswetenschap, de methodologie van wetenschappelijk onderzoek en de ethiek, medische hulpmiddelen alsmede een persoon die het wetenschappelijk onderzoek specifiek beoordeelt vanuit de invalshoek van de proefpersoon.

  3. 3

    De leden van de centrale commissie waaronder de voorzitter, worden voor ten hoogste vier jaar benoemd. Onze Minister wijst een persoon aan die als waarnemer de vergaderingen van de commissie kan bijwonen.

  4. 4

    De centrale commissie wijst uit haar midden een of meer plaatsvervangers voor de voorzitter aan.

  5. 5

    Herbenoeming van de leden kan tweemaal en telkens voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden.

  6. 6

    De centrale commissie regelt haar werkwijze bij een reglement. Het reglement bevat een voorziening op grond waarvan een lid of een plaatsvervangend lid van de centrale commissie niet deelneemt aan de beoordeling van een onderzoeksprotocol indien het betrokken is bij het verrichten dan wel uitvoeren van het te beoordelen wetenschappelijk onderzoek. In van toepassing zijnde gevallen bevat het reglement een voorziening op grond waarvan de beoordeling van onderzoeksprotocollen plaatsvindt in overeenstemming met het bepaalde in artikel 71, eerste en tweede lid, van Verordening (EU) 2017/745, artikel 67, eerste en tweede lid, van Verordening (EU) 2017/746 en artikel 9, eerste lid, van Verordening (EU) 536/2014.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBOVE:2017:4181Rechtbank Overijssel, 9 november 2017 (bestuursrecht)

    De rechtbank oordeelt dat de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek terecht iemand heeft afgewezen om als deskundig ethicus in de zin van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO)…

  • ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9694Centrale Raad van Beroep, 14 februari 2007 (socialezekerheidsrecht)

    Geen vergoeding icsi/mesa-behandeling.

  • ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9700Centrale Raad van Beroep, 14 februari 2007 (socialezekerheidsrecht)

    Na de verwijzing door de enkelvoudige kamer van de rechtbank naar de meervoudige kamer is geen nieuwe zitting gehouden, dan wel partijen toestemming gevraagd het houden van een nieuwe zitting…

  • ECLI:NL:CRVB:2005:AT9545Centrale Raad van Beroep, 13 juli 2005 (socialezekerheidsrecht)

    Vergoeding van Vitro Fertilisatie-behandeling (ivf) door middel van een intra cytoplasmatische sperma-injectie (icsi) met microchirurgische epididymale sperma-aspiratie (mesa) of testiculaire…

  • ECLI:NL:RBSGR:2004:AO3791Rechtbank 's-Gravenhage, 12 februari 2004 (socialezekerheidsrecht)

    De behandeling waarvan vergoeding is geweigerd betreft een combinatie van ICSI (Intra Cytoplasmatische Spermatozoa Injectie) en MESA (Microchirurgische Epididymale Sperma Aspiratie).

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.