Wet marktordening gezondheidszorg

WMG

Huidige tekst

Artikel 79 WMG

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    De zorgautoriteit geeft geen aanwijzing als bedoeld in de artikelen 76 tot en met 78h omtrent de beoordeling of behandeling van individuele gevallen door degene tot wie de aanwijzing is gericht.

  2. 2

    Bij de aanwijzing stelt de zorgautoriteit een termijn waarbinnen de betrokkene aan de aanwijzing voldoet.

  3. 3

    In afwijking van artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 3.1, derde lid, en 3.3, vijfde lid, onderdeel h, van de Wet open overheid, is de zorgautoriteit niet gehouden een belanghebbende die naar verwachting bedenkingen zal hebben tegen openbaarmaking van een op grond van deze wet gegeven aanwijzing, in de gelegenheid te stellen om zijn zienswijze naar voren te brengen, indien van hem geen adres bekend is en het adres ook niet met een redelijke inspanning kan worden verkregen.

  4. 4

    De zorgautoriteit maakt een op grond van deze wet gegeven aanwijzing, onverminderd het bepaalde in artikel 3.3, vijfde lid, onderdeel i, van de Wet open overheid, niet eerder uit eigen beweging openbaar dan nadat vijf werkdagen na de mededeling, bedoeld in artikel 3.1, vierde lid, van die wet, zijn verstreken.

  5. 5

    Indien een belanghebbende die bedenkingen heeft tegen openbaarmaking van een aanwijzing, verzoekt een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht te treffen, wordt de werking van de op grond van artikel 3.1, vierde lid, van de Wet open overheid, met een besluit gelijkgestelde mededeling over die openbaarmaking, opgeschort totdat er een uitspraak is van de voorzieningenrechter.

  6. 6

    Indien het adequaat functioneren van de verzekeringsmarkt, de positie van de verzekeraars op die markt, het adequaat functioneren van de zorgverlenings- of zorginkoopmarkt, de positie van zorgaanbieders op die markt of het belang van een toereikend aanbod van jeugdhulp of gecertificeerde instellingen geen uitstel toelaat, kan de zorgautoriteit in afwijking van het vierde en vijfde lid en van de artikelen 3.1, derde lid, en 3.3, vijfde lid, onderdelen h en i, van de Wet open overheid, een op grond van deze wet gegeven aanwijzing onverwijld uit eigen beweging openbaar maken.

  7. 7

    Indien de belanghebbende tot wie een openbaar gemaakte aanwijzing is gericht, aan die aanwijzing voldoet, maakt de zorgautoriteit dat feit uit eigen beweging openbaar.

  8. 8

    Indien een zorgaanbieder niet binnen de in het tweede lid bedoelde termijn aan een krachtens artikel 76, tweede lid, gegeven aanwijzing voldoet, is de zorgautoriteit bevoegd het bedrag, bedoeld in dat lid, in te vorderen. Titel 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CBB:2026:323College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14 juli 2026 (bestuursrecht)

    ________________________________________ Afwijzing verzoek handhaving van zorgaanbieder tegen zorgverzekeraar. Artikel 13 Zorgverzekeringswet. Hinderpaalcriterium. Beoordeling op niveau…

  • ECLI:NL:CBB:2012:BX4131College van Beroep voor het bedrijfsleven, 1 augustus 2012 (bestuursrecht)

    Wet marktordening gezondheidszorg

  • ECLI:NL:CBB:2012:BV1545College van Beroep voor het bedrijfsleven, 23 januari 2012 (bestuursrecht)

    Verzoek om voorlopige voorziening, gericht tegen de door NZa voorgenomen onverwijlde publicatie van een gegeven aanwijzing. Verzoek gedeeltelijk toegewezen: de bepaling in de aanwijzing dat…

  • ECLI:NL:CBB:2010:BL3730College van Beroep voor het bedrijfsleven, 11 februari 2010 (bestuursrecht)

    Wet marktordening gezondheidszorg

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.