Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden

Wdov

Huidige tekst

Artikel 4 Wdov

Geldt sinds 1 mei 2014

  1. 1

    Indien noodzakelijk voor de tenuitvoerlegging van het bevel, bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef, kan de officier van justitie de aanhouding van de veroordeelde bevelen. Het bevel tot aanhouding is schriftelijk en bevat de reden van aanhouding. Een afschrift van het bevel wordt de aangehouden veroordeelde onverwijld uitgereikt.

  2. 2

    De aanhouding wordt verricht door een opsporingsambtenaar, die daartoe elke plaats kan betreden en doorzoeken.

  3. 3

    Celmateriaal wordt slechts van de aangehouden veroordeelde of de veroordeelde die zich meldt voor de tenuitvoerlegging van het bevel, afgenomen, nadat van hem een of meer vingerafdrukken overeenkomstig het Wetboek van Strafvordering zijn genomen en verwerkt en de opsporingsambtenaar zijn identiteit heeft vastgesteld op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, en tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

  4. 4

    Indien de veroordeelde, bedoeld in het derde lid, ontkent de persoon te zijn tegen wie het bevel is gericht, of indien over zijn identiteit twijfel bestaat, is de opsporingsambtenaar bevoegd hem, voor zover dat noodzakelijk is voor de vaststelling van zijn identiteit, aan zijn kleding te onderzoeken, alsmede voorwerpen die hij bij zich draagt of met zich meevoert te onderzoeken. Artikel 55b van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.

  5. 5

    Voor zover noodzakelijk voor de vaststelling van zijn identiteit, kan de aangehouden veroordeelde op bevel van de officier van justitie voor ten hoogste zes uren worden opgehouden, met dien verstande dat de tijd tussen middernacht en negen uur 's morgens niet wordt meegerekend. Het bevel tot ophouding is schriftelijk en bevat de reden van ophouding. Het bevel wijst de aangehouden veroordeelde, aan wie onverwijld een afschrift van het bevel wordt uitgereikt, zo duidelijk mogelijk aan. De officier van justitie kan ten aanzien van de opgehouden persoon maatregelen ter vaststelling van zijn identiteit bevelen. Als zodanige maatregelen worden aangemerkt de maatregelen, bedoeld in artikel 55c, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Indien noodzakelijk voor de vaststelling van de identiteit van de aangehouden veroordeelde, kan de officier van justitie schriftelijk bevelen dat de termijn van zes uren eenmaal met ten hoogste zes uren wordt verlengd.

  6. 6

    Het bevel, bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef, wordt zo spoedig mogelijk na de aanhouding van de veroordeelde ten uitvoer gelegd.

  7. 7

    Voor de tenuitvoerlegging van het bevel mag de aangehouden veroordeelde wiens identiteit is vastgesteld, niet langer dan zes uren worden opgehouden, met dien verstande dat de tijd tussen middernacht en negen uur 's morgens niet wordt meegerekend.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHDHA:2025:667Gerechtshof Den Haag, 11 april 2025 (strafrecht)

    Verzet bij aanhouding met letsel tot gevolg (art. 180 Sr en art. 181 Sr). Het hof acht aannemelijk dat het bevel tot aanhouding van de verdachte wel degelijk is afgegeven, maar per abuis niet in het…

  • ECLI:NL:RBAMS:2016:7714Rechtbank Amsterdam, 11 november 2016 (strafrecht)

    Beslissing op bezwaarschrift ex artikel 7 van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. Gegeven aanhoudingsbevel onrechtmatig. Gevolg: bezwaarschrift gegrond.

  • ECLI:NL:RBNNE:2016:3419Rechtbank Noord-Nederland, 20 juni 2016 (strafrecht)

    Bezwaarschrift afname van celmateriaal ten behoeve van het bepalen en verwerken van het DNA-profiel. Het bezwaarschrift is gegrond verklaard.

  • ECLI:NL:RBNHO:2015:3395Rechtbank Noord-Holland, 1 mei 2015 (strafrecht)

    Uitzonderingsgrond van artikel 2, eerste lid onder b Wet DNA doet zich niet voor. Al dan niet schending van artikel 4 Wet DNA leidt niet tot gegrondbevinding van het bezwaar.

  • ECLI:NL:RBAMS:2008:BD6470Rechtbank Amsterdam, 27 juni 2008 (strafrecht)

    Veroordeelde is in 1999 door de politierechter veroordeeld terzake van openlijke geweldpleging en poging tot zware mishandeling en in hoger beroep door het Hof in 2004 tot een gevangenisstraf.…

  • ECLI:NL:RBAMS:2008:BD6509Rechtbank Amsterdam, 27 juni 2008 (strafrecht)

    Minderjarige veroordeelde, (art. 2 Wet DNA/ 8 EVRM) 14-jarig meisje, openlijk geweld in vereniging tegen tramconductrice Zie uitspraak voor overwegingen mbt EVRM Van belang: - Verlaten jurisprudentie…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.