Wet basisregistratie personen

Wet BRP

Huidige tekst

Artikel 2.38 Wet BRP

Geldt sinds 29 november 2014

  1. 1

    Degene die naar redelijke verwachting gedurende een half jaar ten minste twee derde van de tijd in Nederland verblijf zal houden, meldt zich uiterlijk op de vijfde dag na de aanvang van zijn verblijf in persoon bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar hij zijn woonadres heeft om daarbij schriftelijk aangifte van verblijf en adres te doen. Indien hij geen woonadres heeft, kiest hij een briefadres en meldt hij zich binnen de gestelde termijn bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar hij zijn briefadres heeft om de bedoelde aangifte te doen.

  2. 2

    Hij doet in de aangifte mededeling van de gegevens over zijn toekomstig verblijf in Nederland, over zijn adres in de gemeente en over het vorige verblijf buiten Nederland.

  3. 3

    Hij geeft bij de aangifte de inlichtingen en legt de geschriften over ter zake van feiten betreffende zijn burgerlijke staat, zijn nationaliteit en zijn eerder verblijf in Nederland, die noodzakelijk zijn voor de bijhouding met betrekking tot hem van de basisregistratie. Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders legt hij van een geschrift een door een beëdigde vertaler vervaardigde Nederlandse vertaling over. Indien hij zich in Nederland vestigt, komende vanuit Aruba, Curaçao, Sint Maarten of een van de openbare lichamen, legt hij een hem betreffend verhuisbericht over, verstrekt door de verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in de basisadministratie in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of een van de openbare lichamen, waar hij laatstelijk als ingezetene was ingeschreven.

  4. 4

    Degene die naar redelijke verwachting gedurende een half jaar ten minste twee derde van de tijd in Nederland verblijf zal houden, doet aangifte van verblijf en adres overeenkomstig het eerste tot en met het derde lid, op het moment dat hij ophoudt te behoren tot een categorie als bedoeld in artikel 2.6.

  5. 5

    In een geval als bedoeld in het vierde lid vangt de in het eerste lid bedoelde termijn van vijf dagen aan met ingang van de dag na die waarop een in dat lid bedoelde situatie is ingetreden.

  6. 6

    Aangifte van verblijf en adres blijft achterwege indien: a.het verblijf aanvangt door geboorte en inschrijving plaatsvindt op grond van de geboorteakte, b.de betrokkene behoort tot een categorie van personen als bedoeld in artikel 2.6, of c.de betrokkene een vreemdeling is die geen rechtmatig verblijf geniet.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2020:2101Hoge Raad, 18 december 2020 (civiel recht)

    Procesrecht. Verstekverlening. Art. 45 en 121 Rv. Betekening exploot door deurwaarder, zonder vermelding in het exploot van de woonplaats van verweerster omdat zij 'geheim adres' heeft (art. 2.59 Wet…

  • ECLI:NL:PHR:2019:484Parket bij de Hoge Raad, 9 april 2019 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Kan en moet de deurwaarder een exploot uitbrengen aan een in de basisregistratie personen (BRP) opgenomen briefadres in plaats van openbaar te betekenen op de voet…

  • ECLI:NL:HR:2019:483Hoge Raad, 5 april 2019 (belastingrecht)

    Motorrijtuigenbelasting; artt. 7, 13, 34, en 37 Wet MRB; art. 67c AWR; VWEU; prejudiciële vragen rechtbank; naheffing en verzuimboete voor gebruik maken van de weg met een motorrijtuig met…

  • ECLI:NL:PHR:2018:1289Parket bij de Hoge Raad, 15 november 2018 (belastingrecht)

    Motorrijtuigenbelasting; naheffing van ingezetenen met buitenlands kenteken. Door wetswijziging in 2014 (art. 7(3), 13(2) en 34(2)(2e volzin) Wet mrb) kan hun naheffingsaanslag over een langere…

  • ECLI:NL:RBROT:2025:8923Rechtbank Rotterdam, 23 juli 2025 (bestuursrecht)

    Varia, aanvraag briefadres. Er is geen rechtsgrond om eiser eerder te doen inschrijven met een briefadres dan verweerder al heeft gedaan.

  • ECLI:NL:RBZWB:2024:3479Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29 mei 2024 (socialezekerheidsrecht)

    Korting AOW-uitkering, geen pensioen opgebouwd

  • ECLI:NL:RBMNE:2022:4166Rechtbank Midden-Nederland, 10 oktober 2022 (civiel recht)

    Kort geding. Beperkt toetsingskader bij voorzieningen die betrekking hebben op een onder curatele gestelde. Nakoming vaststellingsovereenkomst.

  • ECLI:NL:RBROT:2022:4260Rechtbank Rotterdam, 30 mei 2022 (bestuursrecht)

    Varia, BRP-registratie, geboorteakte, boete, beroep ongegrond

20 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.