Verdrag inzake de overeenkomst van internationaal spoorwegvervoer van goederen

Huidige tekst

Artikel 34 Verdrag inzake de overeenkomst van internationaal spoorwegvervoer van goederen

Geldt sinds 17 november 2023

Gevolgen van het cognossement; wettiging 1 Artikel 5, tweede lid, en de artikelen 6, 7, 9 en 10 zijn van overeenkomstige toepassing wanneer een cognossement is afgegeven. De goederen worden vergezeld door een afschrift van het cognossement. 2 De vervoerder mag de in het eerste lid van dit artikel bedoelde veronderstellingen jegens een in het cognossement aangewezen geadresseerde en aan wie het cognossement is overhandigd, niet weerleggen, tenzij de geadresseerde op het tijdstip van de overhandiging van het cognossement wist, of door grove nalatigheid niet wist, dat de daarin vermelde informatie onjuist is. Hetzelfde geldt voor elke derde aan wie het cognossement is overgedragen. 3 Elke vordering op grond van een vervoerovereenkomst die in een cognossement is opgenomen, kan alleen worden ingediend door de persoon die op grond van het cognossement aanspraak kan maken. De cognossementhouder wordt, in diens belang, geacht de persoon te zijn die een vordering kan indienen op grond van het cognossement.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.