Verdrag inzake de overeenkomst van internationaal spoorwegvervoer van goederen

Huidige tekst

Artikel 31 Verdrag inzake de overeenkomst van internationaal spoorwegvervoer van goederen

Geldt sinds 17 november 2023

Vervoerders tegen wie een vordering kan worden ingesteld 1 Vorderingen op basis van de vervoerovereenkomst kunnen worden ingesteld tegen de contractuele vervoerder of tegen de vervoerder die de goederen heeft geleverd of tegen de vervoerder die het deel van het vervoer heeft uitgevoerd waarop het aan de procedure ten grondslag liggende feit zich heeft voorgedaan. 2 Een vordering tot terugvordering van een uit hoofde van de vervoerovereenkomst betaald bedrag kan worden ingesteld tegen de vervoerder die dat bedrag heeft geïnd of tegen de vervoerder namens wie het is geïnd. 3 Tegen een andere dan de in het eerste en tweede lid van dit artikel genoemde vervoerder kan een vordering worden ingesteld wanneer deze in de vorm van een tegenvordering in gang wordt gezet of door middel van bezwaar tegen een procedure met betrekking tot een hoofdvordering op grond van dezelfde vervoerovereenkomst. 4 Indien de eiser een keuze heeft tussen meerdere vervoerders, vervalt zijn keuzerecht zodra hij een vordering tegen een van hen heeft ingesteld.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.