Huidige tekst
Artikel 4 Verdrag en Statuut nopens het Internationale Spoorwegregime
De Verdragstaten, de noodzakelijkheid erkennende om de exploitatie van de spoorwegen te doen geschieden met de soepelheid, noodig om te voldoen aan de veelzijdige behoeften van het verkeer, geven als hun voornemen te kennen de vrijheid van deze exploitatie onaangetast te laten, met dien verstande dat er voor gewaakt zal worden dat deze vrijheid wordt uitgeoefend zonder schade voor het internationale verkeer. Zij verbinden zich aan het internationale verkeer redelijke faciliteiten te verleenen en zich te onthouden van iedere onderscheiding, die een onwelwillend karakter zou dragen ten opzichte van andere Verdragstaten, hun onderdanen of hun schepen. De bepalingen van dit artikel komen niet alleen ten goede aan doorvoer beheerscht door een enkelvoudig contract, zij hebben eveneens betrekking op doorvoeren als bedoeld in artt. 21 en 22 van dit Statuut, op de voorwaarden als aangegeven in deze artikelen.