Huidige tekst
Artikel 1 Verdrag en Statuut nopens het Internationale Spoorwegregime
Teneinde tusschen hun spoorwegnetten de verbindingen tot stand te brengen, die beantwoorden aan de behoeften van het internationale verkeer, komen de Verdragstaten overeen: In gevallen waarin de bedoelde spoorwegnetten reeds met elkander in verbinding staan, een doorgaand verkeer over de bestaande lijnen in het leven te roepen voor zoover de behoeften van het internationale verkeer het vereischen; In gevallen waarin de bestaande verbindingen niet voldoende zijn om te beantwoorden aan de behoeften van het verkeer, elkander onverwijld mededeeling te doen van en te zamen in vriendschappelijken geest een onderzoek in te stellen naar hun plannen inzake versterking van bestaande lijnen of inzake aanleg van nieuwe lijnen, welker aansluiting op de spoorwegnetten van een of meer Verdragstaten, of welker verlenging op het grondgebied van een of meer Verdragstaten aan deze behoeften zou beantwoorden. De voorafgaande bepalingen brengen geenerlei verplichting mede met betrekking tot lijnen, die aangelegd zijn in het belang van een bepaalde streek of van de nationale verdediging.