Verdrag en Statuut nopens het Internationale Spoorwegregime

Huidige tekst

Artikel 2 Verdrag en Statuut nopens het Internationale Spoorwegregime

Geldt sinds 22 mei 1928

Met het oog op het belang dat in het algemeen zij die van een spoorweg gebruik maken, en in het bijzonder de reizigers, erbij hebben, dat de verschillende formaliteiten van het verlaten van het ééne en het binnenkomen van het andere land in eenzelfde plaats geschieden, zullen de Staten, die van oordeel zijn, dat niet overwegingen van anderen aard zich hiertegen verzetten, er naar streven dit denkbeeld te verwezenlijken, hetzij door het instellen van gemeenschappelijke grensstations of althans van gemeenschappelijke stations voor iedere richting, of door eenig ander geschikt middel. De Staat, op wiens grondgebied het gemeenschappelijke grensstation gelegen is, zal aan den anderen Staat alle faciliteiten verleenen voor het oprichten en instandhouden van de bureau's die noodig zijn voor de voor het internationale verkeer onmisbare diensten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.