Verdrag betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko

Huidige tekst

Artikel 21 Verdrag betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko

Geldt sinds 20 september 2010

Verzoek om inlichtingen over banktransacties 1 Op verzoek van de verzoekende partij, zal de aangezochte partij: a) inlichtingen betreffende bankverrichtingen die in een bepaald tijdvak zijn uitgevoerd door middel van een of meer in het verzoek genoemde rekeningen, met inbegrip van de bijzonderheden betreffende de rekening van herkomst of bestemming, verstrekken; b) gedurende een bepaald tijdvak de bankverrichtingen die worden uitgevoerd door middel van een of meer in het verzoek genoemde bankrekeningen onder toezicht plaatsen en de resultaten van dat toezicht doorgeven aan de verzoekende partij. De praktische details van het toezicht worden tussen de bevoegde autoriteiten van de aangezochte en de verzoekende partij overeengekomen. 2 De toepassing van het eerste lid is beperkt tot zaken betreffende feiten die aan het verzoek ten grondslag liggen naar het recht van zowel de aangezochte partij als de verzoekende partij strafbaar zijn gesteld met een vrijheidsstraf van ten minste vier jaren. 3 De aangezochte partij treft de nodige maatregelen om te waarborgen dat banken niet aan de betrokken cliënt of derden mededelen dat aan de verzoekende partij inlichtingen zijn verstrekt op grond van dit artikel.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.