Verdrag betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko

Huidige tekst

Artikel 12 Verdrag betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko

Geldt sinds 20 september 2010

Aanvullende rechtshulpverzoeken 1 Indien het, tijdens de uitvoering van een verzoek om rechtshulp, de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij nodig lijkt dat er onderzoek wordt verricht waarom in het verzoek om rechtshulp niet uitdrukkelijk is verzocht, maar dat van belang zou kunnen zijn voor het vaststellen van de feiten, dienen haar autoriteiten de autoriteiten van de verzoekende partij hiervan onverwijld op de hoogte te stellen, teneinde hen in staat te stellen hun verzoek aan te vullen. 2 Indien het, tijdens of na de uitvoering van een verzoek om rechtshulp, de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij nodig lijkt verder onderzoek te doen, kan zij haar verzoek aanvullen en hoeft zij de in het oorspronkelijke verzoek om rechtshulp reeds verstrekte gegevens niet nogmaals te verstrekken. 3 Indien de bevoegde autoriteit die een verzoek om rechtshulp heeft ingediend, bij de uitvoering van het verzoek aanwezig is op het grondgebied van de aangezochte partij, kan zij in geval van spoed, zolang zij zich op het grondgebied bevindt van deze partij, rechtstreeks haar verzoek om rechtshulpverzoek aanvullen bij de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.