Verdrag betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko

Huidige tekst

Artikel 16 Verdrag betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko

Geldt sinds 20 september 2010

Overbrenging van gedetineerden ter fine van rechtshulp 1 Indien de verzoekende partij de verschijning in persoon, hetzij als getuige, hetzij met het oog op een confrontatie of andere benodigde onderzoeksmaatregel, noodzakelijk acht van een persoon die op het grondgebied van de aangezochte partij gedetineerd is, kan zij verzoeken om de tijdelijke overbrenging van deze persoon naar haar grondgebied, op voorwaarde dat hij binnen de door de aangezochte partij vastgestelde termijn wordt teruggebracht en onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 15, voor zover van toepassing. 2 Wanneer de verzoekende partij het noodzakelijk acht dat een op haar grondgebied gedetineerde persoon tijdelijk wordt overgebracht naar het grondgebied van de aangezochte partij teneinde daar als getuige op te treden of met het oog op een confrontatie of andere onderzoeksmaatregel, kan zij om de tijdelijke overbrenging van deze persoon verzoeken, op voorwaarde dat hij onmiddellijk na de uitvoering van het verzoek wordt teruggebracht en onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 15, voor zover dit toepassing kan vinden. 3 De in het eerste lid voorziene overbrenging kan worden geweigerd: a) indien de aanwezigheid van de persoon vereist is in een lopende strafrechtelijke procedure; b) indien de overbrenging de duur van de detentie van de persoon zou kunnen verlengen; c) indien andere dringende overwegingen zich tegen de overbrenging verzetten; d) in de gevallen waarin de verschijning in persoon als getuige wordt gevraagd, indien de persoon daar niet mee instemt. 4 Voor de in het eerste en tweede lid voorziene overbrenging is de instemming van de aangezochte partij vereist.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHARL:2025:1948Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28 maart 2025 (strafprocesrecht)

    Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel. Wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op € 7.493.472,08, verplichting tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen…

  • ECLI:NL:GHARL:2025:1975Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28 maart 2025 (strafprocesrecht)

    Aanwezigheidsrecht en detentie buitenland. Veroordeling voor het meermalen opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote…

  • ECLI:NL:GHARL:2025:1976Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28 maart 2025 (strafprocesrecht)

    Gelet op de omstandigheden van de zaak, oordeelt het hof dat (verdere) vervolging van verdachte louter een formeel karakter zou hebben en niet langer aansluit bij de maatschappelijke realiteit. Het…

  • ECLI:NL:GHARL:2023:2386Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21 maart 2023 (strafrecht)

    Onderzoek Sprinkhaan. Het hof legt een gevangenisstraf op voor de duur van drie jaren, voor (onder 1 en 2) medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd, en (onder 3) medeplegen van valsheid in…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.