Verdrag betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko

Huidige tekst

Artikel 25 Verdrag betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko

Geldt sinds 20 september 2010

Aangifte ter fine van vervolging 1 De partijen plegen overleg over voorgenomen aangiften ter fine van vervolging teneinde na te gaan of strafvervolging op het grondgebied van de andere partij mogelijk is. 2 Alle aangiften door een van de partijen met het oog op strafvervolging voor de rechter van de andere partij dienen via de centrale autoriteiten te worden verzonden. Het bepaalde in artikel 5 is van toepassing. 3 De aangezochte partij dient binnen een termijn van drie maanden te laten weten welk gevolg er is gegeven aan deze aangifte en houdt de verzoekende partij op de hoogte van het verloop van de procedure alsmede van het resultaat ervan.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.