Verdrag betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko

Huidige tekst

Artikel 4 Verdrag betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko

Geldt sinds 20 september 2010

Inhoud van verzoeken om rechtshulp 1 In een verzoek om rechtshulp dienen de volgende gegevens te worden vermeld: a) de autoriteit van wie het verzoek uitgaat, met inbegrip van haar contactgegevens; b) het voorwerp en de reden van het verzoek, met inbegrip van een beknopte uiteenzetting van de feiten, de datum en plaats waarop deze zijn gepleegd, en een beschrijving van de procedure waarop het verzoek betrekking heeft; c) de wetteksten betreffende de strafbaarstelling en, in voorkomend geval, andere toepasselijke wetteksten; d) voor zover mogelijk, de identiteit en de nationaliteit van de persoon op wie de procedure betrekking heeft; en e) de naam en het adres van de geadresseerde, indien van toepassing. 2 In een verzoek om rechtshulp kunnen tevens de volgende gegevens worden vermeld: a) alle eisen met betrekking tot vertrouwelijkheid krachtens artikel 11; b) de details van bijzondere procedures, ongeacht welke, die de verzoekende partij toegepast wenst te zien; c) de termijn waarbinnen het verzoek dient te worden ingewilligd en de redenen voor de gestelde termijn.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.