Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen

Huidige tekst

Artikel 3 Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen

Geldt sinds 1 september 1990

Het overbrengen of het niet doen terugkeren van een kind wordt als ongeoorloofd beschouwd, wanneer: a) dit geschiedt in strijd met een gezagsrecht, dat is toegekend aan een persoon, een instelling of enig ander lichaam, alleen of gezamenlijk, ingevolge het recht van de Staat waarin het kind onmiddellijk voor zijn overbrenging of vasthouding zijn gewone verblijfplaats had; en b) dit recht alleen of gezamenlijk daadwerkelijk werd uitgeoefend op het tijdstip van het overbrengen of het niet doen terugkeren, dan wel zou zijn uitgeoefend, indien een zodanige gebeurtenis niet had plaatsgevonden. Het onder a) bedoelde gezagsrecht kan in het bijzonder voortvloeien uit een toekenning van rechtswege, een rechterlijke of administratieve beslissing of een overeenkomst die geldig is ingevolge het recht van die Staat.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2009:BI2030Hoge Raad, 8 mei 2009 (civiel recht)

    Internationale kinderontvoering; teruggeleiding van minderjarig kind naar Hongarije (81 RO).

  • ECLI:NL:PHR:2009:BI2030Parket bij de Hoge Raad, 8 mei 2009 (civiel recht)

    Internationale kinderontvoering; teruggeleiding van minderjarig kind naar Hongarije (81 RO).

  • ECLI:NL:HR:2008:BC8942Hoge Raad, 25 april 2008 (civiel recht)

    Internationale kinderontvoering. Gebondenheid rechter aangezochte staat aan verklaring als bedoeld in artikel 15 HKOV; in aanmerking te nemen omstandigheden; toepassing maatstaf uit HR 18 maart 2005…

  • ECLI:NL:PHR:2008:BC8942Parket bij de Hoge Raad, 25 april 2008 (civiel recht)

    Internationale kinderontvoering. Gebondenheid rechter aangezochte staat aan verklaring als bedoeld in artikel 15 HKOV; in aanmerking te nemen omstandigheden; toepassing maatstaf uit HR 18 maart 2005…

  • ECLI:NL:GHSHE:2025:2387Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 1 september 2025 (personen- en familierecht)

    Zorgregeling Vervangende toestemming verhuizing

  • ECLI:NL:RBZWB:2021:2074Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 april 2021 (personen- en familierecht)

    Echtscheiding met nevenvoorzieningen. Ipr. Rechtbank onbevoegd om te beslissen op verzoek betreffende hoofdverblijf kinderen

  • ECLI:NL:GHDHA:2021:465Gerechtshof Den Haag, 10 maart 2021 (personen- en familierecht)

    Internationale kinderontvoering Groot-Brittannië-Nederland. Sprake van instemming als bedoeld in artikel 3 HKOV? Sprake van berusting in de zin van art. 13 lid 1 sub a HKOV? Van berusting aan de…

  • ECLI:NL:GHDHA:2018:1699Gerechtshof Den Haag, 11 juli 2018 (personen- en familierecht)

    Afwijzing verzoek tot teruggeleiding in hoger beroep naar België; door uitspraak van de bevoegde rechter van de gewone verblijfplaats van de minderjarige over diens verblijfplaats bij de moeder in…

50 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.