Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen

Huidige tekst

Artikel 16 Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen

Geldt sinds 1 september 1990

Nadat de rechterlijke of administratieve autoriteiten van de Verdragsluitende Staat waarheen het kind ongeoorloofd is overgebracht of waar het ongeoorloofd wordt vastgehouden in de zin van artikel 3, in kennis zijn gesteld van deze overbrenging of dit vasthouden, kunnen zij zich niet eerder over het gezagsrecht ten gronde uitspreken, dan nadat is vastgesteld dat het kind niet dient terug te keren ingevolge dit Verdrag, of dan nadat een redelijke termijn is verstreken en daarin geen verzoek is ingediend om dit Verdrag toe te passen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHAMS:2012:BW5310Gerechtshof Amsterdam, 5 april 2012 (personen- en familierecht)

    Internationaal privaatrecht. Bevoegdheid Nederlandse rechter met betrekking tot echtscheidingsverzoek en met betrekking tot verzoeken inzake de hoofdverblijfplaats van en de zorgregeling betreffende…

  • ECLI:NL:GHARN:2011:BQ5765Gerechtshof Arnhem, 24 mei 2011 (personen- en familierecht)

    Erkenning in Nederland van in de Verenigde Staten gewezen beslissing omtrent ouderlijke gezag; voorwaarden voor erkenning; bevoegde rechter; litispendentie; wijziging gezamenlijk gezag.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.