Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001

Uitv reg IB 2001

Huidige tekst

Artikel 45aa Uitv reg IB 2001

Geldt sinds 1 januari 2011

Bijzondere regels voor ambtshalve verminderingen De inspecteur vermindert ambtshalve een belastingaanslag die op een te hoog bedrag is vastgesteld zodra hem dat is gebleken, tenzij: a.vijf jaren zijn verlopen na het einde van het kalenderjaar waarop de belastingaanslag betrekking heeft; b.de onjuistheid van de belastingaanslag voortvloeit uit jurisprudentie die eerst is gewezen nadat die belastingaanslag onherroepelijk vast is komen te staan, tenzij de Minister van Financiën anders heeft bepaald; c.de onjuistheid van de belastingaanslag voortvloeit uit beleidsregels van de Minister van Financiën die eerst zijn uitgevaardigd nadat die belastingaanslag onherroepelijk vast is komen te staan, tenzij de Minister van Financiën anders heeft bepaald; d.de onjuistheid van de belastingaanslag voortvloeit uit de omstandigheid dat eerst nadat die belastingaanslag onherroepelijk vast is komen te staan een beroep wordt gedaan op een fiscale faciliteit, waarop een beroep moet worden gedaan bij de aangifte of op een ander wettelijk voorgeschreven moment; of e.sprake is van enig feit waardoor ten onrechte inkomstenbelasting is geheven en als gevolg van die heffing een andere belasting, al dan niet van dezelfde belastingplichtige, ter zake van datzelfde feit niet is geheven en ook niet meer kan worden geheven, met dien verstande dat in dat geval wel ambtshalve vermindering plaatsvindt voor zover het bedrag van de eerstgenoemde belasting het bedrag van de andere belasting te boven gaat.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:463Parket bij de Hoge Raad, 8 mei 2026 (belastingrecht)

    Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 8 mei 2026 in de zaken 25/02700 ECLI:NL:PHR:2026:456 en 2502701 ECLI:NL:PHR:2026:457

  • ECLI:NL:PHR:2024:540Parket bij de Hoge Raad, 17 mei 2024 (belastingrecht)

    Art. 11(3)(e) Verordening (EG) nr. 883/2004, art. 9.6 Wet IB 2001 en art. 45aa(b) UR IB 2001; volgens onherroepelijke aanslag premieplicht in Nederland, volgens later arrest HvJ premieplicht in…

  • ECLI:NL:HR:2024:667Hoge Raad, 26 april 2024 (belastingrecht)

    pensioenuitkeringen VN, ambtshalve vermindering, nieuwe jurisprudentie; artikel 45aa, letter b, Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001

  • ECLI:NL:PHR:2024:102Parket bij de Hoge Raad, 26 januari 2024 (belastingrecht)

    VN pensioenuitkeringen. Weigering van een ambtshalve vermindering. Is sprake van nieuwe jurisprudentie? Opeenvolgend overgangsrecht. Deze zaak gaat over nieuwe jurisprudentie. Preciezer geformuleerd…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:6018Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15 september 2026 (belastingrecht)

    IB/PVV. Prejudiciële vragen aan Hoge Raad over toetsingskader nieuwe jurisprudentie

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2777Gerechtshof Den Haag, 1 september 2026 (belastingrecht)

    Art. 9.6 Wet IB 2001; art. 45 AA UR IB2001. Het Brandweermanarrest (HR 25 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:444) is geen “nieuwe jurisprudentie” ten opzichte van het Smeerkuilarrest (HR 29 juni 1983…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2315Gerechtshof Den Haag, 4 augustus 2026 (belastingrecht)

    Art. 3.1, lid 2, onderdeel d, Wet IB 2001. Artikel 3.100 Wet IB 2001. Art. 3.101, lid 1, aanhef en onderdeel a, Wet IB 2001. Belanghebbende ontvangt maandelijks een militair invaliditeitspensioen…

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:6005Rechtbank Gelderland, 22 juli 2026 (belastingrecht)

    IB/PVV

118 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.