Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001

Uitv reg IB 2001

Huidige tekst

Artikel 45a Uitv reg IB 2001

Geldt sinds 30 april 2016

Voorheffingen; vaststelling hoogte van bedrag aan te verrekenen loonbelasting ingevolge compensatieregeling uit verdragen met België en Duitsland 1 Indien de belastingplichtige een partner heeft ten aanzien van wie in het kalenderjaar de in artikel 8.8 van de wet bedoelde maximering van de gecombineerde heffingskorting toepassing vindt, wordt bij de berekening van hetgeen ingevolge artikel 27, paragraaf 1, van het in artikel 9.2, negende lid, onderdeel a, van de wet genoemde verdrag wordt aangemerkt als ingehouden Nederlandse loonbelasting, het bedrag aan Nederlandse inkomstenbelasting en premie voor de volksverzekeringen als bedoeld in de Wet financiering sociale verzekeringen dat de belastingplichtige verschuldigd zou zijn geweest indien hij de in artikel 27, paragraaf 1, van dat verdrag bedoelde beloningen uit Nederland zou hebben verkregen, verminderd met de verhoging, bedoeld in artikel 8.9 van de wet, van de gecombineerde heffingskorting waarop zijn partner recht zou hebben gehad, indien hij bedoelde beloningen daadwerkelijk uit Nederland zou hebben verkregen en Nederland daarover belasting en premie zou hebben geheven. 2 Indien de belastingplichtige een partner heeft ten aanzien van wie in het kalenderjaar de in artikel 8.8 van de wet bedoelde maximering van de gecombineerde heffingskorting toepassing vindt, wordt bij de berekening van hetgeen ingevolge artikel XII van het protocol bij het in artikel 9.2, negende lid, onderdeel b, van de wet genoemde verdrag wordt aangemerkt als ingehouden Nederlandse loonbelasting, het bedrag aan Nederlandse inkomstenbelasting en premie voor de volksverzekeringen als bedoeld in de Wet financiering sociale verzekeringen dat de belastingplichtige verschuldigd zou zijn geweest indien hij de in artikel XII van dat protocol bedoelde beloningen uit Nederland zou hebben verkregen, verminderd met de verhoging, bedoeld in artikel 8.9 van de wet, van de gecombineerde heffingskorting waarop zijn partner recht zou hebben gehad, indien hij bedoelde beloningen daadwerkelijk uit Nederland zou hebben verkregen en Nederland daarover belasting en premie zou hebben geheven. 3 Indien de belastingplichtige een partner heeft ten aanzien van wie in het kalenderjaar de in artikel 8.8 van de wet bedoelde maximering van de gecombineerde heffingskorting toepassing vindt, wordt bij de berekening van hetgeen ingevolge artikel 27, paragraaf 2, van het in het eerste lid bedoelde verdrag wordt aangemerkt als ingehouden Nederlandse loonbelasting, het bedrag aan Nederlandse inkomstenbelasting dat de belastingplichtige verschuldigd zou zijn geweest indien de in artikel 27, paragraaf 2, van dat verdrag bedoelde beloningen uitsluitend in Nederland zouden zijn belast, verminderd met de verhoging, bedoeld in artikel 8.9 van de wet, van de gecombineerde heffingskorting, waarop zijn partner recht zou hebben gehad indien uitsluitend in Nederland over de bedoelde beloningen belasting zou zijn geheven. 4 De in het eerste, tweede en derde lid bedoelde verminderingen zijn niet van toepassing voorzover de partner van de belastingplichtige: a.uit hoofde van hoofdstuk 8 van de wet recht heeft op verhoging van de gecombineerde heffingskorting; of b.recht zou hebben gehad op de gecombineerde heffingskorting als bedoeld in hoofdstuk 8 van de wet indien beloningen die hij heeft genoten krachtens regelen als bedoeld in hoofdstuk VII van de Algemene wet inzake rijksbelastingen niet zouden zijn vrijgesteld van de heffing van inkomstenbelasting of premie voor de volksverzekeringen als bedoeld in de Wet financiering sociale verzekeringen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2010:BJ9074Parket bij de Hoge Raad, 12 februari 2010 (belastingrecht)

    Art. 27 Belastingverdrag Nederland-België 2001. Art. 9.2, lid 1, letter a, Wet IB 2001. Art. 16, lid 2, letter a, AWR. Herrekening compensatieregeling grensarbeiders na definitieve aanslag.…

  • ECLI:NL:RBSGR:2010:BN3680Rechtbank 's-Gravenhage, 7 juli 2010 (belastingrecht)

    IB/PVV. Art. 8.9 Wet IB 2001. Eiseres heeft in 2004 en 2005 een nihil inkomen. Daarom bedraagt haar gecombineerde heffingskorting in die jaren nihil. De echtgenoot van eiseres was voor de jaren 2004…

  • ECLI:NL:RBSGR:2010:BN3681Rechtbank 's-Gravenhage, 7 juli 2010 (belastingrecht)

    IB/PVV. Compensatieregeling Nederlandse grensarbeiders. Artikel 27 Verdrag Nederland-België 2001. Bij de berekening van de vermindering op de voet van artikel 27, tweede paragraaf, van het Verdrag…

  • ECLI:NL:RBSGR:2009:BH9960Rechtbank 's-Gravenhage, 5 februari 2009 (belastingrecht)

    Belanghebbende woonde in 2004 in Nederland en werkte als grensarbeider in België. Bij de aanslag is als voorheffing een bijzondere compensatie (art. 27 van het Verdrag met België) van € 1.049…

  • ECLI:NL:GHSHE:2008:BD3767Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 8 april 2008 (belastingrecht)

    Anders dan in de door de Inspecteur aangehaalde jurisprudentie - waaronder ook de uitspraak van de Rechtbank te Arnhem van 29 mei 2007, AWB 06/05552 - is in de onderhavige zaak het beleid gevoerd…

  • ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ5224Rechtbank 's-Gravenhage, 6 december 2006 (belastingrecht)

    In België verschuldigde belasting en bijdragen en premies sociale zekerheid zijn aan te merken als ingehouden Nederlandse loonbelasting en kunnen worden aangemerkt als voorheffing in de zin van art.…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.