Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden

Statuut

Huidige tekst

Artikel 38 Statuut

Geldt sinds 1 januari 2024

  1. 1

    Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten kunnen onderling regelingen treffen.

  2. 2

    In onderling overleg kan worden bepaald, dat zodanige regeling en de wijziging daarvan bij of krachtens rijkswet wordt vastgesteld. In buitengewone gevallen van dringende aard kan de vaststelling geschieden bij een niet op een rijkswet berustende algemene maatregel van rijksbestuur met een werkingsduur van ten hoogste twee jaren. Na deze termijn van twee jaren vervalt een niet op een rijkswet berustende algemene maatregel van rijksbestuur van rechtswege.

  3. 3

    Omtrent privaatrechtelijke en strafrechtelijke onderwerpen van interregionale of internationale aard kunnen bij rijkswet regelen worden gesteld, indien omtrent deze regelen overeenstemming tussen de regeringen der betrokken landen bestaat.

  4. 4

    In het onderwerp van de zetelverplaatsing van rechtspersonen wordt bij rijkswet voorzien. Omtrent deze voorziening is overeenstemming tussen de regeringen der landen vereist.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2023:335Parket bij de Hoge Raad, 24 maart 2023 (internationaal privaatrecht)

    Internationaal recht. Procesrecht. Functionele immuniteit van jurisdictie; art. 13a Wet AB; ontwikkeling internationaal gewoonterecht; exceptie op functionele immuniteit in geval van schending jus…

  • ECLI:NL:PHR:2021:304Parket bij de Hoge Raad, 26 maart 2021 (internationaal privaatrecht)

    Internationaal publiekrecht. Procesrecht. Brandstofleveranties NAVO strijdkrachten voor ISAF-missie in Afghanistan. Immuniteit van jurisdictie militaire hoofdkwartieren (SHAPE en JFCB); Protocol…

  • ECLI:NL:HR:2019:1482Hoge Raad, 1 oktober 2019 (strafrecht)

    Antilliaanse zaak. Opzettelijke schending ambtsgeheim (art. 2:232 SrC) door als parlementslid in Curaçao tijdens radio-uitzending en persconferentie te vertellen wat is besproken in…

  • ECLI:NL:PHR:2017:284Parket bij de Hoge Raad, 11 april 2017 (strafrecht)

    Antilliaanse zaak. Rolbeslissing. Betekening van de aanzegging in cassatie ex art. 435 Sv in Sint Maarten. Op de gronden vermeld in de conclusie A-G moet worden aangenomen dat de uitreiking van de…

  • ECLI:NL:OGEAM:2026:131Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, 19 augustus 2026 (strafrecht)

    Strafvorderlijk kort geding ex artikel 43 van het Wetboek van Strafvordering. Verzoekster komt op tegen overplaatsing als gedetineerde van Sint Maarten naar Curaçao op grond van de ORD-regeling. Het…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:17738Rechtbank Den Haag, 11 juni 2026 (verbintenissenrecht)

    Kort geding. Executiegeschil. Uitleg veroordeling in vonnis Gemeenschappelijk Hof. Zaak van interregionale aard. Rechtsmacht gelet op plaats van tenuitvoerlegging vonnis. Is voldaan aan het vonnis?

  • ECLI:NL:RBROT:2026:5395Rechtbank Rotterdam, 24 april 2026 (personen- en familierecht)

    Kortgedingrechter in Nederland niet bevoegd omdat de gewone verblijfplaats van de minderjarigen op Curaçao is gelegen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:3117Rechtbank Den Haag, 18 februari 2026 (internationaal privaatrecht)

    Vordering tot (gedeeltelijke) vernietiging van arbitraal vonnis wordt afgewezen. Tussen partijen was een rechtsgeldige overeenkomst tot arbitrage tot stand gekomen, arbiters waren bevoegd van het…

60 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.