Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden

Statuut

Huidige tekst

Artikel 12 Statuut

Geldt sinds 10 oktober 2010

  1. 1

    Indien de Gevolmachtigde Minister van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, onder aanwijzing van de gronden, waarop hij ernstige benadeling van zijn land verwacht, heeft verklaard, dat zijn land niet ware te binden aan een voorgenomen voorziening, houdende algemeen bindende regelen, kan de voorziening niet in dier voege, dat zij in het betrokken land geldt, worden vastgesteld, tenzij de verbondenheid van het land in het Koninkrijk zich daartegen verzet.

  2. 2

    Indien de Gevolmachtigde Minister van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, ernstig bezwaar heeft tegen het aanvankelijk oordeel van de raad van ministers over de eis van gebondenheid, bedoeld in het eerste lid, dan wel over enige andere aangelegenheid, aan de behandeling waarvan hij heeft deelgenomen, wordt op zijn verzoek het overleg, zo nodig met inachtneming van een daartoe door de raad van ministers te bepalen termijn, voortgezet.

  3. 3

    Het hiervoren bedoeld overleg geschiedt tussen de minister-president, twee ministers, de Gevolmachtigde Minister en een door de betrokken regering aan te wijzen minister of bijzonder gemachtigde.

  4. 4

    Wensen meerdere Gevolmachtigde Ministers aan het voortgezette overleg deel te nemen, dan geschiedt dit overleg tussen deze Gevolmachtigde Ministers, een even groot aantal ministers en de minister-president. Het tweede lid van artikel 10 is van overeenkomstige toepassing.

  5. 5

    De raad van ministers oordeelt overeenkomstig de uitkomst van het voortgezette overleg. Wordt van de gelegenheid tot het plegen van voortgezet overleg niet binnen de bepaalde termijn gebruik gemaakt, dan bepaalt de raad van ministers zijn oordeel.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:20097Rechtbank Den Haag, 16 september 2025 (socialezekerheidsrecht)

    MK. Geen ontheffing van de verzekeringsplicht op grond van de Wlz, geen sprake van een uitzonderingssituatie voor eiser, beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:RVS:2017:176Raad van State, 25 januari 2017 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 2 november 2016 heeft de minister het verzoek van [appellant] om als kiesgerechtigde voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal te worden geregistreerd…

  • ECLI:NL:RVS:2006:AZ3201Raad van State, 21 november 2006 (bestuursrecht)

    Bij onderscheiden besluiten van 5 en 19 oktober 2006 heeft verweerder (hierna: het college) de verzoeken van appellanten om als kiezer voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.