Rijkswet houdende verdeling van het bedrag bedoeld in de overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Unie van Socialistische Sowjetrepublieken inzake de regeling van wederzijdse financiële en eigendomsvorderingen

Huidige tekst

Artikel 9 Rijkswet houdende verdeling van het bedrag bedoeld in de overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Unie van Socialistische Sowjetrepublieken inzake de regeling van wederzijdse financiële en eigendomsvorderingen

Geldt sinds 1 juli 1971

  1. 1

    De indiening van de vorderingen der schuldeisers, voor zover geen obligatiehouder in de zin dezer Rijkswet, geschiedt bij de Commissie door schriftelijke opgave van de aard en het ontstaan van de vordering, zo mogelijk vergezeld van de bewijsstukken waaruit van het bestaan van de vordering en van de grootte daarvan blijkt.

  2. 2

    De schuldeisers zijn bevoegd een ontvangbewijs te vorderen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.