Rijkswet houdende verdeling van het bedrag bedoeld in de overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Unie van Socialistische Sowjetrepublieken inzake de regeling van wederzijdse financiële en eigendomsvorderingen

Huidige tekst

Artikel 10 Rijkswet houdende verdeling van het bedrag bedoeld in de overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Unie van Socialistische Sowjetrepublieken inzake de regeling van wederzijdse financiële en eigendomsvorderingen

Geldt sinds 1 juli 1971

  1. 1

    De Commissie treedt, zo zij daarvoor termen aanwezig acht, met de schuldeiser in overleg omtrent de erkenning van de vordering en de vaststelling van het bedrag daarvan. Zij is bevoegd overlegging van ontbrekende stukken, alsook inzage van aantekeningen en bewijsstukken te vorderen.

  2. 2

    De Commissie kan zich met betrekking tot de beoordeling van de vorderingen doen bijstaan door deskundigen.

  3. 3

    Indien de Commissie voor de beoordeling van de vordering inlichtingen behoeft uit het buitenland, wendt zij zich te dezer zake tot Onze Minister van Buitenlandse Zaken.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.